De nieuwe ontwikkelingsdoelen zijn duurzamer en meer op mensenrechten gericht dan hun voorgangers. Maar het ontbreken van Afrikaanse filosofie in de nieuwe doelen is volgens Dorine van Norren een gemiste kans. 

Dorine van NorrenDorine van Norrgen werkt bij het Ministerie voor Buitenlandse Zaken en promoveert op de duurzame ontwikkelingsdoelen en niet-westerse theorieën over welzijn. Ze is als promovendus verbonden aan de Tilburg universiteit en de Universiteit van Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. 

Ze is tevens beleidsmedewerker bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. 

De nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen worden door een interstatelijke werkgroep van de Verenigde Naties opgesteld. De uiteindelijke doelen worden pas in september 2015 vastgesteld, maar voor nu zijn er 17 doelen geformuleerd. Wat hier nog aan ontbreekt is een duidelijke visie op ontwikkeling. Eerdere visies zoals die van de Millennium Verklaring van 2000 en de verklaring van de VN-top Rio+20, die in 2012 plaats vond, zijn vooral gebaseerd op westerse begrippen van welzijn. Het zou goed zijn als in de nieuwe visie inheemse ontwikkelingsbegrippen centraler staan. In de voorgestelde doelen komt wel het begrip ‘moeder aarde’ en ‘harmonie met de natuur’ voor. Deze begrippen komen voort uit de Latijns-Amerikaanse (indiaanse) traditie. Maar ook Afrika heeft zijn eigen filosofische begrippen. Het meest bekend is ‘Ubuntu’. Het begrip is gepropageerd in Zuid-Afrika door Desmond Tutu en Nelson Mandela, maar is soms ook onder een andere naam in andere Afrikaanse landen bekend. Het betekent: ‘ik ben omdat wij zijn’, oftewel ‘ik ben mens door mijn verbondenheid met anderen’.

Ubuntu en mondiale duurzaamheid
Ubuntu heeft veel parallellen met mondiale duurzaamheidsvraagstukken waarin onderlinge verbondenheid centraal staat. Veel Afrikanen gaan uit van het idee van menselijke verbondenheid. Volgens die visie komt de gemeenschap vóór het individu en verleent het individu op haar beurt haar identiteit aan die samenleving. Net als voor de (Zuid)Amerikaanse indianen, zijn de natuur en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vergelijkbaar met een weefwerk waarin de wijziging van de één automatisch effect heeft op de ander. In alle nieuwe doelen zou dan ook een Ubuntu-dimensie meegenomen kunnen worden. Als gevolg van globalisering is er immers een onderlinge wereldwijde verbondenheid ontstaan die om een nieuwe visie vraagt. Ubuntu heeft veel raakvlakken met begrippen die verder kijken dan welvaart en economische ontwikkeling, zoals welzijn, mensenrechten en onderlinge verbondenheid. De Zuid-Afrikaanse wetenschapper Behrens zegt het als volgt: ‘Zoveel Afrikaanse stemmen beweren dat het feit dat we onderling verbonden zijn betekent dat we moreel verantwoordelijk voor elkaar zijn.’

Ubuntu in Zuid-Afrika
Zuid-Afrika gebruikte het begrip Ubuntu in de waarheid- en verzoeningscommissie, in zijn binnenlandse beleid (‘Batho Pele’ oftewel ‘De mensen voorop’) en in zijn buitenlands beleid dat nu ‘Ubuntu diplomacy’ heet. De centrale gedachte is dat bijdragen aan de ontwikkeling van ‘de ander’ ook een bijdrage is aan jezelf. Ook wordt het begrip vaak in de rechtspraak gebruikt. Zo kregen migranten een uitkering op basis van het Ubuntu-idee, werd de doodstraf afgeschaft en mochten mensen niet zomaar van hun land afgezet worden. Ubuntu legt de nadruk op sociale rechtvaardigheid, verzoening in strafrecht en familierecht, eerlijke bestuursregels en rechtvaardigheid van eigendomsrecht.

Afrikanen zien Ubuntu als de ‘grootmoeder’ van de mensenrechten met menselijke waardigheid als overkoepelend begrip.

Kritiek
Er is echter weerstand tegen het gebruik van inheemse begrippen als basis voor ontwikkeling. Sommige westerse filosofen stellen dat een mondelinge traditie niet voldoende is voor het bestaan van een ‘filosofie’. Ook vinden een aantal antropologen dat zij zelf beter onderzoek hebben gedaan naar een visie op ontwikkeling dan moderne Afrikaanse filosofen. Veel politicologen bekijken Afrika door de bril van goed bestuur en vinden dat het in veel Afrikaanse landen een puinhoop is. Mensenrechtenactivisten zijn bang voor ‘cultuurrelativisme’; als we andere culturen toelaten in het debat is er geen ‘moreel anker’ meer. Het gebruik van Ubuntu, zo stellen zij, zou vooral opportunistisch van aard zijn. Politici en bedrijfsleven zouden hun corruptie of neo-liberale visie willen maskeren.

Het begrip ‘Ubuntu’ zal zeker niet altijd oprecht worden gebruikt,  maar dat is ook zo met westerse idealen zoals goed bestuur en mensenrechten. De kritiek doet niets af aan het concept zelf. Inclusiviteit van de ontwikkelingsagenda zou ook kunnen of moeten inhouden dat andere dan westerse filosofieën een plaats krijgen in het debat. Wat houdt non-discriminatie anders in?

Zie voor meer informatie de wetenschapelijke publicatie: The Nexus between Ubuntu and Global Public Goods: its relevance for the post 2015 agenda, Development Studies Research Journal, 2014 (open access). 

 

670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief