Vier miljoen zijn het er naar schatting, op een bevolking van nog geen veertien miljoen: geëmigreerde Malinezen. De meest voor de hand liggende oorzaak van deze moderne volksverhuizing is het ontvluchten van armoede. Maar ook corruptie en sociale relaties spelen belangrijke rollen, aldus Janneke Barten, een sociologe die een boek schrijft over migranten uit het West-Afrikaanse land.

Neem corruptie. Barten: “Alles draait hier om de juiste connecties. Heb je die niet, dan kom je er nauwelijks tussen op de arbeidsmarkt. Veel van die jongemannen die je hier op straat ziet rondhangen proberen echt wel werk te vinden, maar het lukt ze gewoon niet. Enorm frustrerend natuurlijk.” Vertrekken is een uitweg, alhoewel vaak naar een hard leven. Amadou, een amateurfotograaf met wie ik op straat in gesprek raakte, vertelde me over zijn broer. “Zelfs met een masteropleiding Communicatie op zak kwam hij in Mali niet aan de bak. Nu plukt hij appels in Spanje.”

Wat de zaak er niet beter op maakt, is dat veel Malinezen onvoorbereid zijn op – om het maar eens in voetbaltaal uit te drukken – hun buitenlandse avontuur. Zo sprak Barten in Amsterdam een Malinees die ervan overtuigd was dat blanken nooit liegen. Barten: “Hij had op straat een fiets gekocht van iemand. Kort daarop werd hij aangehouden en bleek de fiets gestolen.” De man wilde het niet geloven. “De verkoper had toch gezegd dat alles in orde was met de fiets?”

Terugkeren naar Mali is door sociale druk vaak nauwelijks een optie. Amadou: “Een familielid laten emigreren kost een familie vaak drie- tot vierduizend euro, dus de druk op de vertrekker is enorm. Migranten sterven nog liever van ellende dan de schande te moeten ondergaan van met lege handen terugkeren.” Barten: “Vaak zijn er twintig, dertig mensen afhankelijk van het geld dat een migrant naar huis stuurt.”

Niet zelden is er sprake van, op zijn zachtst gezegd, schrijnende miscommunicatie tussen migrant en achtergebleven familie. Barten: “Ik herinner me een man die trouw geld naar huis stuurde voor de bouw van een huis. Na een aantal jaar vroeg hij zijn familieleden om foto’s. Bleek er helemaal niets te zijn gebouwd. Niets. Die man raakte pardoes weer in tranen toen hij me dat vertelde.”

Adama, een met zijn ouders in Nederland wonende Malinees met wie Barten sprak, weigerde zich voor de kar te laten spannen. “Adama’s familie in Mali was totaal afhankelijk van de baan van zijn vader. Toen die overleed verwachtte de familie dat Adama geld zou gaan sturen.” Adama weigerde. Barten: “‘Hij oordeelde heel hard over zijn familie. ‘Mensen in Mali vreten maar wat uit’, zei hij. ‘Er verandert daar nooit wat.’”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief