Het is tijd om het podium te verlaten. Het afgelopen jaar heb ik jullie op de hoogte gehouden van mijn ervaringen in mijn nieuwe thuisland Nigeria. Ik heb verteld over mijn liefde voor de Nigeriaanse keuken in het algemeen en voor moinmoin–gestoomde bonencake–in het bijzonder; mijn vuurdoop in het Lagosiaanse verkeer; de onverdiende privileges die het blankzijn me oplevert en hoe ongemakkelijk ik me daarbij voel en over mijn hartverwarmende ontmoetingen met Nigerianen, de reden in de eerste plaats dat ik verhuisde naar dit West-Afrikaanse land. En over waarom ik hier blijf.

Maar de verraste blik van de buitenstaander op de alledaagse realiteit van Lagos is gesleten en heeft plaatsgemaakt voor de overlevingsstand in een stad waar een greintje gekte is doorgedrongen in alle aspecten van het leven. Deze laatste aflevering zal de Lagosiaanse opwinding vermijden en in plaats daarvan focussen op de mensen die me hier hebben doen thuisvoelen. Een noodzakelijke afsluiting, hoewel ik me realiseer dat het misschien wat saai is–behalve wellicht het langverwachte antwoord op de Grote Vraag. Dus, om het op zijn Nigeriaans-Engels te zeggen, without further ado . . .

Ik draag dit laatste stuk allereerst op aan de lezers van deze blog. De Nederlandse die zich interesseerden in het wel en wee van een journaliste in den vreemde en de Nigeriaanse die me de eer gunden een licht te schijnen op hun land dat ik ergens beschreef als ‘very loveable, but not easy to love.’ Ik heb er nooit doekjes om gewonden en bij tijd en wijle waren mijn analyses keihard, maar de meeste lezers begrepen dat dat geboren was uit een eerlijke poging dit land waar ik zo van houd beter te begrijpen. Ik draag dit artikel ook op aan de lezers die me ‘idioot blank mens’ noemden en me het recht zouden willen ontzeggen om Nigeria te bediscussiëren omdat ik buitenlandse ben. (Bekentenis: de ware betekenis van het woord ‘interactief’ ben ik pas gaan begrijpen toen ik begon te schrijven voor Nigeriaanse internetplatforms, en ik heb menig uur doorgebracht met het lezen van de vaak interessante debatten die mijn artikelen teweegbrachten.)

Verder draag ik het op aan Oka, die zelfs toen mijn plan om naar Nigeria te verhuizen nog in embryonaal stadium verkeerde het idee nooit heeft weggezet als te gek voor woorden. In talloze drinksessies op de campus van de Universiteit van Ibadan legden we de verschillen in onze samenlevingen naast elkaar, steevast tot de conclusie komend dat de meeste overbrugd kunnen worden door communicatie (en een paar koude biertjes). Ik ben Oka dank verschuldigd omdat hij me serieus nam op een moment dat ik dat zelf nog maar nauwelijks durfde.

Aan mijn huisbazin, die goedhartige bullebak die erop staat Yoruba tegen me te spreken. Ze schijnt te denken dat ik de lokale taal zal leren door osmose en zweert dat ik het binnen drie maanden vloeiend zal spreken. Dat zegt ze overigens al sinds afgelopen september. Ze negeert mijn verwarring als ze me in het Yoruba uitlegt waarom de watertank moet worden schoongemaakt en waar ze wil dat ik mijn was te drogen hang, maar krijgt uiteindelijk medelijden met me en schakelt over op een mengeling van Engels en Pidgin. Ze zong mijn moeder zelfs in het Yoruba toe toen deze eind vorig jaar bij mij in Lagos op bezoek was.

Aan mijn buren die me niet meer ‘oyinbo‘ noemen, blanke. Als ik rondloop in mijn buurtje op het vasteland van Lagos en ik hoor iemand me aanspreken met ‘oyinbo’, stap ik erop af en zeg: ‘Ik heet geen oyinbo. Mijn naam is Funke.’ Dan wandel ik verder, de aangesprokene achterlatend met een verwarde blik. Nu noemen onbekenden bij mij in de buurt me al ‘Sisi Funke’. Ze hoorden waarschijnlijk van de bandenplakker die het hoorde van de telefoonkredietverkoopster onder de groen-gele parasol langs de weg die het hoorde van de vrouw die de kopieermachine in de straat daartegenover over die blanke vrouw met een Yoruba naam. Ik ben daar dankbaar voor. Ik heb er een hekel aan enkel te worden gedefinieerd aan de hand van mijn huidskleur. Bij je naam bekend zijn (of op zijn minst een afgeleide daarvan) is wat een plek tot jouw thuis maakt.

Aan de moinmoinverkoopster bij mij op de straathoek. Ze had mijn verslaving al snel in de gaten en elke keer als ik thuiskom zwaait ze me een enthousiast welkom toe. Als ik pas in de vooravond langskom voor een portie moinmoin en ze is al door haar voorraad heen, dan schroomt ze niet me op mijn nummer te zetten, haar hoofd in afkeuring schuddend. Ze geeft me altijd een extra portie moinmoin als ik een hele voorraad insla voor in de vriezer. Ik voel me de laatste tijd echter een beetje schuldig. Mijn verlangen naar moinmoin begint te tanen: dezer dagen eet ik het niet meer dan twee keer per week. Waarschijnlijk heb ik qua moinmoin ‘teveel van het goede’ gegeten. Aan de andere kant, wie weet is mijn gewenning aan de perfectie van gestoomde bonencake een teken van ware integratie.

Aan Doris, een vriendin in de ware zin van het woord, die me op mijn leeftijd nog leerde hoe mascara en lipgloss aan te brengen en die me en passant wat overlevingskunsten voor de sociale jungle van Lagos bijbracht; aan Yemisi, mijn zelfverklaarde coach in carrièregerelateerde zaken met wie ik nog vele pilsjes hoop te drinken; aan Sola, mijn gids door het turbulente proces van het zoeken naar een woning in Lagos; en aan Phemmy, mijn briljante salsapartner met wie ik op zondagavond de stress van de week wegdans.

Aan Thessa, mijn goede Nederlandse vriendin in Lagos. Je voorgoed vestigen op een nieuwe plek is iets anders dan er lange tijd op bezoek zijn, ben ik gaan beseffen. Ik bekeek expats die samenklonterden en hun eigen nationale feestdagen vierden altijd met lichte dedain, maar nu begrijp ik hoe de afstand van waar je bent geboren maakt dat je naar zaken verlangt die je voorheen vanzelfsprekend achtte. Ik wordt niet Nederlandser dan ik was, maar het is waardevol een vriendin te hebben die mijn verlangen naar oude brokkelkaas begrijpt en die dezelfde culturele achtergrond heeft als ik. Hoezeer ik ook in de Nigeriaanse samenleving wil integreren, assimilatie is nooit mijn doel geweest. Ik zal nooit helemaal Funke worden. Er zullen altijd kanten aan mijn persoonlijkheid blijven die vele Nigerianen moeilijk te begrijpen achten, zoals het feit dat ik niet in god geloof of dat ik homoseksualiteit op geen enkele wijze als een probleem beschouw.

En aan Igoni. Blijkt dat Nigeria voor altijd mijn thuis zal zijn, omdat het is waar jij bent.

Volg Femke op Twitter: @femkevanzeijl

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief