Ons team is aan de slag gegaan in het ziekenhuis van Lulimba toen het malariaseizoen in volle gang was. We hadden amper tijd om onze spullen uit te pakken, want er stonden al talloze zieke kinderen op ons te wachten. En nog voor dit er meer, meer en nog meer werden, ontdekten we dat er maar één thermometer in het hele ziekenhuis was. Als de meeste medische testen niet voorhanden zijn, is het in gebieden waar malaria en andere tropische ziekten op grote schaal voorkomen van essentieel belang dat je de temperatuur van patiënten kunt meten. Dus holde het personeel de eerste dagen van de polikliniek via de kraamafdeling, over pediatrie naar interne geneeskunde, op zoek naar dat ene glazen buisje dat zo snel mogelijk onder de oksel van een futloos, koortsig kind moest worden gestoken. Uiteindelijk vonden we twee extra thermometers in de medische kits van Artsen zonder Grenzen, in onze voertuigen.

Het gebrek aan thermometers is slechts één van de vele problemen van het ziekenhuis waar ik werk. De komst van ons team heeft bovendien een aanvullend probleem gecreëerd. Sinds we hier aankwamen en aankondigde dat de gezondheidszorg gratis zou zijn, moet de kliniek het hoofd bieden aan een enorme toeloop van patiënten. Er zijn plannen een nieuw ziekenhuis te bouwen. In de tussentijd gaan we in razend tempo door onze voorraad medicijnen heen, vooral paracetamol en middelen tegen malaria. Het aantal opgenomen kinderen neemt toe, en soms delen er twee of drie noodgedwongen een matras – net als hun moeders, broers of zussen. Het ziekenhuispersoneel moet vreselijk hard werken, maar pakt alles aan met een stevige portie humor en geduld. Toen ik een moeder vroeg die haar kind had bezocht, of ik haar nog ergens mee kon helpen, antwoordde ze in het Swahili. De andere moeders begonnen te lachen en onze verpleegkundige Silele grijnsde. “Ze vroeg of je misschien ook de problemen met haar man zou kunnen oplossen” vertaalde ze. “Maar ik denk dat we vandaag wel genoeg hebben gedaan.”

De tekorten hinderen ons werk elk uur van elke dag. In het begin hadden we geen snelle malariatesten bijvoorbeeld (blijkbaar is daaraan wereldwijd een tekort) en de vele kinderen die we ontvingen met koorts hebben ons kleine laboratorium wat overweldigd. Het is niet meer dan een stoffig kamertje waar een enkele microscoop mooi voor het raam staat om voldoende licht te vangen om de parasieten te kunnen opsporen. De laboranten gebruiken ‘s nachts een zaklamp, die dan reflecteert op de spiegel van de microscoop. In de operatiezaal wordt de patiënt verdoofd met ketamine en worden er vervolgens enkele watten over één neusgat gelegd. Als die op en neer gaan, weet de operatieploeg dat de patiënt ademt. Deze watten, in plaats van de blinkende, piepende machines die aan elke operatietafel in westerse landen staan: het illustreert perfect waarom één Frans zinnetje hier zo vaak over de tongen rolt – Il faut se débrouiller! ‘We moeten het maar zien te redden’…

Omdat een ziekenhuis bouwen tijd kost maar we intussen wel die enorme instroom van patiënten zien, zijn er snelle oplossingen nodig. We hebben de afdelingen interne geneeskunde en pediatrie daarom al verhuisd vanuit overvolle, donkere kamers naar vier grote nieuwe tenten. Zo is er ook ruimte vrijgekomen voor andere diensten. Andere verbeteringen: we hebben nu netten voor over elk bed, om te voorkomen dat malariamuggen de ene na de andere patiënt infecteren. Elke afdeling heeft emmers met gezuiverd, drinkbaar water, waarmee mensen ook hun handen kunnen wassen om zo kruisbesmettingen te voorkomen. Er is intussen licht in het operatiekwartier. Bovendien zijn de instrumenten goed gesteriliseerd, in plaats van ‘geweekt’ in snelkookpannen op houtskoolvuurtjes, zoals gebeurde toen we arriveerden. We hebben een generator die we kunnen gebruiken om patiënten met ademhalingsmoeilijkheden van zuurstof te voorzien. En nu we snelle malariatesten hebben, hebben we ontdekt dat 85 procent van alle kinderen die we voor malaria behandelden, geïnfecteerd was met de potentieel dodelijke P falciparum-variant – en dat wisten we eerst niet.

Vanmorgen werd ik gewekt door de donder en de ranselende regen op het tinnen dak. Deze regen, dacht ik meteen, brengt meer malaria en meer patiënten met zich mee. En bedreigt de nu al gevaarlijke zandwegen en landingsbanen waarop we vertrouwen voor de levering van materiaal en medicijnen die dit afgelegen ziekenhuis zo broodnodig heeft.

Auteur: kinderarts Chris Bird, werkzaam voor Artsen zonder Grenzen in de Democratische Republiek Congo.

Eerder gepubliceerd op www.guardian.co.uk

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief