In de foyer van het Haagse Spuitheater wacht ik samen zo’n honderd andere studenten totdat we hem eindelijk ontmoeten. Een beetje spannend is het wel. Zo vaak krijg je niet de kans om hem in het echt te zien. Op de rij achter mij belt een opgelaten studente nog snel met vrienden: “You réálly have to come, we’re gonna meet him!” Het wachten duurt nu wel erg lang. Eindelijk komt er iemand het podium op. “Hij is gearriveerd, maar moet nog een belangrijk telefoontje plegen. Nog tien minuten geduld dus…” Pfff… bekende mensen komen altijd te laat!

Dan beklimt hij eindelijk het podium: Luis Moreno-Ocampo. Wie? Moreno-Ocampo is de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof. En een ‘naam’ binnen het wereldje van mensenrechten, oorlog en internationaal strafrecht. Bijna nóóit geeft hij een lezing. Maar vanmiddag wel! En ik ben er bij…

Maar waar heeft deze man het dan over? Over veel dingen kan hij niets zeggen omdat hij er geen jurisdictie over heeft. Zoals waarom Bush niet vervolgd wordt voor misdaden in Irak. De VS zijn geen partij bij het Internationaal Strafhof. Aan Moreno-Ocampo vragen Bush te berechten zou volgens hem dus hetzelfde zijn als een Nederlandse rechter vragen om recht te spreken in Mongolië… Een ingestudeerde grap waarschijnlijk, maar kritiek op het Internationaal Strafhof wuift hij zo makkelijk weg!  Hetzelfde voor Iran. Waarom doet hij daar niets aan? “Ik kan niets doen, tenzij er een verwijzing van de VN Veiligheidsraad komt.” Het is de waarheid, maar het is ook wel makkelijk om alles meteen op anderen te schuiven.
Andere zaken waar hij wel over kan praten, vindt hij simpelweg “difficult”. Zoals het gevoel van slachtoffers als in lokale rechtspraak de lager gerangschikte daders vaak de doodstraf krijgen en de verantwoordelijke ‘masterminds’ van een slachting of genocide ‘slechts’ levenslang krijgen bij het Internationaal Strafhof. Hij zucht. “Yeah, that’s difficult…”

De tijd vliegt voorbij! En als de masterclass met Moreno-Ocampo dan echt voorbij is en hij het podium afloopt, wordt hij belaagd door studenten. Iedereen wil hem nog wel wat vragen. Geen kritische vragen over de zaak tegen de Soedanese president Al-Bashir, geen kritische vragen over Libië. Nee, de studenten vragen heel andere dingen. “Can I please take a picture with you?” Hij voelt zich een beetje opgelaten, maar gaat met iedereen op de foto. “Jeetje, hij lijkt net een popidool”, zegt een verbaasde journalist die naast me zit. “Natuurlijk!”, lach ik en ik druk snel mijn fototoestel in z’n handen om ook met het popidool op te foto te kunnen…

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief