Het is nog vroeg als ik op een besneeuwde berghelling hout bij elkaar sprokkel. In de verre omtrek bergen, sneeuw en steppe. En eindelijk dan de beloofde eeuwig blauwe hemel van Mongolië. De buitenwereld lijkt ver weg vanuit hier. Het nieuws vanochtend: het vuur in mijn gertent was uitgegaan. Nu knettert het vuurtje weer lekker en is het behaaglijk warm terwijl ik een kop thee naar binnen slurp.

Ik ben in Terelj National Park, een eind buiten Ulaanbaator. Het contrast tussen de chaos van de hoofdstad en de ongereptheid van dit beschermde natuurgebied is enorm. Alhoewel, ongerept. Langs de hobbelige weg het park in kom je om de haverklap een toeristenkampje tegen. Allemaal bestaand uit gertentjes net als de mijne. In het weekend worden deze regelmatig gebruikt door Mongoolse stadsjongeren om zich flink laveloos te zuipen. Back to the roots. Maar dan wel met een paar flessen wodka binnen handbereik.

Het reclamebord langs de hoofdweg door het dal prijst het authentieke nomadenleven aan. Zelfs in deze uithoek blijkt het reclamewereldje gevuld met opportunisten. Natuurlijk is het niet authentiek. In een tent pitten lijkt op het nomadenleven maar is dat niet. Het is slapen in een tent. Maar goed, ik ben ook helemaal niet geboren als nomadisch herder in Mongolië en dit ís tenslotte een nationaal park. De alleen maar Mongools sprekende werknemers zijn zelf ook al lang geen herders meer en hartstikke blij met hun baan bij dit kleine resort, dat deels eigendom is van het Nederlandse Tiara Tours. Er trekken wel nomaden rond in het park. Maar daar betaal je dan ook voor. Mijn tent is simpelweg hier neergepoot om toeristen te behagen.

Gelukkig is het landschap wel echt en is dat al eeuwenlang. En de kou is ook echt. Gelukkig zijn de houtkacheltjes ook echt en moet je ook echt zelf opletten of het vuur niet uitgaat. Het personeel legt ongeveer één keer uit hoe het moet en als je niet oplet ben jij degene die ’s nachts in een koude gertent ligt te vernikkelen.  

Verder is er hier naar stedelijke standaarden niet zo heel veel te doen. Maar dat is ook helemaal niet de bedoeling, bedenk ik me terwijl ik de steile berg direct achter het kampement opklauter. Er schijnen hier nog wolven en andere wilde dieren rond te lopen. Niet verbazingwekkend in een land van anderhalf miljoen vierkante kilometer aan natuuroppervlak en een bevolking bestaande uit zo’n drie miljoen zielen. De mens heeft nog niet overal gewonnen. Gelukkig loopt de hond die hier de gers bewaakt tegen ongenode gasten met me mee. Het beest staat al triomfantelijk boven op de rotsen terwijl ik mezelf nog een weg door de sneeuw naar boven baan. Maar het uitzicht is fenomenaal. Ik voel de oermens in mezelf bovenkomen als ik geleund op een afgebroken tak het dal overzie. De wind op de top is ijzig koud en afgezien van de tentjes en houten huisjes langs de hoofdweg is er geen menselijk leven te bekennen. De stilte is oorverdovend.

Ik daal weer af het dal in richting de hobbelige weg die vanuit Ulaanbaator het park in leidt. Met de hond nog steeds trouw naast me loop ik de oneindigheid tegemoet. Hoop ik. Want de waakhond van een nabijgelegen erf staat dreigend te grommen op de weg. Mijn hond rent er op af en na een wilde achtervolging jaagt hij onze belager over een hek heen. De weg is vrij en ik voel me veilig met zo'n kameraad aan mijn zijde.

Maar het is en blijft een hond. En die rennen wel eens spontaan hun neus en hun nieuwsgierigheid achterna. Verdomme. Ik hol er achteraan en kom op het erfje van een Mongoolse familie terecht. Een oude man met een verweerd gezicht schudt me lachend de hand en onder het uiten van iets onverstaanbaars word ik het huisje ingeduwd. Voor ik het weet zit ik aan mijn tweede kom ziltige melk-met-wat-thee. De oude man spreekt geen Engels maar lacht wel heel veel. We roken sigaretten. De vertaling van ons gesprek gaat via de telefoon. Iemand van de aanwezige familieleden heeft inmiddels een Engelssprekend nichtje in Ulaanbaator gebeld die nu onverwacht als tolk fungeert. Er wordt me nog een kom melkthee aangeboden. En nog één.

Gelukkig. Mongolië zoals het in reisgidsen wordt aangeprezen bestaat toch nog. Je moet alleen zelf op zoek gaan. Nu maar hopen dat dat zo blijft, denk ik ‘s avonds voor mijn niet-authentieke gertent terwijl ik moederziel alleen de mysterieuze duisternis in staar. Het is ijskoud, desolaat en donker. En dat is dan wel weer authentiek. Net als de melkthee, de sigaretten en de mensen.

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief