KINSHASA / GENEVE (8 mei 2013) – Ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht zijn begaan tijdens gevechten in november 2012  tussen regeringstroepen en rebellen van de Mouvement du 23 mars (M23) in de stad Goma in de provincie Noord-Kivu in de Democratische Republiek Congo en tijdens de daaropvolgende terugtrekking van de Congolese strijdkrachten (FARDC) naar de provincie Zuid-Kivu, volgens een VN-rapport.

Het rapport van het Gezamenlijk Mensenrechten-kantoor  van de Verenigde Naties (UNJHRO) *  met informatie  van slachtoffers en getuigen van massale verkrachtingen, moorden en willekeurige executies, en van schendingen van de mensenrechten als gevolg van wijdverspreide plunderingen. Er staat in dat met name systematisch en gewelddadig misbruik werd gepleegd door sommige FARDC elementen terwijl zij zich terugtrokken uit de steden Goma en Sake in de provincie Noord-Kivu en hergroepeerden in en rond het stadje Minova in Zuid-Kivu.

Het VN-onderzoek documenteerde 135 gevallen van seksueel geweld gepleegd door FARDC elementen in en rond de stad Minova terwijl eenheden zich terugtrokken van de frontlinies. Onder de slachtoffers zijn 33 meisjes in de leeftijd tussen 6 en 17 jaar. FARDC militairen gingen huizen binnen, plunderden die, en verkrachtten de vrouwen en meisjes die ze aantroffen. In veel gevallen is sprake van bijkomend fysiek geweld.
 

Gedurende de periode van de bezetting van Goma en Sake, hebben M23 strijders ook ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en de grove schendingen van de mensenrechten begaan. Strijders van M23 waren verantwoordelijk voor minstens 59 gevallen van seksueel geweld. Het VN-onderzoek heeft ook tenminste 11 willekeurige executies, rekrutering van kinderen, slavenarbeid, wrede, onmenselijke en vernederende behandeling en plunderingen gedocumenteerd, begaan door M23 strijders.

Slechte discipline, zowel onder soldaten als officieren kan gedeeltelijk worden verklaard door de herhaalde pogingen tot integratie van voormalige rebellen in het nationale leger zonder adequate opleiding, en door het ontbreken van passende screening mechanismen. De M23 leiderschap staat ook bekend vanwege de verontrustende mensenrechtensituatie. 

De gerapporteerde schendingen kunnen gezien worden als internationale misdrijven onder internationale wetgeving aangaande de mensenrechten, maar het zijn ook strafbare feiten onder Congolese strafrecht.

"Degenen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke misdaden moeten weten dat zij zullen worden vervolgd," zei de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten Navi Pillay. 

"De mensen van de Democratische Republiek Congo hebben een ontoelaatbare mate van geweld meegemaakt in de afgelopen jaren. In het bijzonder, het seksueel geweld, vernoemd in dit verslag is huiveringwekkend, zowel in zijn omvang als in de systematische aard van het geweld. Recente inspanningen van de autoriteiten van de DRC om deze schendingen te onderzoeken in Noord-en Zuid-Kivu zijn een belangrijke stap in de richting van de verantwoordingsplicht. Maar veel meer moet worden gedaan om de  rechten te waarborgen van de slachtoffers en en om het vertrouwen van de burgerbevolking in het Congolese rechtssysteem te herstellen," voegde ze eraan toe.

In december 2012 werd een gerechtelijk onderzoek gestart, ondersteund door MONUSCO, de VN-missie in de DRC, en andere partners. Vanaf het einde van maart 2013, zijn 12 hogere officieren ontslagen in verband met het Minova incidenten tijdens het onderzoek door de Congolese justitie.

"Ik ben blij met de maatregelen die de Congolese autoriteiten tot nu toe genomen hebben, waaronder het besluit om hogere officieren, naar verluidt verbonden met de massale verkrachtingen, te ontslaan", zegt de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal (SRSG) in de Democratische Republiek Congo, Roger Meece. "De VN blijft haar steun bieden aan zowel het gerechtelijk onderzoek als aan de Congolese strijdkrachten. Echter, voor deze steun kan worden voortgezet, moet het lopende onderzoek worden voortgezet op een onafhankelijke en geloofwaardige manier, en moet justitie worden gedaan aan de slachtoffers. Toekomstige inspanningen om de veiligheidssector te hervormen moet een systematische controle van de mensenrechtensituatie van strijders en hun commandanten bevatten om de bescherming van burgers door het Congolese leger volledig te waarborgen. "

Oorlogen staan niet bekend als garanties voor het behoud van de mensenrechten. Maar misbruik maken van de ooglogssituatie voor het behalen van financieel, of sexueel genot is al heel lang ‘not done’ in oorlogssituaties.

Het integreren van voormalig vijandige troepen is een probleem dat zelf Keizer Vespasianus al kende; Tacitus verhaalt dat na een kort gevecht, niet ver van de Rijn, een cohors Tungrorum in juni 69 n.C. zich aan de Bataafse leider Civlis overgaf. De Romeinse troepen, geschokt door deze onvoorziene capitulatie, werden door bondgenoten en vijanden afgeslacht. Vanaf dat moment legerde Vespasianus de niet-Romeinse soldaten buiten hun eigen landen.

Dat wil echter niet zeggen dat hier een excuus geldt voor de troepen van de Mouvement du 23 mars, of voor anderen. Het geeft alleen aan dat het niet makkelijk is twee legers te integreren.

We zoeken allemaal een bestaan zonder geweld, vrijheid van geweld, fysiek of anders, is een mensenrecht. Vrijheid van sexueel geweld, verkrachtingen en aanrandingen, daarvoor is meer aandacht nodig, mede omdat de getroffen vrouwen zich niet kunnen verdedigen. Verkrachting vind plaats zonder getuigen, of met gelijkdenkende getuigen, medeverkrachters. Door al het geweld zijn veel kinderen mentaal beschadigd. UNICEF zorgde ervoor dat 80.000 kinderen psychosociale steun kregen.

UNICEF heeft ook meegeholpen aan de vrijlating van ruim 1.200 kinderen die betrokken waren bij gewapende groepen. Een groot deel daarvan, ongeveer 1.100 kinderen, is alweer herenigd met hun familie.

Alleen al daarom is het goed dat er met de resultaten van dit onderzoek iets gedaan wordt. Het ontslag van verdachte officieren is een begin. Maar het mag niet het einde zijn. Het herstel van een normale rechts-situatie in de Democratische Republiek Congo is net zo belangrijk, de wet moet weer kracht krijgen, weer justitie uitstralen, pas dan is er werkelijk sprake van vrede.

Met zijn militaire ervaring en training kan President Joseph Kabila Kabange de ideale persoon zijn om dit proces op weg te helpen.

Zijn uitspraken na het zien van een CNN reportage over militair sexueel geweld, “ We moeten duidelijk meer doen voor onze burgers”, en, “Het is beschamend dat soldaten, waar dan ook, zulke dingen kunnen doen” zei hij, “Daarom wil ik President worden, ik wil dit veranderen. Ik wil de veiligheid een van mijn eerste prioriteiten maken zodat er voor eens en voor altijd tot een einde komt aan deze en andere daden."  (Juni 2006)

Is er de politieke wil om dat te doen? De toekomst zal het leren.

 

* Het VN Gezamenlijk Mensenrechtenkantoor, dat werd opgericht in februari 2008, omvat de afdeling mensenrechten van de VN-Stabilisatie Missie in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO) en het kantoor van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten in de Democratische Republiek Congo.

Bronnen:

UNJHRO,  

CNN,

Unicef

Vlaanderen. Jaargang 57. Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, Tielt 2008

Gone Native Translations
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief