De Pakistaanse regering en de Taliban zijn rechtstreeks met elkaar over vrede aan het onderhandelen. Niet dat iemand ook maar iets van een uitkomst verwacht. Ze zijn met elkaar aan het praten en dat kan geen kwaad. Het grote probleem is wel dat de Taliban niet de enige extremistische beweging in Pakistan is. Dus zouden er meer militante organisaties met elkaar om die zelfde tafel moeten zitten.

De grote 'grap'
Sinds de voorlopers van deze extremisten, de mujahedin, na de oorlog in de jaren tachtig tegen de Russen in het buurland Afghanistan zich in Pakistan settelden, is er een ratjetoe van radicale organisaties ontstaan. Sommigen werken samen met de Taliban, anderen opereren op eigen houtje. De grote ‘grap’ is dat ze officieel allemaal verboden zijn, maar geen anti-terreurbestrijdingsteam legt de mannen ook maar iets in de weg.

Het interview maakt me misselijk. De bravoure die ik aanvankelijk had een terrorist te interviewen is over. Deze jongens zijn ‘loslopende bommen’.

Het is eigenlijk schandalig als mijn vrienden, waarvan er een nota bene zelfs voor het ministerie van Defensie werkt, ruiterlijk toegeven dat de Pakistaanse geheime dienst, ISI, verscheidene militante bewegingen financieel steunt. De ISI gebruikt deze jongens om aanslagen in het buurland India te plegen, waarmee Islamabad sinds de onafhankelijkheid op voet van oorlog staat. Een van mijn vrienden werkte ooit als de rechterhand van de minister van Kasjmir Zaken – Kasjmir is de Indiase deelstaat waar beiden landen al jaren over vechten – en hij gaf de legercommandant jaarlijks een paar miljoen dollar, die het geld over de militante bewegingen verdeelde.

Vuile spelletjes
Hoe meer ik me in het onderwerp verdiep. Hoe langer ik met mijn vrienden over het terrorisme probleem discussieer. Hoe beter ik begin te begrijpen wat voor een vuile spelletjes er in dit land over de ruggen van de bevolking worden gespeeld. Vorige week nog ging er een bom af op een groentemarkt hier in Islamabad. Het was het werk van een of andere splinterbeweging die tegen de vredesbesprekingen is. Of was de aanslag georganiseerd door de geheime dienst die ook geen vrede wil, de Taliban en co nog steeds hard nodig heeft voor de oorlog tegen India?

“Kan ik niet zo’n terrorist interviewen?”, vroeg ik baldadig aan een van mijn vrienden die voor de overheid werkt. Het liefst zou ik de leider of een uitvoerder van de meest militante beweging na de Taliban, de Lashkar-e-Jhangvi, willen ontmoeten. Een soennitische terreurbeweging die in 1996 is opgericht en zowel in Pakistan als in Amerika op de zwarte lijst staat. De groep is afkomstig uit het district Toba, een van de armste regio’s in de provincie Punjab.

Mijn vriend zal het regelen. Hij belt met het districthoofd in Toba die zegt twee heren voor mij te zullen regelen. Ik kan ze in het kantoor van de lokale overheid interviewen. Zo gemakkelijk gaat het dus.

Allemaal politiek
’s Avonds drinken we een borrel – alcohol is overigens ook officieel verboden – met het hoofd van de antiterreurbrigade in Punjab. Ik vraag hem met grote verbazing waarom ik zo eenvoudig twee terroristen kan interviewen die op de zwarte lijst staan. Waarom arresteert hij ze niet? Hij zou het willen, geeft hij eerlijk toe. “Allemaal politiek hè!”, klinkt het nu bitter.

Op de dag van het interview belt de districtleider dat ze het interview wel kan regelen maar dat ze strikte orders heeft ontvangen geen buitenlandse journalisten meer in Toba toe te laten. “Voor je eigen veiligheid”, is het argument. Het interview is verplaatst naar Lahore.

Vertaler grijpt in
Een terrorist loopt weg als hij mij ziet aankomen. Het was hem niet verteld dat een vrouw hem zou ontmoeten. Volgens zijn religie mag hij slechts zijn moeder, zus en eventuele echtgenote zien. Geen onbekenden van buitenaf. De tweede terrorist draait zich om. Gelukkig grijpt de vertaler in en hij zegt de vragen te zullen stellen.

De jonge terrorist studeert economie aan de universiteit van Punjab. Vaak wordt gezegd dat kansloze jongeren worden geronseld, gebrainwashed om daarna aanslagen uitvoeren. Deze jongen is helder van geest, een intellectueel. Hij legt me uit, zonder overigens het woord terreur of terrorisme in de mond te nemen, dat zijn Lashkar-e-Jhangvi strijdt voor een pure Islamitische staat waarin geen plaats is voor ongelovigen zoals christenen en Sjiieten.

Ik heb een lange lijst met aanslagen voor me liggen, vooral christenen en sjiieten zijn vaak het doelwit. Vorig jaar probeerde een aanhanger van deze terreurorganisatie een school op te blazen. Een moedige tiener, Aitzaz Hasan, wist de bomaanslag met zijn leven te voorkomen door zich op de zelfmoordenaar te storten.

Zuiver islamitische staat
De jonge terrorist die wij spreken betuigt geen spijt. Zijn organisatie is nou eenmaal in oorlog met de staat Pakistan. Ze voeren een strijd om hun land tegen zondige invloeden van buitenaf te beschermen. Binnendringers, zoals spionnen van de Amerikaanse CIA, moeten worden uitgeschakeld. Hij grijpt naar de Koran waarin staat dat er een Jihad mag worden gevoerd als de Islam wordt aangevallen. De besprekingen met de Taliban noemt hij zinloos, zolang Pakistan niet verandert in een zuivere Islamitische staat.

Tijdens het hele gesprek heeft de jongeman naar de grond gestaard, met een sjaal om zijn hoofd. Hij heeft geen een keer oogcontact met zowel mijn vertaler als met mij gezocht. Het interview maakt me misselijk. De bravoure die ik aanvankelijk had een terrorist te interviewen is over. Deze jongens zijn ‘loslopende bommen’. Ze menen werkelijk recht te hebben op hun eigen staat. De Pakistaanse slappe overheid legt ze niets in de weg, omdat het land sinds de onafhankelijkheid met mistige ogen naar India blijft kijken. Bang ooit te worden aangevallen. Daar moet alles en iedereen in Pakistan maar ook daar buiten voor boeten. Is dat niet ziek?
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief