In Sierra Leone, het kleinste land van de met ebola besmette landen, kijkt UNICEF-directeur Roeland Monasch vol hoop naar de toekomst. De meeste ebolaklinieken zijn nagenoeg leeg en de regering heeft besloten de scholen weer te openen eind deze maand. Maar er zijn ook weer 55 nieuwe ebolagevallen bij gekomen in de afgelopen week. 

Guinee, Liberia en Sierra Leone zijn al bijna een jaar in de greep van het ebola virus. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) zei deze week dat er 24.666 mensen in de West-Afrikaanse landen ebola hebben en er zijn 10.179 doden gevallen. Ten opzichte van begin maart zijn beide getallen gestegen. 

Komende week moeten de 2,5 miljoen inwoners van de hoofdstad Freetown weer binnenblijven. Gaat dit ervoor zorgen de nul gevallen te bereiken?
“Het zogenaamde ‘Getting to Zero-initiatief’ van de Nationale Ebolaraad, waar UNICEF deel van uit maakt, sluit volgende week voor 3 dagen alle hoofdstraten af. een lochdown noemen we dat. Vrijwilligers gaan langs alle deuren in onder meer Freetown om informatie uit te delen en voor casefinding – het vinden van nieuwe besmette ebolagevallen. Dit doen we ook om mensen duidelijk te maken dat ze nog steeds preventiemaatregelen moeten blijven gebruiken en ze het vertrouwen te geven dat hun kinderen straks veilig weer naar school kunnen.”

Waarom doet UNICEF, de Verenigde Naties’ kinderrechtenorganisatie, eigenlijk aan ebolabestrijding in Sierra Leone?
“De president van Sierra Leone riep eind juli vorig jaar een noodsituatie uit, nadat het eerste met ebola besmette geval bekend werd in mei. Op die dag is de grote meerderheid van het personeel van internationale ngo’s vertrokken. Ze werden teruggeroepen naar de hoofdkantoren, omdat ze niet wisten wat ze met de situatie aan moesten. UNICEF is toen gebleven, naast Artsen zonder Grenzen (AzG). Omdat UNICEF in Sierra Leone al een van de grootste partners in gezondheidszorg was, namen wij veel taken over.

Helaas zijn er de afgelopen maanden meer kinderen aan niet ebola-gerelateerde ziekten gestorven, omdat iedereen zo bang is zijn kind naar de kliniek te brengen. Uit angst dat de ouder of het kind als een ebola-geval geïdentificeerd wordt. Er zijn veel meer kinderen dan normaal aan bijvoorbeeld malaria overleden, omdat ze dus niet naar de kliniek kwamen om de medicijnen te halen die er wel waren.”

In een YouTube-clip zegt u dat de strijd tegen ebola niet wordt gewonnen in klinieken, maar juist in de samenleving zelf.
“Klopt. Een van onze initiatieven is 'social mobilisation', een bewustwordingscampagne onder de bevolking. In het begin werd ebola niet echt serieus genomen. Wij hebben toen op radiozenders in Sierra Leone, 62 in totaal, zendtijd gehuurd en uitzendingen over ebola preventie de wereld in gestuurd in alle lokale talen. Ook hebben we een deur-tot-deur-campagne opgezet tijdens een lockdown in september. Drie dagen hebben we het land stilgelegd, zodat 27000 vrijwilligers langs de deuren konden gaan om mensen te informeren en om zeep uit te delen.”

Een social mobilizer spreekt inwoners van Freetown toe over ebolapreventie. Foto: Tanya Bindra.

Wat doen jullie verder om het virus tegen te gaan?
“In augustus vorig jaar waren er maar twee ebola-behandelklinieken in het land. Die van AzG en een overheidskliniek. In die laatste konden artsen en verplegend personeel eerst niet werken omdat er geen beschermende pakken waren. Sindsdien kopen wij zeventig procent van alle pakken in.

Daarnaast hebben we 46 Community Care Centers opgezet, een soort plattelands-klinieken specifiek voor ebola. In het begin waren veel mensen zo bang voor het virus dat ze doktoren met stenen de dorpen uit joegen. In onze plattelandsklinieken werkt nu lokaal personeel. De dorpen hebben zelf de leiding. Zo zijn mensen sneller geneigd hulp te zoeken dichter bij huis.”

De afgelopen week  zijn in Sierra Leone toch nog 55 nieuwe infecties gesignaleerd. Dat zijn er nog steeds veel.
“Dat komt door twee dingen. De traditionele praktijken in Sierra Leone zijn erg diep geworteld. Zo houden veel mensen vast aan de traditionele  behandeling van lijken en wassen ze de lichamen voor de begrafenis. Hierdoor kan het virus zich verder verspreiden. Daarnaast heeft het land een vrij goede wegenstructuur en is het relatief klein, waardoor ebola zich sneller verspreidt.”

Nu gaat het volgens u zo goed dat eind van de maand de scholen weer open kunnen?
“Ja. We hopen iedere dag op nul nieuwe gevallen. Zo dicht bij het einde zijn we wel. Contact tracing is van groot belang in de aanpak van ebola: nagaan met wie iemand die de ziekte  heeft in contact is geweest. Helaas zijn er in de districten Freetown en Port Loko nog steeds nieuwe gevallen waar we de aanleiding niet van weten. Dat blijft zorgelijk.”

Helaas zijn er in de districten Freetown en Port Loko nog steeds nieuwe gevallen waar we de aanleiding niet van weten.

Hoe realistisch is het om dan de scholen weer open te kunnen doen?
“We moeten nog beter ons best doen. We werken met organisaties samen en op iedere straat lopen social mobilisers. Maar er zijn toch altijd mensen die afwijkend gedrag vertonen en te bang zijn van hun tradities af te wijken. Toch denken we dat we heel binnenkort een dag hebben met nul gevallen.”

UNICEF krijgt twee derde van zijn geld van overheden. AzG doet dit bewust niet om neutraal te blijven. Merkt u iets van uw financiële afhankelijkheid in de strijd tegen ebola?
“Omdat wij geld krijgen van donorlanden proberen ze je beleid soms te beïnvloeden. Dat kan ik niet ontkennen. Sommigen die veel geld geven zijn helemaal niet betrokken en anderen die minder geld geven willen bij wijze zeggen wie ik moet inhuren. Die mensen moet je op een beleefde afstand houden. Dat is een diplomatiek spel waar wij soms mee te maken hebben.”

Uiteindelijk willen zowel UNICEF als AzG levens redden. Werken jullie samen?
“De operatie van AzG is heel anders dan die van ons. Zij zijn een noodhulporganisatie en wij werken zowel op noodhulp als op systeemniveau, zoals het verbeteren van de gezondheidszorg. We hebben wel gezamenlijk het Ministerie van Gezondheidszorg geholpen met het preventief uitdelen van malariatabletten. En AzG had in de piekfase vier gespecialiseerde klinieken in vier districten, terwijl wij werken met alle klinieken in alle districten om systemen op te zetten. Eigenlijk kan je onze werkwijzen niet vergelijken.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0565

Over de auteur

Freelance journalist, onderzoeker, antropoloog. Ik werk voornamelijk aan sociale en menselijke onderwerpen: migratie, etniciteit, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief