Voor de breedbeeldtelevisie spelen twee Afghaanse jongens een racecomputerspelletje. Een derde rolt een sigaret. ‘Mama, hoeveel kilo vlees moet ik kopen?’ Habib is vandaag verantwoordelijk voor de boodschappen. Marianne geeft hem instructies – vier kilo lam, drie kilo rund en een bus tabak – en geeft hem de pinpas. Habib, Sadiq, Assef, Masihullah, Khan, het zijn vijf van de tien Afghaanse jongens die bij Marianne Bathoorn uit Emmenin huis wonen. Ze zijn uitgeprocedeerd, hebben geen recht op opvang meer. De jongens, net volwassen, zijn alleen naar Europa gekomen, Marianne is hun surrogaatmoeder.

Op straat
Assef sliep illegaal in Ter Apel, maar werd gesnapt. Sadiq doucht en slaapt stiekem in azc Emmen, maar komt overdag bij haar, vertelt Marianne. ‘De IND gooit ze uit de opvang, maar ze kunnen toch niet op straat leven?’ Sinds 1 januari 2010 mogen gemeenten van het rijk geen noodopvang bieden aan asielzoekers, zo zouden uitgeprocedeerde asielzoekers sneller terug keren naar hun land van herkomst. In werkelijkheid komen veel van hen op straat terecht. Of bij mensen als Marianne.

Afghaanse jongens
Habib, Sadiq, Assef, Masihullah, Khan: allemaal hebben ze hun eigen verhaal: over werken voor de Amerikanen, de wraak van de Taliban, de dood van hun ouders, de verminking van een broer, de verkrachting van een zus, het werken als illegaal in Iran. Ze delen hun vluchtverhaal, legden dezelfde helletocht af: in kleine instabiele bootjes, hangend onder vrachtwagens grenzen over, ontsnappend aan de nietsontziende Griekse grenspolitie. Ze delen ook hun ervaringen in Nederland: op zoek naar een slaapplaats – van vriend naar vage kennis en weer terug, onderduiken op azc’s, parkbankjes in de vrieskou –, de gesprekken met de drielettergrepige overheidsinstanties die hun leven bepalen – IND, COA, DT&V – het uitzichtloos wachten. En nu delen ze ook hun leven in het huishouden van Marianne.

Vol
Marianne duwt een hondje opzij, gaat zitten op de grote leren bank en steekt een sigaret op. ‘Melk en suiker?’ Khan heeft koffie gezet. Voor ze een slok kan nemen, rinkelt de telefoon. Het is een Afghaan die al weken op straat leeft. Of ze plek voor hem heeft. Ze schudt haar hoofd, ze zit helemaal vol. Marianne belooft rond te bellen, maar kan hem niet verzekeren dat hij ergens terecht kan. ‘Zo gaat het elke dag. Je breekt hier je nek over de mensen op straat. ‘

Open huis
Sinds ze zeven jaar geleden naar Emmen verhuisde staat haar huis open voor asielzoekers die nergens anders terecht kunnen. Het begon met een Somalische pleegzoon die twee jongens mee naar huis nam. Ze sliepen in de winter op straat. ‘Een week later waren het er tien. Op een gegeven moment zaten er zeventien mensen in huis.’ Marianne haalt haar schouders op. ‘Ik kan niet anders. Rondom Emmen zitten vijf asielzoekerscentra, Ter Apel is vlakbij. Er worden elke dag mensen op straat gezet, of mensen vluchten uit de opvang omdat de Dienst Terugkeer en Vertrek dreigt met oppakken.’

Nodeloos rekken
Voorstanders van het huidig asielbeleid hebben kritiek op mensen als Marianne: zij zouden het verblijf van uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland nodeloos rekken en illegaliteit bevorderen. Maar wat is het alternatief? Mensen aan hun lot overlaten? Voor Marianne is er geen keuze. ‘Ik laat een zwerfkat ook niet aan zijn lot over. Zou ik een mens dan moeten laten doodgaan?’
Bovendien vertikt ze het zich neer te leggen bij het huidige beleid. ‘Het asielbeleid is zogenaamd streng maar rechtvaardig. Maar waarom blijft de IND dan in beroep gaan als de rechtbank een positief besluit over een asielaanvraag heeft genomen? En waarom worden mensen, die aantoonbaar niet terug naar hun land van herkomst kunnen, toch op straat gegooid? De IND lapt zelfs uitspraken van de Hoge Raad aan de laars. Zolang er hier vrouwen met kinderen, gehandicapten en zieken op straat worden gegooid, ga ik door met opvang.’
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief