Als een land door een ramp getroffen wordt krijgt het vaak hulp aangeboden van andere staten,  internationale organisaties, ngo’s en zelfs van particulieren. Deze hulp kan de capaciteit van de getroffen staat aanvullen zodat overlevenden zo snel mogelijk de meest elementaire hulp ontvangen. Soms weigert een getroffen staat hulp, zelfs als het zelf onvoldoende of niet genoeg capaciteit in huis heeft of in wil zetten om adequaat op een ramp te reageren. 

Richtlijnen en handboeken bieden raamwerk
Het internationale recht bevat geen harde, bindende regels die staten vertelt wat ze moeten doen nadat ze getroffen zijn door een ramp. Er bestaat dus ook geen duidelijke regel wanneer een getroffen staat humanitaire hulp moet accepteren. Er zijn wel veel instrumenten en documenten die iets vertellen over hoe een staat zou moeten reageren en op welke wijze landen hulp kunnen bieden. Het gaat vooral om niet juridisch afdwingbare richtlijnen en handboeken die hier en daar aangevuld kunnen worden met internationaal recht dat zijdelings van toepassing is, zoals het vluchtelingenrecht. Met al deze bronnen samen, is het mogelijk om iets te zeggen over wat een staat voor humanitaire hulp moet bieden nadat het getroffen is door een ramp. 

De getroffen staat is verplicht om toestemming te geven als het zelf onvoldoende capaciteit heeft om adequaat te reageren op de ramp

Een staat is in de eerste plaats ‘baas in eigen huis’. Dat hangt samen met beginselen als staatssoevereiniteit en territoriale integriteit De getroffen staat heeft de primaire rol om te reageren op de ramp. Dit betekent dat de staat een inventaris moet maken van wat er nodig is (bijvoorbeeld veldhospitalen of voedsel bieden), na moet gaan wat het zelf kan bieden en wat het van anderen nodig heeft. Hiertoe moet de staat vervolgens verzoeken doen of aanbiedingen van hulp accepteren en, heel belangrijk, expliciet toestemming geven voordat externe hulp het land binnen kan. De getroffen staat is verplicht om deze toestemming te geven als het zelf onvoldoende capaciteit heeft om adequaat te reageren op de ramp, een norm van internationaal recht zou schenden door geen toestemming te geven of geen goede reden heeft om de hulp te weigeren. 

Beroepen op rechten van de mens
Op zich bieden deze regels een raamwerk van wat een getroffen staat moet doen, maar bij toepassing in de praktijk blijkt dat de regels niet concreet genoeg zijn. In Italië werd in 2009 hulp geweigerd nadat L’Aquila was getroffen door een aardbeving. Volgens sommigen reageerde Italië effectief op de ramp maar er zijn ook geluiden dat Italië niet goed heeft gehandeld. Nadat Myanmar externe hulp weigerde, vond er een internationale discussie plaats of Myanmar verplicht kon worden hulp te accepteren. Overlevenden van de ramp verloren veelal een dak boven hun hoofd, hadden moeizaam toegang tot voedsel en water, waren middelen van bestaan kwijtgeraakt en hadden niet direct toegang tot medische hulp. Maar zelfs in deze extreme situatie was het lastig om aan te geven welke normen van internationaal recht werden overtreden. Bovendien is het moeilijk om te beoordelen wat geldige en geen geldige redenen zijn om hulp te accepteren.

Het IVESCR zegt dat staten mensenrechten moeten realiseren door internationale samenwerking, met gebruik van alle beschikbare middelen

Een manier om het raamwerk concreter te maken is door beter gebruik te maken van de rechten van de mens, vooral het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR). Dit verdrag bevat het recht op huisvesting, voedsel, water en gezondheid; rechten die zeer relevant zijn in rampsituaties. Bovendien zegt het verdrag dat staten de rechten moeten realiseren door internationale samenwerking, met gebruik van alle beschikbare middelen (ook middelen die internationaal beschikbaar zijn) en dat staten gerichte stappen moeten maken om de rechten te realiseren. 

Het IVESCR kan ertoe bijdragen dat de standaarden in het algemene internationale recht concreter worden. Zo kunnen de mensenrechten helpen om te bepalen wat de staat onmiddellijk na een ramp moet doen. Als de staat dit niet kan zou het hulp moeten aanvaarden. Doet de staat dit niet, dan schendt het een mensenrechtenverplichting en dus een norm van internationaal recht. En naarmate de staat verder verwijderd is van de realisatie van de rechten, moet het wel heel zwaarwegende redenen hebben om hulp te weigeren. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Stefanie Jansen deed promotieonderzoek aan Tilburg University en onderzocht de verplichtingen van staten om internationale hulp aan te …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief