”Is er nog geen medicijn tegen Ebola?” vroeg een vriendin mij een tijdje terug, terwijl we gezellig aan de bar zaten in onze favoriete kroeg. Ik dacht aan lunchmomenten bij Wemos. Aan de lunchtafel hebben we het hier vaak over. Terwijl ik mijn glas oppakte, antwoordde ik: “Nee, het levert weinig geld op om Ebola-medicijnen of -vaccins te ontwikkelen.”

Wereldwijde gezondheid krijgt weinig aandacht in het Nederlandse beleid. En dat terwijl grensoverschrijdende gezondheidsproblemen, zoals antibiotica-resistentie, steeds belangrijker worden. Op Wereldgezondheidsdag presenteerde Kaleidos Research het rapport ‘Health has no borders’ en een filmpje dat in één minuut laat zien hoe onze gezondheid samenhangt met andere delen in de wereld. Op 27 mei vindt een afsluitend debat plaats 'Health & the City' in Pakhuis de Zwijger.

Een paar weken later lees ik dat het hoofd van de Wereldgezondheidsorganisatie, Dr. Margaret Chan, de farmaceutische industrie er behoorlijk van langs geeft. Een vaccin voor het Ebola-virus had allang onderzocht en mogelijk ook ontwikkeld kunnen worden. Het Ebola-virus werd in 1976 in Congo ontdekt. Omdat het virus voornamelijk voorkwam in arme Afrikaanse landen, ontbrak het tot ongeveer een jaar geleden aan motivatie om er onderzoek naar te doen, zo stelt Dr. Chan. Ze legt uit dat de winstgedreven farmaceutische industrie niet investeert in producten voor markten waar weinig financiële winst te behalen valt. De woorden van Dr. Chan raken mij.

Waarom moeten er eerst zoveel mensen hun dierbaren verliezen, voordat er actie wordt genomen?

Bang voor te hoge kosten
Dit gebrek aan interesse in ziekten waaraan geen miljarden te verdienen valt, wordt ook schrijnend duidelijk bij de zogenaamde ‘verwaarloosde’ tropische ziekten, zoals dengue en hondsdolheid. Bij elkaar treffen deze ziekten jaarlijks meer dan 1,4 miljoen mensen. En wat te denken van de opkomende, wereldwijde dreiging van antibiotica-resistentie? Verschillende bacteriën worden immuun voor antibiotica. Een blaasontsteking kan door resistente bacteriën ineens niet meer te behandelen zijn. Op dit moment worden er veel te weinig nieuwe antibiotica ontwikkeld. Farmaceuten zijn bang dat ze de hoge kosten voor het ontwikkelen van nieuwe antibiotica niet terug kunnen verdienen.

Oude wijn in nieuwe zakken          
Investeringen in andere, grootschalig te verkopen geneesmiddelen zijn veel geliefder. In veel gevallen zijn dit geneesmiddelen voor ziekten waar al medicijnen voor bestaan. Vaak worden er slechts kleine wijzigingen in aangebracht om ze opnieuw op de markt te kunnen brengen. Uit onderzoek van Wemos en de European Public Health Alliance kwam naar voren dat slechts 4 procent van de nieuwe geneesmiddelen die zijn toegelaten op de markt in Nederland, Duitsland en Frankrijk als nuttige geneesmiddelen werden beoordeeld. Vijftig procent van de nieuwe geneesmiddelen had niets nieuws te bieden, terwijl 45 procent een twijfelachtige toegevoegde waarde had; oude wijn in nieuwe zakken dus. Ik vind dat schokkend.

Torenhoge prijzen voor baanbrekende medicijnen
Als er wel een baanbrekend medicijn op de markt komt, gaat dit vaak samen met torenhoge prijzen. Een goed voorbeeld hiervan is het enorm effectieve Hepatitis C-medicijn Sovaldi. Een pil kost zo’n 1.000 dollar. In de Verenigde Staten betaal je voor een behandeling van twaalf weken 84.000 dollar. Deze kosten zijn veel te hoog en niet in verhouding tot wat de ontwikkelkosten zijn. De farmaceut heeft het patentrecht voor miljarden gekocht en verkoopt het geneesmiddel vervolgens voor ongelooflijk hoge bedragen. Dit systeem van patenten is gecreëerd om nieuwe medicijnontwikkeling te stimuleren, maar wordt vaak misbruikt.

Welvarende landen kunnen de hoge prijzen al nauwelijks ophoesten, laat staan de minder rijke landen. Zo wordt de toegang tot medicijnen iets voor de elite.

Mijn collega Ella Weggen bezocht pas Hepatitis C-patiënten in een ziekenhuis in Spanje. Daar zag zij dat veel patiënten de dure medicijnen niet konden betalen en de overheid het niet vergoed. “Het is enorm schrijnend om mensen te zien wachten op de dood, terwijl er in feite goede medicijnen bestaan,” vertelt ze me aan de lunchtafel. “Gezondheid is een fundamenteel mensenrecht, voor iedereen, jong, oud, rijk en arm. De kosten van medicijnen zouden in geen geval zo hoog mogen zijn dat alleen de welgestelden ze kunnen betalen,” vult ze aan.

Huidig systeem faalt
Bovenstaand voorbeeld en de Ebola-crisis maken op een pijnlijke manier duidelijk dat het huidige systeem van onderzoek naar gezondheid en ontwikkeling van medicijnen faalt. Het is teveel gericht op het verdienen van geld en te weinig op het bieden van behandelingsopties voor patiënten. Dat is slecht voor de volksgezondheid wereldwijd. Wemos, de organisatie waar ik werk, ziet graag dat overheden zich gaan richten op een systeem dat de winst voor gezondheid als uitgangspunt neemt, in plaats van de commerciële belangen. We vinden het belangrijk dat tijdig nieuwe, betaalbare medicijnen en vaccins worden ontwikkeld voor toekomstige epidemieën en verwaarloosde ziekten. Daar profiteert iedereen van – ook de elite.


Dit is deel zes in de blogreeks over mondiale gezonheid. Lees ook het eerste deel over de veiligheid van jouw groente en deel twee over investeren in moeder- en kindzorg, deel drie over investeren in gezondheidswerkers, deel vier over het rendement van investeren in de zorg en deel vijf over toegang tot de zorg.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Werkt bij stichting Wemos.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief