Tamelijk bizar was het, mijn verblijf met een Nederlandse tv-ploeg in Gambia. De kleinste staat op Afrika’s vasteland staat bekend om zijn gezellige dictator. De beste man, die zich graag laat betitelen als ‘His Excellency Sheikh Professor Alhaji Dr. Yahya Abdul-Azziz Jemus Junkung Jammeh Naasiru Deen, Commander in Chief of The Armed Forces and Chief Custodian of the Sacred Constitution of The Gambia’, verklaarde onlangs iedere homo in zijn land persoonlijk te zullen onthoofden. Zijne doorluchtigheid claimt verder AIDS te kunnen genezen met een geheim kruidenbrouwsel.

Gambia heeft nochtans nóg een leuke troef, namelijk het welig tierende sekstoerisme. Nou zijn lustvakanties op zich natuurlijk niets bijzonders, denk aan Aziatische viespeukenparadijzen als Thailand. Maar het is wél opvallend dat Gambia niet alleen de geijkte dikke kale kerels op zoek naar strak jong vlees aantrekt, maar ook veel overrijpe dames op jacht naar amoureuze avonturen met Gambiaanse rastaboys de helft zo oud als zijzelf.

Over die treurige types wilde de tv-ploeg graag een documentaire maken. Ik was ter elfder ure meegevraagd als regelneef-met-lokale-kennis-van-zaken, aangezien mijn beeldbuiscollega’s vanuit Nederland weinig succes hadden geboekt met het op afstand regelen van perskaarten, interviews en zulks meer.

Ik zal de details achterwege laten van mijn marathonsessies in de achterkamers van het Ministerie van Communicatie, teneinde de juiste papieren te regelen voor de tv-ploeg. Volstaat te zeggen dat ik, gewapend met het geduld van een Zen-monnik, nogal creatief met de waarheid heb moeten omspringen (‘We are here to highlight tourism in beautiful Gambia…’).

Een voorbeeld van de geportretteerde dames kan ik jullie echter niet onthouden. Linda, zo’n vrouw die ze alleen in Engeland voortbrengen. Begin 60, maar steevast gehuld in rokjes en glittertops. Door kettingroken gezegend met de stem van een bootwerker. Een hart van goud, maar naïef beyond belief. Tijdens haar eerste vakantie in Gambia was ze op de dansvloer versierd door een man van omtrent dertig, die haar had toegefluisterd dat hij nog maagd was. Linda was verrukt. Een paar romantische vakanties later trouwden ze, en Linda trok in op zijn compound, het ommuurde complex waar hij, zoals gebruikelijk in Gambia, woonde met een zwik familieleden.

Tot zover niets aan de hand, vond Linda. Ja, er waren wel vaak dingen kapot in de compound, en ja, zij was wel altijd degene die daarvoor betaalde – net als steeds vaker voor voedsel en drank. Maar wat gaf dat, die mensen waren toch arm? Ook het feit dat manliefs familieleden niet bepaald vriendelijk voor haar waren – behalve natuurlijk als het op geld aankwam – nam Linda graag voor lief.

Totdat ze kortgeleden ontdekte dat twee van de vrouwen op de compound de echtgenotes waren van haar (islamitische) man, en een stel kinderen die er rondliepen feitelijk zijn kroost. Linda kijkt beduusd terwijl ze haar verhaal vertelt, gezeten achter een middagbiertje op het verlopen guesthouse van een constant door bloedmooie hoeren omgeven landgenoot (die ook een bar runt in Cambodja…zucht).

Geloof het of niet, maar verloren gevallen als Linda vind je in Gambia bij bosjes – net als onfrisse figuren als haar hoererende landgenoot. So much, zou ik zeggen, voor de zegenende effecten van het moderne massatoerisme.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief