Suriname is door het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld wegens het schenden van de rechten van twee groepen inheemsen die al eeuwenlang in het oosten van het land wonen. Het is al de tweede maal dat het Hof oordeelt dat het Zuid-Amerikaanse land de rechten van tribale volkeren vertrappelt. Het blijft echter de vraag of het vonnis dit keer wél zal worden uitgevoerd.

Al in 2007 trokken de Kaliña en Lokono, die vlakbij de grens met Frans-Guyana aan de benedenstroom van de Marowijnerivier wonen, naar het Hof in Costa Rica. Ze kregen daarbij juridische hulp van 'Forest Peoples Programme', een Britse ngo gespecialiseerd in de bescherming van het leefgebied van inheemse volkeren. 

De belangrijkste aanklacht luidde dat de staat Suriname de traditionele woongebieden van de inheemse stammen niet wettelijk erkent, noch respecteert. Zo werd de afgelopen decennia meermaals grote lappen dorpsgrond door de overheid uitgegeven aan buitenstaanders, onder meer aan de Amerikaanse aluminiumgigant Alcoa.

Het vonnis geeft ons wat meer zekerheid dat onze dorpen ook voor de komende generaties zullen blijven bestaan, en niet in handen zullen vallen van bijvoorbeeld een buitenlands bedrijf

Na bijna negen jaar van juridische procedures stelt het Hof de Kaliña en Lokono nu in het gelijk. Het vonnis werd eind november al uitgesproken, maar werd onlangs pas bekend. Daarin wordt de republiek onder meer veroordeeld tot het wettelijk afbakenen van de traditionele woongebieden van de stammen, mogen daarin geen economische activiteiten worden ontplooid die de eeuwenoude levenswijze van de stammen kan verstoren en moet er een ontwikkelingsfonds worden aangelegd, waarvan het geld naar projecten moet stromen ten behoeve van de lokale inwoners.

Lange strijd

“Het vonnis is een ontzettend belangrijke stap in de goede richting. Het geeft ons wat meer zekerheid dat onze dorpen ook voor de komende generaties zullen blijven bestaan, en niet in handen zullen vallen van bijvoorbeeld een buitenlands bedrijf”, vertelt Ramses Kajoeramari, dorpshoofd van Langamankondre en een van de indieners van de internationale aanklacht. Samen met het naburige dorpje Christiaankondre vormen de twee gemeenschappen het grotere plaatsje Galibi (750 inwoners), in Suriname en bij toeristen bekend om zijn stranden waar elk jaar weer zeeschildpadden aan land komen om eieren te leggen. “Er is wat toerisme, maar het overgrote merendeel van de inwoners leeft van landbouw en visvangst. Dat maakt het extra belangrijk dat ons leefgebied wordt beschermd”, vervolgt Kajoeramari.

Het dorpshoofd is blij dat er na decennia licht aan het einde van de tunnel te zien is. “De rechters hebben er negen jaar over gedaan om tot een uitspraak te komen, maar onze strijd is al veel langer bezig. Ik herinner me nog hoe mijn vader eind jaren zeventig helemaal naar Paramaribo is gewandeld, honderdveertig kilometer ver, om te protesteren tegen de opdeling van ons dorp door de overheid. Jaar na jaar hebben we petities gediend, we hebben in eigen land rechtszaken gevoerd. Die leidden allemaal tot niks. We zijn dus zeker tevreden met het vonnis, maar we zullen pas helemaal tevreden zijn wanneer de staat het ook wil uitvoeren.”

Net daar wringt de schoen. Dezelfde rechtbank veroordeelde Suriname in 2007 namelijk ook al, in een gelijkaardige zaak. Toen waren het de Saramaccaners, nazaten van weggelopen slaven die voornamelijk aan de bovenloop van de Surinamerivier wonen, die de staat succesvol hadden gedagvaard om het niet respecteren van hun traditionele woongebied. Anno 2016 is dat vonnis nog steeds dode letter, en zijn hun leefgebieden nog steeds niet vastgelegd.

Onbegrip

“Toch blijven we positief denken. Suriname zal uiteindelijk geen andere keuze hebben dan de beslissing van de rechter uit te voeren”, gaat Kajoeramari verder. “Het probleem is dat velen hier niet weten wat de rechten van tribale volkeren precies zijn. Men denkt dat we andermans gebieden willen inpikken, of aanspraak willen maken op de natuurlijke rijkdommen die in de grond steken. Op basis daarvan worden die rechten ons geweigerd, terwijl dat helemaal niet onze bedoeling is. De rechtbank heeft daarom ook besloten dat de overheid binnen een redelijke termijn trainingen moet organiseren voor alle betrokken ambtenaren. Daarin moet hen worden uitgelegd wat onze rechten precies zijn. Zo zal het vonnis niet alleen op een goede wijze worden uitgevoerd, maar zal ook het onbegrip hopelijk verdwijnen.”

President Desi Bouterse gaat graag prat op de inheemse roots die hij zelf heeft

Daarnaast hebben de inheemse dorpshoofden uit het gebied op een afgelopen zondag gehouden vergadering besloten om een delegatie te benoemen die alle dorpen uit het gebied zal afreizen en de inwoners gaat informeren wat de rechtbank heeft besloten. Op die manier krijgt iedereen te horen wat er precies staat in de rechterlijke uitspraak, die in totaal 104 pagina's telt.

Koele reactie

Dat net de regering-Bouterse veroordeeld wordt voor het schenden van de rechten van inheemse inwoners is opmerkelijk. President Desi Bouterse gaat graag prat op de inheemse roots die hij zelf heeft. Toen het Surinaamse parlement Bouterse in 2010 voor de allereerste keer tot president koos, speechte hij hoe bijzonder het was dat een 'kleine indiaan' tot staatshoofd was gekozen. Toch neemt  Kajoeramari het niet enkel de huidige president kwalijk. “De ene regering na de andere regering heeft ons beloofd dit probleem aan te pakken, maar geen enkele heeft het daadwerkelijk gedaan. Zo zie je dat het niet enkel gaat om onbegrip, maar om het ontbreken van politieke wil. Anders was het al lang geregeld geweest”, besluit Kajoeramari.

Suriname is voor elke Surinamer, niemand moet het hele bos voor zichzelf willen hebben

De regering-Bouterse reageert niettemin ook nu weer koeltjes op het vonnis. In een interview met het Surinaamse ochtendblad 'De Ware Tijd' zegt Edgar Dikan, als minister van Regionale Ontwikkeling direct verantwoordelijk voor de rechten van inheemsen, dat hij gaat 'bekijken' hoe het vonnis kan worden uitgevoerd. Dikan: “We werken eraan om binnen de Surinaamse context zo snel mogelijk tot een oplossing te komen. Daarvoor moeten we ook het parlement achter ons hebben, om de wetten daartoe te maken en een oplossing te realiseren. Een termijn wil ik hieraan niet verbinden.”

Parlementslid Rachied Doekhie, een van de leiders binnen de partij van president Bouterse, liet echter al verstaan dat wat hem betreft inheemsen geen aanspraak kunnen maken op een wettelijke erkenning van hun traditionele leefgebieden. “Suriname is voor elke Surinamer, niemand moet het hele bos voor zichzelf willen hebben”, vindt Doekhie.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Redacteur Suriname en de Caraïben. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief