Minister Nafsiah Mboi van Volksgezondheid reageerde geschokt toen de media hem confronteerde met het feit dat in een week tijd twintig kinderen van de honger waren gestorven op het verafgelegen eiland West-Timor. “Waar komen de cijfers vandaan? Ik ken ze niet. Ik wil die eerst checken”, luidde zijn eerste reactie. De minister had het kunnen weten. Het rapport kwam van het regionale bureau voor gezondheidszorg. Waarschijnlijk was het ergens blijven slingeren op het ministerie.

De minister moet zich beter voorbereiden. Grote kans dat er nog meer doden vallen de komende weken. Meer dan vijfhonderd kinderen zijn er slecht aan toe als gevolg van ernstige ondervoeding.

Honger is meer dan schrijnend in een opkomende economische wereldmacht als Indonesië. Waar door de welvaartstijging steeds meer mensen overlijden als gevolg van hartproblemen en suikerziekten. Indonesiërs eten te vet, te veel zoetigheid en een overdaad aan junkfood.
In de shoppingpaleizen in de hoofdstad is dat goed te zien. Veel te dikke kinderen die er aan de cola en de hamburgers zitten. Hun vette buiken puilen over hun broeken.

In het arme West-Timor lopen de kinderen ook met dikke buiken rond, maar dan opgezet door te weinig voeding. Hun haren zijn licht bruin, een teken van een zwaar tekort aan bouwstoffen.

Ik las het verhaal van een moeder die haar kinderen zo lang mogelijk in de ochtend laat slapen, zodat ze maar twee maaltijden per dag hoeft te maken. Meer geld is er niet. Naar school gaan ze ook niet.

In Jakarta eten ze de hele dag door. Kinderen beginnen al met snoep in de ochtend of ijsjes. Er komen steeds meer luxe centra waar de rijke dikke middenklasse een programma volgt om af te vallen of het vet laat wegzuigen.

Door het gapende gat tussen arm en rijk krijg je de contrasterende cijfers dat een kwart van de Indonesiërs te dik is en een kwart te mager.

Volgens de NGO, het Verbond van Welvarende Dorpen (ADS), is er heus wel genoeg te eten in Indonesië, maar wordt het oneerlijk verdeeld. Het meeste voedsel gaat naar het overbevolkte eiland Java waar ook de nationale regering zetelt.

Er zou meer voedsel verbouwd moeten worden. De regering is veel meer geïnteresseerd in het bedrijfsleven, dat als de motor achter de economie wordt beschouwd. Maar 70 % van de bevolking werkt wel als (landloze) boer. Door slecht beleid moet er te veel eten worden geïmporteerd. De gewone man heeft daar geen geld voor dus die eet niet meer dan een bordje witte rijst met pepers of mie waar geen enkele voedingsstoffen in zitten.

Zelfs de Wereldbank (waar Nederland zijn geld voor ontwikkelingsprojecten instopt) heeft gewaarschuwd dat vijftig miljoen mensen aan ondervoeding lijden.

Ondertussen heeft de minister gereageerd. Maar zijn opmerking slaat de discussie dood. Dat is misschien ook wel zijn bedoeling. Volgens de bewindsman is er genoeg voeding op West-Timor maar weten de ouders gewoon niet hoe ze hun kinderen te eten moeten geven.
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief