Ghana staat in West-Afrika bekend als het beste jongetje van de klas. Het land heeft al jaren een redelijk functionerend democratisch systeem. Ook op economisch vlak gaat het de goede kant op. Volgens waarnemers maakt het land een goede kans om de komende jaren toe te treden tot de – in Afrika helaas nogal zeldzame – categorie van middle income countries.

Maar dan moet Ghana wel slagen voor een pittige test. Wat is het geval? Drie jaar geleden vonden twee exploratiemaatschappijen een groot olieveld vlak uit de kust van het gebied dat grenst aan Ivoorkust. Half december 2010 gingen de oliekranen officieel open – Ghana is een oliestaat. Daarmee is het land op glad ijs beland. Uit de praktijk blijkt namelijk de volgende paradox: arme landen die olie vinden glijden vrijwel zonder uitzondering verder af in de ellende, in plaats van beter te worden van het zwarte goud.

Het meest in het oog springende voorbeeld in Afrika is natuurlijk Nigeria, een land dat slechts door de ministaatjes Togo en Benin van Ghana gescheiden wordt. Noem een Ghanees de woorden ‘Nigeria’ en ‘oil’ in één zin en hij of zij begint bijkans te huilen. Niet zo vreemd ook, want in de regionale grootmacht verkrachtte olie grondig de maatschappij. Corruptie greep wild om zich heen en maakt vandaag de dag talloze Nigerianen het leven volkomen zuur. Dronken van de oliedollars verwaarloosde de overheid ondertussen fluitend de rest van de economie. In de olierijke Niger-delta worden oliemaatschappijen al jaren beschuldigd – Shell steekt er wat dit betreft met kop en schouders bovenuit – van mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling. Militanten ontketenden er een golf van sabotage-acties en kidnappingen.

De gewone Ghanees is dan ook allerminst gerust op het effect van oliedollars op Ghana. “Ik zeg het je: dat geld verdwijnt in de zakken van de big men hier”, zegt taxichauffeur Fred Nii Sai bijvoorbeeld mismoedig. “Wat het volk ervan terug zal zien is small small. Het probleem is dat onze mensen te inhalig zijn. Het is altijd hetzelfde: waar olie is, zijn problemen.” En hoe zit het dan met de beloften van de regering, die om het hardst roept dat het oliegeld verantwoord besteed zal worden? Sai werpt me een treurig lachje toe. “Ghanezen zijn heel goed in het ophangen van sterke verhalen. Die uitvoeren vinden ze vaak lastiger.”

Experts zijn wat genuanceerder. Sébastien Dessus, hoofdeconoom van de West-Afrikaanse tak van de Wereldbank, denkt niet dat corruptie – in de zin van het straffeloos ahterover drukken van geld – een groot probleem zal worden voor Ghana. “Daarvoor is het politiek-economische systeem met zijn checks en balances hier al te goed ontwikkeld.” Dessus ziet wel een ander gevaar, namelijk dat de regering het geld direct uitgeeft, in plaats van het verstandig te investeren in Ghana’s langetermijnontwikkeling. Nii Anyetei Ampa-Sowa van de Ghanese denktank Databank is het daarmee eens. “De afgelopen jaren heeft de regering vooral bezuinigd. Nu komt er ineens een bak geld binnen. Dat maakt het wel heel verleidelijk om met allerlei showprojecten herverkiezing af te dwingen.”

Tja, wat moet je daar nou van vinden? Ikzelf denk eigenlijk dat het wel goed komt met Ghana en zijn olie. Maar dat is misschien meer een onderbuikgevoel dan een weloverwogen mening.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief