Mick Keus (33) heeft zijn eigen jeansatelier in Amsterdam, waar hij afgedankte Levi’s 501 exemplaren een tweede leven geeft door ze op maat te vermaken.  Er is inmiddels een wachtlijst. OneWorld vroeg zich af hoe Keus zijn klanten zo ver krijgt om bijna de nieuwprijs neer te leggen voor een tweedehands broek en zocht hem op. 

Waarom ben je ooit begonnen met het vermaken en op maat maken van die oude Levi’s 501?
“Puur voor mezelf. En een klein beetje uit frustratie. Ik kon gewoon nergens de perfecte jeans vinden. Veel spijkerboeken zijn van stretchmateriaal,  dat vind ik lelijk. Bovendien voel ik me in zo’n broek net zestien. Ik wil iets dat body heeft en dan kom je al snel uit bij raw denim, maar dat zijn stijve broeken die niet gewassen mogen worden, afgeven of gekke bleekvlekken hebben. En ze zijn mega duur. De broek met de juiste wassing, het juiste model,  zonder stretch, normale wasvoorschriften én voor een schappelijke prijs kon ik gewoon niet zo snel vinden. Levi’s 501 heb ik altijd gehad en het model komt heel dicht in de buurt bij wat naar mijn mening de beste jeans is qua vorm van de kontzakken, de taillebandgrootte en de pure wassing. Alleen het model vond ik een beetje verouderd. Ik besloot op een dag om zo’n 501 te vermaken voor mezelf.” Na een kleine stilte: “Om eerlijk te zijn, ik denk ook wel dat ik te zuinig was om veel geld voor een jeans neer te leggen. Kijk, bij mij betaal je ook flink, maar dan heb je wel een op maat gemaakt exemplaar.”

Er bestaat een benaming voor wat je doet: upcycling fashion. Was dat ook je intentie?
“Nee, echt niet. Verre van, zelfs. Ik vind een broek karakter hebben als-ie iets ‘eigen’ heeft. Leer dat gedragen is, een plant die littekens heeft. Dat is emotie! Iemand heeft er verbintenis mee gehad, dat is pure aantrekkingskracht voor mij. Daarbij is het bijna onmogelijk om normale jeans te kopen. En heb je eindelijk een broek gevonden, dan kan je ’m twee jaar later niet meer kopen omdat het model of de wassing  ‘uit’ is.  Dan kom je snel uit bij tweedehands en op maat. Ik heb dus nooit echt een concept bedacht, het is gewoon zo gelopen. Ik hou van spullen met verhalen en ik vind het leuk om daarmee te werken.”

Als je weet hoeveel die grote merken moeten produceren, dat is zó wereldvervuilend, ik geloof daar niks van

Steeds meer kledingmerken stellen zich duurzaam op. Het is natuurlijk ook een reputatiedingetje, maar toch. ‘Duurzaam’ lijkt ook in de modewereld langzaamaan het geitenwollensokkenimago van zich af te schudden. Wat is jouw mening daarover?
“Ik denk dat duurzaam wel van dat oude imago af is, er lijkt bijna een tendens te zijn de andere kant op: als je niet duurzaam doet, ben je eigenlijk een kneus. Daar ben ik wel een voorstander van. Maar tegelijkertijd is het ook een beetje een uitgehold marketingbegrip geworden. Grote merken die overal het label ‘duurzaam’ op plakken. Als je weet hoeveel die grote merken moeten produceren, dat is zó wereldvervuilend, ik geloof daar niks van. Een grote grap wat mij betreft. Manipulatie zelfs! Ik kan me niet voorstellen dat grote merken dat echt doen voor het milieu. Dat doen ze omdat ze anders uit de markt liggen én de Nederlandse overheid dwingt ze om te verduurzamen. Behalve Kuyichi trouwens, die was er al langer mee bezig. Ik geloof wel in die kleinere duurzame merken. Jammer dat die dan weer vaak een stuk duurder zijn. Dan kies ik toch eerder voor niet-duurzame producten waarvoor ik minder betaal, maar waar ik wel lang mee doe. Ik koop bijna nooit nieuwe kleding, af en toe bij H&M maar daar doe ik 5 jaar mee, de rest is tweedehands. Ik geef nauwelijks geld aan kleding uit eigenlijk. Oké, alleen aan m’n hoed.”

Wat geeft jou de grootste voldoening aan je werk?
“Dat ik met m’n handen bezig ben en dat ik een afgedankte broek omtover tot een product waar mensen op slag verliefd op worden. Als zo’n custom-fit jeans klaar is en ik haal ’m uit de wasmachine… Van dat moment word ik heel blij.”

Bestaat jouw klantenkring voornamelijk uit mensen met een hart voor mode én milieu?
“Nee, misschien is dat vijf of tien procent. Maar dat is juist goed denk ik, want anders krijg ik het verkeerde imago.”

Wat bedoel je met ‘verkeerd imago'?
“Als ik puur een duurzaam merk ben, dan is duurzaamheid de reden dat mijn merk bestaat en dan gaat er toch wat ‘sexappeal’ verloren denk ik. Mensen denken nog niet aan honderd procent duurzaam, ze willen gewoon een goede broek. Ik ga ook eerder voor een goede broek dan voor de wereld. Maar ik zal nooit een merk zijn dat op grote schaal en niet duurzaam produceert. Dieren kweken en vermoorden voor hun huid, never.”

Okay, je bent niet per se duurzaam ingesteld, maar stiekem ben je wel heel bewust en correct bezig. Sterker nog, je bent een van de weinigen die ‘duurzaam’ als ‘hip’ weet te slijten.
“Ik ben duurzaam van karakter, onbedoeld. Dat is wat ik ben. Ik hou van tweedehands. Onbewust neem ik dat mee, ik geef heus wel om het milieu. Alles wat je ziet in mijn atelier is tweedehands, maar voor mij gaat esthetiek boven duurzaamheid. Ik hoop dat ik dat ben: stijltechnisch helemaal top, en duurzaam  omdat het normaal is en dat ik er niet mee te koop loop. Ik hoop ook dat dat de toekomst is.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief