"Elk dorp zal zelf het ruwe materiaal voor zijn garen oogsten. Iedere man en vrouw is betrokken bij het spinnen. En ieder gezin weeft wat echt noodzakelijk is aan kleding",  schreef Mahatma Gandhi ooit. Het weven oftewel Khadi was volgens deze onafhankelijkheidsleider de essentie van de Swadeshi, de zelfvoorzienendheid en zou leiden tot Swaraj, zelfbestuur.

Door te weven vochten de Indiërs voor hun eigen vrijheid. Nu staan de fabrieksarbeiders onder zware druk door de hang in het westen naar goedkope kleding

Het met de hand weven, de echte betekenis van Khadi, was voor Gandhi niet alleen het symbool van de revolutie en het verzet, maar ook het gezicht van de nieuwe Indiase identiteit. Door te weven vochten de Indiërs in dit Aziatische subcontinent, dat toen nog onder Brits bestuur stond, voor hun eigen vrijheid. Nu staan de fabrieksarbeiders onder zware druk door de hang in het westen naar goedkope kleding. Leve de Khadi! Leve het spinnewiel van Gandhi!  

Pyjamabroek
De met de hand geweven kleding is nog steeds erg populair in India en Pakistan, die tot 1947 samen tot de Britse kroonkolonie behoorden. Spijkerbroeken zie je wel, maar de 'legging', zoals ik de shalwar, de pyjamabroek onder de kameez, de lange jurk, noem, boet nog steeds niet aan kracht in. Pakistaanse vrouwen houden van kleding – ik zou bijna willen schrijven: sensuele katoenen kleding – dat ruim en zwierig om het lijf valt. Westerse kleding doet het niet goed. Mango en Zara hebben geprobeerd hun winkels hier in de grote steden te openen. De jonge Pakistanen die in het westen wonen en op bezoek zijn bij hun familie lopen er graag naar binnen. De rest blijft  liever zijn handgeweven Shalwar Kameez trouw.

De westerse mensen dragen dus wel de kledingstukken van Zara en Mango, die ondermeer in Pakistan worden gemaakt. Daarom geven de Pakistaanse textielfabrikanten, die enige tijd geleden nogal zware kritiek kregen te verduren omdat ze zich niet aan de veiligheidseisen hielden – meer dan 300 mensen kwamen bij fabrieksbranden om het leven – het westen ook indirect de schuld van deze 'ongelukken'.

Wij in het westen willen de kleding voor een 'spotprijs' kopen

De kleding moet van de westerse inkopers zo goedkoop mogelijk worden gemaakt. Shuja-ud-Din, verbonden aan het Pakistaanse instituut voor Arbeid en Onderwijs, is het deels met de textielfabrikanten eens. Hij zegt glashard dat 'wij' mede de onveiligheid in de fabrieken in de hand werken. Want wij in het westen willen de Zara en Mango kleding voor een 'spotprijs' kopen.  

Dodelijke valstrikken
Door de moordende concurrentie in de westerse kledingindustrie en de stijgende productie- en arbeidskosten beknibbelen textielfabrieken op de veiligheid waardoor volgens Shuja-ud-Din fabriekspanden in dodelijke valstrikken zijn veranderd.

De veiligheid is wel wat veranderd na ondermeer het bezoek van minister Ploumen van Ontwikkelingszaken en Buitenlandse Handel twee jaar geleden aan Pakistan. Er zijn afspraken gemaakt die er grofweg op neer komen dat als Pakistan zich beter aan de veiligheidseisen houdt er een korting voor de textielfabrikanten in zit. De invoerbelasting in Europa is afgeschaft waardoor een Pakistaanse spijkerbroek goedkoper is geworden.  

Door het chronische tekort aan electriciteit in zijn land komt de kledinglijn vaak niet op tijd af en gaan de broeken en shirts met het dure vliegtuig in plaats van met de goedkopere boot

Maar het gaat niet alleen om de spijkerbroek, legt Shuja-ud-din mij uit. Ondanks de economische crisis in Europa moet er wel vier keer per jaar een nieuwe collectie in de schappen hangen. Door het chronische tekort aan electriciteit in zijn land komt de kledinglijn vaak niet op tijd af en gaan de broeken en shirts met het dure vliegtuig in plaats van met de goedkopere boot. Wie betaalt de extra gemaakte kosten? De fabrikant, en niet de inkoper.

Pakistan is veel te duur
De veiligheidseisen kunnen zijn verbeterd. Maar hoe zit het met de lonen van de arbeiders? Pakistan blijft te duur omdat hier een 'wever' 70 euro per maand krijgt. Bangladesh met 25 euro per maand is toch wel goedkoper om daar met je fabriek naar toe te verhuizen.

Het hele Khadi-concept van Gandhi die als onderdeel van de Swadeshi, de zelfvoorzienendheid, zou leiden tot Swaraj, zelfbestuur, is door het westen om zeep gebracht. De multinationals Zara en Mango treden als de nieuwe koloniale heersers in de voormalige Britse kolonie op, vindt Shuja-ud-din. Maar hoe zit het eigenlijk met de Khadi in Pakistan zelf?

Khaadi
In alle grote steden van het land heb je tegenwoordig een winkel die Khaadi met twee a's heet, waar de verkopers beweren dat de kleding er met de hand is geweven. De stichter van het Khaadi is Shamoon Sultan. Zijn eerste winkel opende hij in 1998. Met een groepje wevers die de shalwar Kameez toen nog echt met de hand maakten. Tot zover klinkt het nog redelijk volgens de leer van Ghandi.

Maar Shamoon, van oorsprong een textieldesigner, wist niet dat zijn winkel zo'n succes zou worden. Khaadi is nu 'fashion', een merknaam, in Pakistan. Je hebt niet alleen Khaadi jurken en broeken, maar ook lakens, theedoeken, en zelfs tegenwoordig Khaadi kopjes, bordjes en schoteltjes en die worden echt niet in de dorpen door de wevers in de kleiovens gemaakt.

Wat zal Shamoon zijn fabrieksarbeiders betalen? Meer dan zeventig euro per maand? Ik geloof er niets van

Khaadi is zelfs al buiten Pakistan te koop. In de grote wereldsteden waar Pakistaanse gemeenschappen zijn neergestreken en binnenkort gaat zelfs het eerste 'fashionhuis' in India open. Er wordt niet meer met de hand geweven. Dus wat zal Shamoon zijn fabrieksarbeiders betalen? Meer dan zeventig euro per maand? Ik geloof er niets van.

Eerlijke kleding
Wellicht is het beter om vast te stellen dat wij en zij allemaal geen eerlijke kledingkopers en inkopers zijn. Maar ook dat Gandhi niet meer van deze tijd is. Hoe ideologisch zijn Khadi verhaal ook klinkt. We zouden het wel een nieuw leven kunnen inblazen. Als merknaam voor eerlijke kleding. Volgens het beginsel van Ghandi om de producenten wat ruimte te geven. Want moeten we echt vier keer per jaar een nieuwe kledinglijn hebben met uitpuilende klerenkasten?  

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier