Dit artikel maakt deel uit van de serie ‘2015: The future we want’ die OneWorld in 2013 initieerde.    

Ploumen lijkt te kiezen voor een gunstig beleid voor Nederlandse ondernemers in ontwikkelingslanden. Verstandig? Onderzoeker bij SOMO Gisela ten Kate zet er vraagtekens bij.

De liefdadigheid stroomt de huiskamers binnen tijdens de inzamelactieactie Serious Request. Drie hippe DJ’s die zes dagen niet eten en een feestje bouwen levert grootschalige actiebereidheid op tegen babysterfte. Even lijkt het of ontwikkelingssamenwerking leeft. Maar de achterliggende problematiek en een structurele aanpak van armoedebestrijding blijven achterwege. En dat terwijl de toename van de wereldbevolking de druk vergroot op voedselzekerheid, het gebruik van fossiele brandstoffen, de opwarming van het klimaat en de schaarste van grondstoffen en water. De ontwikkelingsagenda raakt steeds meer verweven met deze mondiale vraagstukken. Nieuwe internationale doelen zullen daarop in moeten spelen. Als blijkt dat nieuwe doelstellingen het met minder geld moeten doen omdat landen hun hand op de knip houden, hoeft dat niet per se problematisch te zijn. Dan zal minister Ploumen echter wel af moeten van enkele liberale ideeën en met verplichte transparantie voor ondernemingen moeten komen.

Gebonden hulp
Bij een uitzending van het programma Nieuwsuur wordt gesteld dat het terugschroeven van hulp aan Vietnam maakt dat Nederland grote orders gaat mislopen. Ploumen mag uitleg geven of ze wel commerciële kwaliteiten heeft en of ze die zal gebruiken in haar keuze voor partnerlanden. De uitzending doet ontwikkelingssamenwerking voorkomen als een manier om de positie van onze topsectoren te verbeteren. Gebonden hulp (hulp die het ontvangende land verplicht om het geld in het donorland dient te besteden) lijkt terug van weggeweest. De resultaten van dat beleid dat uit de jaren zestig stamt waren echter zeer slecht; de geleverde producten sloten niet aan bij de noden van het land. Bovendien komt geld dat naar Nederlandse ondernemingen gaat niet terecht bij de allerarmsten en is de oneerlijke concurrentie met Nederlandse bedrijven schadelijk voor lokale bedrijvigheid. Ondertussen richt Ploumen een ‘revolverend fonds’ van 750 miljoen euro in dat het ondernemingsklimaat in ontwikkelingslanden zal moeten versterken daar waar het zowel het Nederlandse als het lokale MKB ten goede komt. Ook dit kabinet denkt dat het bedrijfsleven een katalysator voor ontwikkeling is. Echter, verschijnselen als landroof, olievervuiling, kinderarbeid, belastingvlucht en voedselspeculatie worden veroorzaakt door onverantwoordelijke ondernemingen. Hun handelen heeft een negatieve impact op mens en milieu, vooral in ontwikkelingslanden.
 

Gisela ten Kate is werkzaam als onderzoeker bij SOMO. Ze was eerder werkzaam als parlementair medewerker in het Europees Parlement. 

Rood en groen
Private investeringen zijn vele malen groter dan officiële ontwikkelingshulp van overheden. De rol van het bedrijfsleven biedt daarmee grote kansen voor voedselzekerheid en de omgang met mondiale publieke goederen. Juist daarom is het van essentieel belang dat ondernemingen gaan letten op hun impact op ontwikkeling. En juist daarom is het tijd dat de overheid voorziet in bindende afspraken en toezicht op markten. Een goede eerste stap is het streven naar volledige transparantie over bestaande en potentiële effecten op de maatschappij door de gehele keten en over alle transacties die ze doen in ontwikkelingslanden. Doordat transparantie controle mogelijk maakt, zullen schadelijke effecten op mens en milieu, het ontduiken van belasting en het ontstaan van corruptie worden tegengegaan. Ondernemingen die daadwerkelijk aan ontwikkeling willen bijdragen zullen een stap verder gaan, zich richten op lokale betrokkenheid en focussen op manieren om lokale winsten te maximaliseren.

Blauwtje lopen
Dit klinkt misschien als een utopie, maar in landen als Frankrijk, de VS en zelfs de Europese Unie wordt al wel gewerkt aan transparantiewetgeving voor bedrijven. Die initiatieven zullen veel effectiever worden als er zoveel mogelijk mondiaal wordt opgetrokken. Maar er is wel lef voor nodig om nadelige effecten van ons beleid aan de kaak te stellen. Ploumen heeft goede intenties. Zo  pleit ze voor coherentie van beleid. Ze belooft te zullen kijken naar bestaande belastingverdragen en de gevolgen daarvan voor ontwikkelingslanden. Eind maart denkt ze een volledig beeld van haar plannen te kunnen geven. Hoe zullen deze eruit komen te zien?  Zal ze het eigenbelang naar de achtergrond weten te schuiven? Zal de private sector niet de ondernemingen híer maar duurzame ontwikkeling dáár centraal stellen? Durft ze ondernemingen tot een bepaalde mate van transparantie te verplichten? En zal ze hiervoor vechten tijdens het formuleren van internationale doelstellingen voor de periode na 2015? Kortom, zal ze zich staande weten te houden tegenover het blauwe Kamp?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier