Afghaanse vluchtelingen worden zowel in Europa als Pakistan gedwongen terug te keren naar hun land. Maar van de bijna 400.000 Afghanen die de grens overtrokken, kan bijna niemand zich het ‘vaderland’ nog herinneren. Immers, tachtig procent kwam buiten het land ter wereld. In het door oorlog getroffen Afghanistan wacht hen slechts stof.

In de jaren dat Daryan Begam met haar gezin in Pakistan woonde, had ze het relatief goed. Ze ondersteunde haar vier kinderen, inclusief een gehandicapte dochter, door voetballen te naaien. Een jaar geleden, kort na het overlijden van haar man, begonnen de autoriteiten druk op haar uit te oefenen om naar Afghanistan te gaan. Ze vertrok. Om de huur van haar nieuwe huis te betalen, verkocht ze haar 15-jarige dochter als bruid aan een lokale politiechef. “Ik heb geen man, geen baan en geen inkomen. Het is niet makkelijk om je dochter op deze manier weg te geven. Maar hoe hadden we anders kunnen overleven?”, zegt de moeder.

De weduwe Daryan behoort tot de 365.000 Afghanen die de afgelopen vijftien maanden onder dwang terugkeerden naar Afghanistan. Pakistan wil dat dit jaar alle vluchtelingen – dat zijn er circa drie miljoen – het land verlaten. Na veertig jaar gastland te zijn geweest, vindt de regering in Islamabad het welletjes. De Afghaanse vluchtelingenkampen zouden volgens de Pakistaanse veiligheidsdienst broedplaatsen voor terroristen zijn. Bij de aanslag op een school in Peshawar twee jaar geleden, waar meer dan 150 kinderen werden doodgeschoten, zou een Afghaanse terrorist zijn betrokken.

De grens overgezet 

Maar bijna niemand vertrekt uit vrije wil. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch voert de politie de druk op door huizen en winkels van Afghanen binnen te vallen. Vaak worden de vluchtelingen nog diezelfde dag, met slechts enkele bezittingen, de grens overgezet. Tijd om hun eigendommen te verkopen, krijgen ze niet.

Vluchtelingenorganisatie UNHCR stelt iedere familie die vertrekt een premie van bijna 400 dollar in het vooruitzicht. Alleen geregistreerde Afghanen komen voor het bedrag in aanmerking. De rest keert met lege handen terug naar een land waar tachtig procent niet eens zelf is geboren en dat ze slechts kennen uit de verhalen van hun ouders of grootouders.

De Afghaanse autoriteiten in het straatarme en door oorlog verwoeste land hebben hun teruggekeerde landgenoten niets dan stof te bieden. Hakim Khan, arbeider en vader van tien kinderen, heeft zijn tent op een rotsachtige heuvel in een dorp bij de stad Jalalabad gezet. De regering wees dit stuk grond aan 700 families toe. In de tussentijd zoekt Khan uit waar zijn voorouderlijke huis ooit stond. Documenten bezit hij niet.

De tijdelijke woning bestaat uit resten plastic. Er is geen electriciteit. Voor een emmer water uit het riviertje in het dichtstbijzijnde dorp moeten de vluchtelingen betalen.

Druiven plukken voor vijf dollar 

“De eerste nacht in dit kamp bleven mijn kinderen maar vragen waarom ik het licht niet voor ze aandeed’, zegt een woedende zakenman Nanjialai Khan, die een goedlopende winkel in de Pakistaanse grensstad Peshawar bezat. Hij heeft zijn diensten als landloze arbeider aangeboden om zijn familie van eten te kunnen voorzien. Eerder had hij hier een stukje grond. Maar tijdens zijn afwezigheid pikten de achtergebleven bewoners zijn eigendom in en nu weigeren ze dat terug te geven.

Kinderen rennen in smerige kleding in het vieze vluchtelingenkamp rond. De kampen in Pakistan zagen er niet beter uit, maar daar konden ze wel naar school. “Afghanistan is mijn geboorteland. Ik heb de rotsen en de grond gekust toen ik hier kwam. Maar nu voelt het alsof ik in een gevangenis leef”, vertelt Haji Mahmad Jan (65).

Banen zijn er niet in het land: het werkloosheidspercentage ligt rond de veertig procent. Haji Mahmad verdient de kost door voor vijf dollar per week druiven te plukken.

Een tent in de voortuin 

De meeste kampen zijn gevestigd rond de stad Jalalabad, niet ver van de Pakistaanse grens. Het is er relatief veilig, al hebben de Taliban inmiddels eenderde van het land terugveroverd. In de stad patrouilleren soldaten. Vanwege de stabiele toestand in Jalalabad vestigen niet alleen de Afghanen uit Pakistan zich in en rond de stad, maar komen er hier vluchtelingen uit het hele land. Het gevolg: overbevolking.

Slechts enkele Afghaanse families konden terugkeren naar het huis dat ze tijdens de Russische invasie, nu al weer veertig jaar geleden, moesten verlaten. Het zijn traditionele woningen die voornamelijk van leem zijn gebouwd. In de dorpen is geen water of electriciteit beschikbaar. Rafiullah, ingenieur van beroep, keerde enkele maanden geleden terug. Zijn voorouderlijke huis biedt niet genoeg plaats voor alle families. Hij heeft zolang een tent in de voortuin opgezet. Afghanistan voelt voor hem allesbehalve vertrouwd. “Ik was heel klein toen we Afghanistan moesten verlaten. Ik heb nauwelijks herinneringen aan dit land, dat geacht wordt mijn land te zijn en waar ik een nieuwe toekomst moet opbouwen. Ik weet alleen nog niet hoe.”   

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief