Rena Effendi, succesvol fotografe uit Azerbeidzjan, bezocht plaatsen waar niemand anders kwam en nam persoonlijke portretten mee terug die het leven in deze gebieden treffend illustreerden. Hiervoor ontving zij afgelopen week een Prins Claus Award. In de Prins Claus Gallery is tot 9 maart 2012 de expositie Lives Behind te zien.

De Prins Claus Awards worden jaarlijks uitgereikt aan individuen, groepen en organisaties voor hun uitmuntende prestaties op het gebied van cultuur en ontwikkeling. Rena Effendi wordt geëerd voor haar bijzondere foto’s van de bewoners van isolation zones: gebieden die eigenlijk onmogelijk zijn om in te leven maar waar mensen er toch het beste van maken. Zo volgde ze zes jaar lang de oliepijplijn van Azerbeidzjan naar Turkije en legde ze de verwoestende invloed van de olie industrie op de maatschappij, het milieu en de levens van mensen vast. Verder fotografeerde ze transgenders in Turkije, de inwoners van de nog steeds radioactieve omgeving bij Chernobyl en de bevolking van Georgië tijdens de oorlog. “Ik focus me op de onzichtbare mensen, die niet interessant genoeg zijn voor de alledaagse media.”

Gefeliciteerd met de Prins Claus Award!
“Dankjewel. Ik ben heel blij met de Award, het is erkenning voor het werk dat ik de afgelopen tien jaar gedaan heb. De prijs heeft me op de kaart gezet in mijn eigen land, er is opeens veel aandacht van de lokale pers voor mijn werk.”

Volgens het Prins Claus Fonds is het uitzonderlijk voor een vrouw in Azerbeidzjan om fotograaf te worden. Waarom is dat?
“Het is opzich niet uitzonderlijk voor vrouwen in Azerbeidzjan om fotograaf te worden, het is uitzonderlijk om een succesvol fotograaf te worden. Dat heeft niet met vrouw zijn te maken maar met de media in het land. We hebben geen goede onafhankelijke pers in Azerbeidzjan. De ene helft wordt gecontroleerd door de overheid en de andere helft is commercieel. Media als human interest magazines zijn er nauwelijks.”

Het Prins Claus Fonds vindt dat Lives Behind het fotografische bewijs is dat te veel mensen zijn gestrand in de nasleep van industriële ontwikkeling en het kapitalisme. Is dat ook de boodschap die je wilt verspreiden met deze tentoonstelling: industriële ontwikkeling maakt meer slachtoffers dan dat het goed doet?
“Het gaat me niet om de cijfers of aantallen, maar elke industrie brengt menselijke slachtoffers met zich mee, dat wil ik aantonen. We zouden hier verantwoordelijker mee om moeten gaan. Dat geldt vooral voor de olieindustrie: die levert nauwelijks banen op voor de lokale bevolking dus het doet helemaal niets voor de regio waar de industrie zich bevindt.”

Waarom heb je ervoor gekozen isolation zones te fotograferen?
“Dat was niet echt mijn bedoeling. Ik heb niet van te voren een lijstje gemaakt met obscure bestemmingen of nagedacht over het thema isolatie, het is gewoon zo gelopen. Ik wilde dat er meer nieuwsgierigheid en betrokkenheid zou komen naar deze plaatsen. Pas later bleek er een overkoepelend thema.”

Wie hoop je met je werk te bereiken?
“Ik wil met mijn foto’s een zo breed mogelijk publiek bereiken. Dat probeer ik zowel met boeken als in tijdschriften. Vaak is het niet makkelijk om in tijdschriften te publiceren. Magazines zijn vaak gefocussed op hard nieuws en de standaard onderwerpen. De focus van de media van westerse landen ligt altijd op de hot zones: de plekken waar oorlogen en rampen zijn. De rest is niet interessant. Ik richt me op de onzichtbare mensen. Dat het niet interessant is voor de standaard media betekent niet dat het geen aandacht verdient.”

Je bent nu tien jaar bezig. Heb je verbeteringen gezien in de gebieden waar jij gefotografeerd hebt?
“In Baku (Azerbeidzjan) zijn wel de nodige dingen veranderd. Er zijn nieuwe banen gecreëerd en nieuwe gebouwen gekomen. Ik vraag me alleen af of dat ook daadwerkelijk een verbetering is. We hebben nieuwe, hippe hotels, dure juweliers en populaire modeketens maar zijn dat wel onze prioriteiten? Gebeurt er ook iets voor het platteland? De economie in Baku is heel erg stedelijk  georiënteerd. We zouden ons  moeten focussen op verschillende sectoren, zoals landbouw, educatie en gezondheid.”

Hoe ga je om met alle ellende die je ziet? Raak je nooit moedeloos?
“Nee, nooit. Ik heb veel plezier in mijn werk en het geeft me energie. Ik besef me dat ik de ellende niet kan veranderen, ik heb geen toverstok waar ik een keer mee zwaai zodat alles weer goed is. Mijn manier om er iets aan te doen is fotografie. Fotografie is mijn taal, zo informeer ik mensen over de situatie. Verder ben ik sowieso een liefhebber van een donkere dingen, ik zoek het op. Ik hou ook van donkere muziek.

Je woont momenteel in Caïro waar je mensen tijdens de revolutie in Egypte fotografeert. Ben je optimistisch over hun toekomst?
“Ik ben hoopvol. Optimistisch betekent dat je ervan uit gaat dat alles goed komt.”

Foto boven: oudere vrouw keert terug naar huis na een bombardement. Thsinvali, Georgië. © RENAEFFENDI/INSTITUTE
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief