Ik kan het niet laten nog één keer een weblogje over de ‘heilige’ maand Ramadan te schrijven, omdat Pakistaanse moslims me zo sterk blijven verbazen. Aan de buitenkant lijkt het zo’n ongelooflijk conservatief moslimland met de vele gesluierde vrouwen, de bebaarde mannen in hun witte of grijze traditionele Salwar Kameez en vooral vele moskeeën op iedere hoek van de straat. Maar je moet de binnenkant van de samenleving leren kennen om te ontdekken hoe liberaal de Pakistaanse middenklasse is. Ik heb er al vaker overgeschreven, maar nu tijdens de Ramadan valt me hun ‘westerse gedrag’ des te sterker op.

Ik ben in het snikhete Lahore, de culturele hoofdstad, waar de mussen bijna dood van het dak vallen. Overdag is er niets op straat te beleven. Alle theehuizen en restaurants zitten dicht vanwege de vastenmaand. Lahore is in een diepe slaap verzonken. Pas tegen zevenen als het vasten mag worden gebroken, komt de stad tot leven. Dan neemt de drukte op straat zo sterk toe, dat je bijna onder de voet wordt gelopen door moslims die in alle haast naar huis of restaurants rijden om op tijd vooral te drinken en te eten.

‘Belachelijk’, noemt mijn Pakistaanse gastheer de roekeloze, hongerige automobilisten. Een bureaucraat die me vanavond in contact wil brengen met een vooraanstaande politieke leider. Inshallah! We zitten vast in het verkeer waardoor ik alle tijd heb hem flink uit te horen. “Als ik een paar uur niet eet val ik flauw”, noemt hij als argument. Maar dat geldt toch voor iedere gelovige, opper ik. En staat niet in de Koran geschreven, ik heb het even opgezocht: “O gij die gelooft, het vasten is u voorgeschreven, zoals het degenen voor u werd voorgeschreven, opdat gij u zult hoeden voor het kwaad”. Ik ga nog even verder met mijn betoog. Want is het niet een plicht om te vasten? Ik stelde die vraag een paar dagen geleden aan een Ulama, een geestelijke, in een moskee in Lahore. “Een belangrijk streven binnen de Islam is om niet alleen vrede met zichzelf, maar ook rust en gelijkwaardigheid van alle individuen en naties onderling te bereiken”, hield hij me voor. Volgens deze Ulama is het vasten hiervoor het middel bij uitstek.

Mijn gastheer lacht cynisch om de religieuze uitleg. “De bedoeling van de vastenmaand is soberheid. Door niet te eten zou je moeten voelen wat de armen in onze samenleving doormaken. Dat is de zuivere betekenis van de vastenmaand”. Hij wijst naar de bedelaars op straat, die ruw worden afgewezen door de chagrijnige moslims. “Door de economische crisis neemt het aantal werklozen toe. Mensen hebben vaak geen andere optie dan te bedelen. Wat doet de rijke middenklasse voor ze?”. We passeren de PC Hooftstraat van Lahore waar Pakistanen op de parkeerplaatsen voor dure restaurants staan te vechten om een plek. “De vastenmaand bracht je oudsher door met je familie. Niet langer in Pakistan daar zitten de rijken tot in de vroege uren in de trendy restaurants”.

We arriveren bij het huis van de bevriende politicus, een van de leiders van een Islamitische partij. Met zijn vrouw zit hij aan een wodka ‘on the rocks’. Het echtpaar doet niet aan vasten. Ze ervaren de Rosa, zoals de vastenmaand in Pakistan wordt genoemd, niet als een verplichting. “We voelen die saamhorigheid met andere moslims niet. Ramadan is vercommercialiseerd, zoals het kerstfeest in het westen. We doen er niet aan mee”, zegt de gastvrouw.

Op de terugweg wil de bureaucraat me graag even aan zijn kinderen voorstellen, zodat ik de hypocrisie van Ramadan in Pakistan beter begrijp. Hij is gescheiden en heeft twee kinderen, een jongen van 23 en een meisje van 18 jaar. Ze studeren beiden in Lahore. De jongen, een vlot knul in spijkerbroek en kort, modern geknipt haar, noemt de vastenmaand een ‘te gekke maand’. Zeker nu die dit jaar in de zomer valt. De universiteiten zijn gesloten. Zijn moeder, die doorgaans wat strenger is dan zijn vader, geeft haar kinderen tijdens het vasten de vrije hand. “We mogen nu de hele nacht van haar opblijven en het vasten breken. Dus we trekken van de ene groep vrienden naar de andere. Slapen doen we niet. Voor zonsopkomst eten we nog een keer en dan slapen we tot zes uur. De hele dag”. Bijna al zijn vrienden brengen s’ nachts feestend de maand door.

Vanavond zijn ze uitgenodigd in een Pizzeria in de PC Hooftstraat van Lahore of ik mee wil. Ik bedenk me geen seconde.

In het chique Café Aylanto is het om twee uur nog afgeladen vol. Studenten, verliefde paartjes en zelfs gezinnen met jonge kinderen tafelen er tot in de vroege ochtend. Het restaurant is niet de enige in Lahore die stampvol zit. Ik moet denken aan de religieuze woorden van de Ulama, de geestelijke, deze week. “Het vasten heeft ook zijn sociale waarde, de bewoners van dezelfde buurt, rijk of arm, hoog en laag, worden dagelijks in de moskee verenigd op voet van gelijkheid en zo worden door het gebed gezonde, sociale verhoudingen geschapen”. Maar naar de moskee gaan de tafelende Pakistanen uit Lahore niet. “Straks met Idul Fitri, als het Suikerfeest wordt gevierd. We vieren nu vooral feest”, zegt de zoon van mijn bureaucraat.

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief