Toen ik onlangs na een wekenlange reis terugkeerde in Dakar stonden er in de stad ineens overal kuddes schapen geparkeerd. Ze struinden langs kruispunten, bevolkten braakliggende terreinen en verstopten straten. De bus waarmee ik de stad inreed strandde in een file veroorzaakt door honderden dieren die doodleuk over de snelweg slenterden.

Het ging hier niet om permanente nieuwe stadsbewoners, zo vertelde mij de buschauffeur, maar om schapen die – al wisten ze dat zelf nog niet – vertoefden in het voorportaal van de dood. Het offerfeest stond namelijk voor de deur.

Het offerfeest, een van de belangrijkste feesten van de Islam, voert terug op een verhaal in de Koran waarin de profeet Ibrahim bij wijze van geloofstest zijn enige zoon moet offeren aan Allah. (Het verhaal staat ook in de Bijbel en in de Tenach, waar de profeet respectievelijk Abraham en Awraham heet.) Op het moment dat Ibrahim daadwerkelijk zijn mes wil planten in de halsslagader van zijn kroost, komt Allah tussenbeide met de mededeling dat het doden van een schaap ook wel volstaat.

Afgelopen maandag was het zover. Mijn Senegalese makker Aziz had me uitgenodigd om Tabaski, zoals het offerfeest heet in Senegal, te komen vieren bij zijn familie in een buitenwijk van Dakar. Voor vertrek had hij me ’s ochtends in een kleurrijk Senegalees gewaad gehesen waarin ik me, hoe goedbedoeld het gebaar ook was, ietwat clownesk voelde. De grote grijns waarmee Aziz’ stokoude vader me begroette toen ik wat later onwennig de binnenplaats van het familiehuis opstapte maakte gelukkig veel goed. In de schaduw van een muur achter de grijsaard stonden vijf schapen in alle rust te herkauwen. Stilte voor de storm.

Maar eerst kwam het gebed. De moskee naast het huis puilde al snel zo uit dat velen hun gebedsmatjes dan maar gewoon op straat uitrolden. Ik heb het al vaak gezien, dat publiekelijke bidden van Moslims, maar het blijft een fascinerend schouwspel. Jammer dat ik de woorden van de imam, via donderende luidsprekers uitgestrooid over eindeloze rijen gelovigen, niet kon verstaan.

Direct op het bidden volgde het offeren. Vijfmaal achtereen zag ik hetzelfde: sterke mannenhanden keerden een schaap op zijn rug, waarop de buurtslager de blootgelegde hals met twee, drie krachtige halen van zijn mes tot aan de wervels doorsneed. Enkele seconden van gorgelend geluid en verbazend veel bloed later brak hij dan de schapennek middels een krakende ruk aan de kop. Binnen no time lagen er vijf dode schapen in het zand.

Die moesten vervolgens natuurlijk nog wel worden verwerkt tot koteletten. Zonder dralen begon Aziz aan zijn schaap (het idee is dat elke getrouwde man op Tabaski een exemplaar aanschaft). Halverwege het afstropen van de huid drukte hij ineens zijn bebloede mes in mijn handen: ik moest het ook maar eens proberen, dat slachten. Even slikken, maar vooruit. Het was gemakkelijker dan ik had gedacht. Voor ik het wist had ik het schaap van de rest van zijn vel ontdaan.

De rest van de dag hebben Aziz, zijn familie en ik zoveel schapenvlees gegeten dat ik er nog steeds een beetje verbaasd over ben dat we er niet allemaal van zijn gaan blaten.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief