Ik zit in de tuin en lees de krant. Zometeen sta ik op om een kopje koffie te zetten – fairtrade, bio, met een hybride roeiboot hierheen gebracht – helemaal in orde. De krant vertelt me over de staat van de wereld en het stemt niet vrolijk. Ik lees en lees… en daarna… daarna sta ik op om boodschappen te doen. Het slechte nieuws gaat bij het oud papier. De moeilijkheden in de wereld worden vervangen door gedachten over tomatensaus (zelf maken of niet, welke tomaten en hoeveel dan precies?) 

Bij de ingang van de supermarkt komt het terug… de scherpe kantjes van de wereld. De verhalen die ik net in de papierbak gooide, staan nu in de vorm van een schuchtere straatkrantverkoper naast de schuifdeur van de supermarkt. 

Het keuzestresscentrum slaat aan: Die straatkrant, kopen of niet?

Bij de ingang van de supermarkt komt het terug… de scherpe kantjes van de wereld

Ik denk terug aan de discussies die ik met vrienden voerde over het kopen van zo’n krantje. Ik herinner me een oproepje in de Rotterdamse straatkrant om geen geld te geven aan de verkopers, maar juist het krantje te kopen. Het is een baan, ze zijn geen bedelaars, zoiets stond er in de tekst. Toen ik in Amsterdam kwam wonen, zag ik juist veel meer mensen die wat geld gaven, een blikje cola, een biertje, maar geen krantje kochten. 

Tijdens een borrel bleek dat mijn vrienden in verschillende kampen zaten, de één betoogde dat haar straatkrantverkoper al vijf jaar op dezelfde plek stond, en dat ze zo gedeprimeerd raakte van het idee dat er geen vooruitgang was voor de vrouw. Dag in dag uit in hetzelfde winkelcentrum in een middelgrote woonwijk aan de rand van het centrum. Een vriend zei dat hij op de dag dat zijn salaris werd gestort altijd een krantje kocht. Weer een ander vraagt gewoon aan de verkoper of hij wat kan meebrengen uit de supermarkt. Hij wil het krantje niet – de inhoud spreekt hem niet aan.  Mijn grootouders raakten bevriend met hun lokale verkoopster en schrijven brieven naar haar nu ze weer in Roemenië woont. In de keuken staat een foto van de vrouw met haar zoontje. 

Zelf koop ik hem soms – maar op een rationeel antwoord komen hoe het precies komt dat ik er de ene dag eentje koop, en de andere dag niet… nee. Soms heb ik cash, soms heb ik haast, soms koop ik een fles wijn voor een etentje bij vrienden en koop ik mijn schuldgevoel af. 

Ik blader de straatkrant door en leg hem bij de rest van de woorden waarvan ik niet weet hoe ik me ertoe moet verhouden. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Revka (1986)  is een schrijvende toeschouwer. Geboren in Berlijn, na wat omzwervingen nu neergestreken in Amsterdam. Daar werkt ze op …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief