Het is half vijf in de ochtend en ik ben onderweg naar het vliegveld van Mazar-e-Sharif. Het binnenlandse vliegverkeer lag vijf Suikerfeestdagen plat in Afghanistan. Ik heb een stoel bemachtigd op de eerste vlucht vanuit het noorden richting Kabul.
Drie jaren geleden leek diezelfde vliegreis meer op een busrit. Er was geen duidelijke looprichting in de oude vertrekhal; je sloot op goed geluk aan bij een balie voor een boardingpas. Vervolgens grabbelde iemand wat door je koffer om op de tast een AK47 uit te sluiten. 

Behendig in balans
Door die ervaring ben ik niet 2,5 uur voor vertrek van huis gegaan zoals maatschappij KamAir met grote blokletters op het e-ticket aanraadt. Ik heb er al spijt van voor het vliegveld in zicht is. Een roadblock. Het laatste stuk moet iedereen lopen. Een half uur na zonsopkomst voel je de dreiging van een snikhete dag al in je nek hijgen.
Vorig jaar werd het tweede internationale vliegveld van Afghanistan geopend in Mazar-e-Sharif, de hoofdstad van provincie Balkh. Die keuze is niet verrassend. Balkh is al jaren een van de meest stabiele provincies van het land. De beroemde gouverneur heeft iets klaar gespeeld wat op andere plaatsen maar zelden lukt: hier wordt handel gedreven.

Er wordt gebouwd, gegraven en luxe supermarkten openen hun deuren in Mazar-e-Sharif. Turkse zakenmannen komt hier graag. Gouverneur Atta Mohammad Noor, oftewel de Koning van het Noorden, balanceert behendig tussen het vullen van zijn eigen zakken en net genoeg asfalt en voorzieningen teruggeven aan het volk om grote loyaliteit te behouden.

Klein Zwitserland
Een – uiteraard – Turks bedrijf stampte in 3 jaren tijd het vliegveld uit de grond voor 60 miljoen euro. Duitsland betaalde 48 miljoen van die rekening. Bij de opening in november zei de consul-generaal uit Turkije dat de internationale vluchten belangrijk zijn om de ‘economische potentie van noord Afghanistan’ te benutten. Hij maakte bijzondere vermelding van de Turkish Petroleum Company – het bedrijf zegt binnenkort starten met de winning van olie en gas. Big business dus.
Een veelgehoord cliché bij mislukte ontwikkelingsprojecten is ‘dat Afghanistan nu eenmaal geen Zwitserland is’. Maar het nieuwe vliegveld in Mazar zou zomaar in Genève kunnen staan. Het is met de ratelende bagagebelts, incheckbalies met flatscreens, airconditioning en metershoog glimmend plafond compleet out of context. 

‘De beste training ooit’
De politiemissie van de Europese Unie (EUPOL) heeft het beveiligingspersoneel van het vliegveld opgeleid. Een Duitse trainer zei in een interview dat ‘het de beste en meest professionele training was die ooit in Afghanistan is gehouden’. 
Dat was te merken. Nog nooit eerder had ik zo’n zware security check voor een vlucht van veertig minuten. Met iedere body search of kofferscan word ik zenuwachtiger – ga ik mijn vlucht wel halen? Hoogtepunt is de drugshond. Koffers worden in een lange glazen gang uitgestald. De zwarte hond begint plotseling agressief te blaffen bij de trolley van de man die naast mij staat. Hij verschiet van kleur.
Een Afghaanse politieagent loopt langzaam met een serieus gezicht richting de koffer. Mijn buurman heeft het niet meer. Dan haalt de agent een glazen buisje onder de koffer vandaan en gooit een bal naar de hond. Een test. Alles gaat hier angstvallig volgens het veiligheidsboekje.

Tekentafels
Het vliegveld moet de natte droom van veel politietrainers in Afghanistan zijn. Europa heeft  deze oase from scratch kunnen ontwerpen. Aan de tekentafels van de non place hoefde geen rekening gehouden te worden met ingewikkelde Afghaanse tradities of loyaliteiten; de reden waarom andere politiemissies in Afghanistan geen doorslaand succes zijn geworden.

Ik haal mijn vlucht op het nippertje. We vliegen over besneeuwde bergtoppen naar Kabul. Daar, buiten de poorten van het vliegveld in de boze buitenwereld, is de veiligheid erg verslechterd de afgelopen maanden.
Het is voor de politieagenten te hopen dat de Turkse consul-generaal gelijk heeft en bedrijvigheid zorgt voor een stable and prosperous Noord Afghanistan. Want voor de armoedige real places van Afghanistan, met decennialange conflicten tussen stammen en families, blijken in Europese boekjes maar zelden een antwoorden te staan.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Lotte van Elp is journalist en schrijft voor ontwikkelingsorganisatie Cordaid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief