In de Democratische Republiek Congo probeert MONUSCO, een van de grootste VN-vredesmissies, de algehele structuur van het land te verbeteren. Daarnaast bouwen hulporganisaties als ICCO er scholen en ziekenhuizen. In hun werk vullen ze elkaar aan en door samen te werken boeken ze vooruitgang in de strijd tegen seksueel geweld, ziet VN-medewerkster Chantal Daniels

De straten van Goma (Oost-Congo): in een chaos van zwaarbeladen trucks, kruiwagens, fietsen en taximoto’s probeer ik zo goed en kwaad als het kan de diepe kuilen in de weg te mijden. Tussen dit alles staan politieagenten wanhopig het verkeer te regelen, dumpen trucks grote hopen zand, proberen vrouwen vlees, groente en fruit te verkopen en vragen gehandicapten en blinden om geld. Congolese wegen hebben geen goede reputatie, Congolese chauffeurs evenmin. Opvallend in dit plaatje zijn de enorme aantallen witte VN-auto’s en trucks van ontwikkelingsorganisaties.

De Democratische Republiek Congo is een land zo groot als West-Europa dat tussen 1998 en 2003 het centrum van de Afrikaanse wereldoorlog was. Het vredesakkoord van 2003 maakte officieel een einde aan de oorlog, maar voor veel mensen in het oosten van het land is het conflict nooit geëindigd. Aanvallen door rebellengroepen, plunderingen door het nationale leger en gewelddadige verkrachtingen zijn voor velen nog steeds de dagelijkse realiteit.

Verenigde Naties
Ik rij zelf in een witte auto van de Verenigde Naties. In Congo heb je een van de grootste VN-vredesmissies ter wereld. MONUSCO is zowel een militaire als een civiele missie. Wij werken aan dingen die vaak minder zichtbaar zijn voor de bevolking, zoals de wederopbouw van het justitiële apparaat, het monitoren van mensenrechten, het ontwapenen van rebellengroepen en het trainen van het leger. Wat wij doen is grootschaliger dan wat de ontwikkelingsorganisaties doen. Ons doel is om de algehele structuur van het land te verbeteren, om vrede, veiligheid en ontwikkeling op de lange termijn mogelijk te maken. Om dit te doen werken we samen met de Congolese overheid.

Maar in de praktijk blijkt ons werk lastig. De VN werkt met een zogenaamd mandaat. Dat is een vastgestelde opdracht, waarin is vastgelegd wat wij in Congo kunnen en moeten doen. Daaraan zijn we gebonden. Zo’n mandaat is echter vaak gebaseerd op een compromis tussen de verschillende lidstaten van de VN. Dat beperkt onze slagkracht, maar heeft, aan de andere kant, wel het voordeel dat het beleid door vrijwel alle landen van de wereld wordt gesteund.

Ontwikkelingsorganisaties
Medewerkers van organisaties als ICCO, waar ik voor heb gewerkt, rijden ook in witte auto’s daar Goma. Zij houden zich bezig met het opbouwen van scholen, ziekenhuizen en opvangcentra. Maar ze doen veel meer dan dat. Met lokale organisaties proberen ze de gemeenschap zélf het heft in handen te laten nemen, door hen de mogelijkheid te bieden zichzelf te ontwikkelen. Zo richt de (door ICCO ondersteunde) lokale organisatie SARCAF zich op scholing en training van mannen en vrouwen. Vrouwen leren bijvoorbeeld dat ze het recht hebben om van hun man te scheiden, en dat huiselijk geweld niet mag. Andere organisaties, zoals bijvoorbeeld DFJ,  bieden juridische hulp aan de vele slachtoffers van seksueel geweld.

Het voordeel van ICCO en hun lokale partnerorganisaties is dat ze vaak klein, flexibel en creatief zijn. Ze staan dicht bij de mensen in het land. Hun werk sluit direct aan bij de behoeftes van mannen, vrouwen en kinderen die daar leven. Ze bereiken veel. Maar aan de oorzaken, die aan de basis van de problemen liggen, kunnen ze vaak maar weinig veranderen. De echte oorzaken liggen vaak bij corruptie of het slecht functioneren van de staat, en daar hebben organisaties weinig invloed op.

Ieder heeft een eigen taak
De VN of ICCO? Ik kan niet zeggen welke van de twee organisaties in Congo het beste werk verricht. Ze hebben elkaar nodig. Ieder heeft zijn eigen taak. Ze vullen elkaar daarmee vaak goed aan. Zo proberen ze beide, vanuit hun eigen benadering, de Congolese overheid te stimuleren haar rol te spelen. De samenwerking tussen de VN en ontwikkelingsorganisaties zorgt er bijvoorbeeld voor dat er vooruitgang wordt geboekt in de strijd tegen seksueel geweld. We zetten ons samen in om te patrouilleren in onveilige gebieden, terwijl tegelijkertijd  slachtoffers van seksueel geweld medische ondersteuning krijgen en mensen op het platteland worden voorgelicht over de gevaren van seksueel geweld. Maar uiteindelijk moet de Congolese overheid ook zelf verantwoordelijkheid gaan dragen. De VN en de ontwikkelingsorganisaties kunnen niet eeuwig het gat dat de overheid laat vallen blijven invullen. Willen we ervoor zorgen dat onze activiteiten echt effect hebben, dan zullen we de overheid mee moeten krijgen. Het einddoel is om al die witte auto’s uiteindelijk van de straten van Goma af te krijgen.

Chantal Daniels werkt voor de VN-vredesmissie MONUSCO in Oost-Congo. Ze is sinds 2011 coördinator van de gezamenlijke strijd van de overheid, VN en ontwikkelingsorganisaties tegen seksueel geweld in de Democratische Republiek Congo. Daarvoor werkte ze als expert ‘fragiele staten, veiligheid en vredesopbouw’ bij ontwikkelingsorganisatie ICCO.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief