Vrijwilligers die denken weesjes in een ontwikkelingsland de tijd van hun leven te bezorgen hebben het mis, volgens Better Care Network Netherlands. Eerder deze week plaatsten wij het artikel ‘Weeskindjes knuffelen: niet doen’. Kelly de Vries, oprichtster van de Ghanese stichting Meet Kate en tevens dochter van Peter R. de Vries, geeft reactie op deze keiharde weeshuis business en de negatieve gevolgen van de komst van westerse vrijwilligers.

De Vries woont al jaren in Ghana en weet inmiddels dat het zeker niet in alle kinderhuizen goed geregeld is: “in Ghana zijn sommige kinderhuizen mooi en goed georganiseerd, andere zijn verschrikkelijk. Enkele hebben een goed management, maar zoals Better Care Network Netherlands al zei, sommige huizen zijn vooral uit op geld. Wanneer het om ontwikkelingswerk gaat, zeg ik vaak: een goede bedoeling is niet voldoende. Als je geen mogelijkheid hebt om iets heel goeds neer te zetten, begin er dan ook niet aan. Ik heb plekken gezien waar ik moest overgeven toen ik het rotte eten in de keuken rook.”

Je kan vrijwilligerswerk beter ervaringswerk noemen

Vrijwilligers
Volgens Better Care Network Netherlands – een samenwerkingsverband van verschillende organisaties dat de hulp aan kinderen zonder adequate ouderlijke zorg wil verbeteren – is het beter als westerse vrijwilligers niet de rol van verzorger op zich nemen. De Vries deelt dit standpunt: “ik ben daar ook geen voorstander van. Wij maken dan ook zelden gebruik van vrijwilligers. Ik geloof dat kinderen een dagelijks ritme nodig hebben waarbij ze vaste gezichten zien.”

“De opvoeding van kinderen gaat in Ghana heel anders dan in Nederland”, zegt De Vries. Vrijwilligers pakken een huilend kind direct op om te knuffelen. Doordat vrijwilligers de lokale taal niet spreken, kunnen ze een verkeerde reactie geven naar het kind dat misschien wel stout is geweest. Veel vrijwilligers in weeshuizen schrikken ervan hoe zelfstandig Ghanese kinderen zijn, hoeveel werk ze moeten doen en van dat er niet vaak geknuffeld wordt. Maar dit is precies het geval in heel veel gezinnen in Ghana. Kinderen horen hier nu eenmaal mee te helpen in het huishouden en persoonlijke aandacht zoals we die in Nederland kennen, is er niet.” De Vries: “ik denk dat vrijwilligers veel beter voorbereid moeten worden en ook duidelijker geselecteerd moeten worden op hun kennis. Dan kunnen ze daarbij een project zoeken, er zijn echt wel alternatieven voor weeshuizen. Ben je goed in fotografie? Kijk of er een project is waar ze mooie website foto’s nodig hebben. Ben je medisch student? Ga dan in een ziekenhuis werken.”

Ik ga trouwen met een andere man en hij wil mijn kinderen niet

Kinderen dumpen
De situatie in Cambodja die Brandpunt schetste in de reportage ‘De weeshuisindustrie’ verschilt volgens De Vries niet met Ghana. “Ik heb veel plekken bezocht in Afrika en Azië”, vertelt ze vanuit haar kantoor in Ghana. “Overal zie je goed georganiseerde organisaties, maar ook hele slechte. Wel moeten we er rekening mee houden dat kinderhuizen in Ghana erg normaal zijn. Mensen zien het als een hele gewone optie. Als wij ze dan afwijzen omdat we “ik ga trouwen met een andere man en hij wil mijn kinderen niet” geen goede reden vinden om de kinderen ‘te dumpen’, dan kijken ze soms raar op. Bij Meet Kate hebben we er bewust voor gekozen om ons kinderhuis geen weeshuis te noemen, juist omdat veel van onze kinderen geen weeskinderen zijn.”

Terug naar familie
“We hebben strenge regels waaraan een kind moet voldoen om bij ons te komen wonen. Het kinderhuis wordt bewust klein gehouden en er is plek voor maximaal 28 kinderen.” Samen met de overheidsorganisatie Social Welfare probeert Meet Kate er voor te zorgen dat de kinderen weer teruggeplaatst kunnen worden bij hun familie zodra dat mogelijk is. Sinds het begin van dit jaar zijn er drie kinderen weer bij hun ouders gaan wonen. Zij worden nog wel gesponsord door Meet Kate: “zo kunnen ze naar school en ook voor eten of spelen kunnen ze nog bij ons terecht.”

“Wat er gebeurt als volwassen zijn? We hebben momenteel nog geen kinderen die 18 zijn, dus ik kan alleen maar over de toekomst praten. De kinderen kunnen bij ons blijven tot ze zelfstandig zijn. Wij zijn hun thuis, dus ze kunnen altijd terugkeren.”

Foto: Meet Kate
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Merel Hendriks is journalist en politicoloog en schrijft freelance voor OneWorld. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief