Dit keer heb ik het uitgesteld mijn Nigeriaanse vrienden te vertellen over de baan die me is aangeboden. Over de idiote voorstellen die ik eerder kreeg, hebben ze zich begrijpelijkerwijs vrolijk gemaakt. Zoals de gouden carrière in de showbusiness die me werd voorgespiegeld in een appartement met rondscharrelende ratten, door een directeur die niets van me wist (behalve mijn huidskleur). Mijn vrienden hebben hun hoofd geschud over de veelbelovende aanbiedingen die luchtkastelen bleken, zich verbazend over die blanke vrouw die alles wel geloven wou. Maar deze kans die zich drie weken geleden voordeed, is anders. Deze baan in Lagos sluit daadwerkelijk aan bij mijn profiel, lijkt uitdagend en, nog belangrijker, lijkt echt te bestaan. Ik zou dolgelukkig moeten zijn.

Banen aangeboden krijgen in een land als Nigeria, waar een kwart van de werkzame bevolking werkeloos is, is een ontnuchterende ervaring. Ik besef heel goed dat de meeste voorstellen zijn gebaseerd op een zeer beperkt aspect van mijn identiteit, kenmerken waarvoor ik geen enkele eer kan opeisen noch ooit enige moeite voor heb hoeven doen: ik ben een blanke Europese vrouw.

In Lagos herinnert iedere kans die ik in de schoot geworpen krijg me aan de intelligente, ambitieuze, hoogopgeleide Nigeriaanse jonge mensen die ik ken, wanhopig op zoek naar een baan. Vooral die ene die op Facebook zo hartbrekend eerlijk schrijft over wat werkeloos zijn doet met je eigenwaarde. Hoe je op een gegeven moment gaat geloven dat het met jou te maken heeft. Hoe je op een gegeven moment aan jezelf en je capaciteiten gaat twijfelen. Ik lees zijn updates altijd, maar ik reageer nooit. Ik weet gewoonweg niet wat ik moet zeggen.

Op deze blog schreef ik eerder over hoe het voelt te worden beoordeeld en afgeserveerd op het feit dat ik blank ben. Ik legde uit dat ik dat niet zo erg vind – zolang het maar openlijk gebeurt. Eerlijk gezegd heb ik veel meer moeite met de onverdiende voordelen die het blank zijn mij opleveren. Daarover voel ik me schuldig. Daarom schrik ik ervoor terug mijn vrienden te vertellen over de aangeboden baan. Ik ben er werkelijk opgetogen over, maar een zeurstemmetje in mijn hoofd zegt me dat ik daar het recht niet toe heb.

Wat zou ik dan moeten doen? De baan weigeren in solidariteit met de Nigeriaanse werkeloze massa’s, een golfplaten krot huren in de moeraswijk Makoko in Lagos en maar zien hoe mijn verwende Europese maag tyfus en cholera verdraagt? Zou ik in Nederland moeten blijven om Nigeria’s warme welkom te mijden? Een Nigeriaanse vriend die werkt op een Nederlandse universiteit moest lachen toen ik het hem voorlegde. Hij heeft geen geduld met dit soort scrupules. ‘Ik werk in jouw land, toch? Dus ga jij werken in het mijne. Het is de 21ste eeuw!’

Privilege en schuldgevoel lijken hand in hand te gaan, als je tenminste iets van moreel besef in je lijf hebt. Je schuldig voelen over iets waar je niets aan kunt doen, is echter een totaal onproductieve emotie. (Het maakt je bovendien een makkelijk slachtoffer voor emotionele chantage, maar dat is een onderwerp voor een andere column).

Waarmee privilege wel hand in hand zou moeten gaan – behalve verrekte dankbaar zijn dat het lot je deze bevoorrechte positie heeft toebedeeld – is de verplichting er verantwoord mee om te gaan. Privilege gaat gepaard met de ethische verantwoordelijkheid niet alle kansen die je worden geboden aan te grijpen, alleen maar omdat het kan.
Daarom weigerde ik voor te kruipen in de schaduwloze wachtrij bij de Iyana-Ipaja bushalte, ook al drong de buschauffeur ‘Madam, madam, come now!’ er nog zo op aan. (Ik vreesde trouwens ook de reactie van de twee Yoruba vrouwen die voor me stonden te wachten, het zweet parelend op hun voorhoofden, als ik zou voordringen. Het gesis waarmee ze lucht tussen hun tanden zouden zuigen zou meer walging uitdrukken dan woorden ooit zouden kunnen).

Vorige week kreeg ik weer een baan aangeboden. Of ik niet het hoofd van een privé-basisschool in Lagos wilde worden. Natuurlijk moet de school nog worden opgezet en zo, maar ik zou op het schoolterrein kunnen wonen en van daaruit kunnen beginnen. Degene die het vroeg heeft geen idee of ik eigenlijk wel van kinderen hou. Of ik geen kick krijg van stiekem peutertjes knijpen als niemand kijkt. Of ik hou van gebakken kinderlevertjes bij mijn ontbijt en hun niertjes in tomatensaus bij de lunch. Laat staan of ik beschik over enige pedagogische achtergrond of kennis over het runnen van een basisschool.
De kansen die je worden geboden vormen slechts een deel van je privilege.

Het grootste privilege is nee kunnen zeggen.

P.S. Ja, ik weet dat ik vaag blijf over die interessante baan. En ik weet dat je nieuwsgierig bent ernaar. Ben je helemaal? Ik heb mijn les geleerd! Ik zeg er geen woord over tot ik duizend procent zeker weet dat het doorgaat.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Femke van Zeijl woont en werkt als freelance correspondent in Lagos, Nigeria. Zij is de enige Nederlandstalige journalist gevestigd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief