“Getverderrie!” schreeuwt een boze toerist als ze tijdens het zwemmen opeens op een hoop drijvend afval stuit. Haar vrienden wijzen op nog meer dobberende lege plastic flessen en plastic zakjes in zee. “Vuilnis dat van andere eilanden via de zee op Bali aanspoelt”, beweert een woordvoerder van de Stadsdienst in Denpasar.

Balinees afval
“Ons afval”, kaatst de Balinese activist en populaire rockzanger Gede Robi Supriyanto terug. “Het wordt aangevoerd over een lokaal riviertje uit het achterland.” Want wat moet het overwegend islamitische buureiland Java met hindoeïstische offermandjes? De gevlochten bakjes drijven ook tussen het vuilnis. Gelovige Balinezen steken ze dagelijks op alle hoeken van de straat aan en aan het einde van de dag vormen ze bergen vuilnis?

Plastic
De offermandjes gemaakt van bananenbladeren vormen niet het grootste probleem. Ook niet de rijst of het fruit dat er in zit. Dat is allemaal organisch afval. “Het zijn vooral de plastic flessen die toeristen gebruiken als gevolg van het gebrek aan schoon drinkwater. Ze gooien ze in de rivieren en kanalen. Zo komen ze op de stranden”, legt Gede uit. De zanger van de band Navicula is een kruistocht begonnen tegen de vervuiling van zijn eiland. Maar liefst drie miljoen lege plastic flessen komen dagelijks in het milieu terecht.

Vuilophaaldienst
Bali kent geen recycling van afval. Laat staan een fatsoenlijke vuilnisophaaldienst, wat wel zou moeten. Met een jaarlijks bezoekersaantal van 2,5 miljoen buitenlanders en vijf miljoen Indonesiërs bij een bevolking van 3,5 miljoen zielen, wordt het door kunstenaars en dichters bejubelde ‘idyllische eiland van de Goden’ hopeloos overwoekerd door bergen afval.

9000 ton vuilnis
“Wij allen produceren dagelijks negenduizend ton vuilnis”, vertelt de Nederlandse Muriel Ydo, die opgroeide in Brussel. Ze woont nu al vijfentwintig jaar op Bali. Ooit begon ze er als reisgids toen Bali nog een exclusieve bestemming was, voor reizigers geïnteresseerd in de Balinese traditionele cultuur en eeuwenoude tempels. Sinds het eiland door ‘goedkope’ toeristen wordt overspoeld die niet verder dan hun hotelkamer, het strand of de disco komen, heeft ze zich gespecialiseerd in de afvalproblematiek van het toeristeneiland. Ze helpt lokale ngo’s en schrijft lijvige rapporten voor internationale milieuorganisaties; alles in de hoop het tij te keren. “Je moet je voorstellen dat we met dit afval dagelijks zes olympische zwembaden kunnen vullen en duizend voetbalvelden.” Het afval vormt volgens haar een tijdbom onder de toeristenindustrie. De overheid weigert te luisteren. “Bali kent de luxe van zessterrenresorts, maar vervuilers zoals hotels en restaurants, weigeren voor hun afval te betalen.”

Eenmalig schoonmaken
Als er eens een kritisch verhaal in een internationale krant staat over de bergen afval op het strand van Kuta rukt de Stadsdienst van Denpasar met bulldozers en vrachtwagens uit voor een eenmalige schoonmaakactie. Daarna staakt de lokale overheid de strijd. “Omdat we een groot tekort hebben aan materieel om de vuilnis adequaat op te halen”, verontschuldigt de woordvoerder van de Stadsdienst zich. “Onzin”, beweert Muriel Ydo. “Als de overheid begint belasting te heffen op al het afval dat wordt geproduceerd, zijn er voldoende financiële middelen, denkt ze.

Vuilnisbelt
Het zijn nu de pemulung, de arme Balinezen, die met hun zelfgemaakte houten karretjes langs de hotels gaan en het bruikbare afval meenemen. De resorts steken de rest in brand. Het huishoudelijke afval wordt door vrachtwagens naar de enige grote vuilnisbelt op nog geen vijftien minuten van de toeristenstranden van Kuta gebracht”, waar voornamelijk Javanen het plastic eruit halen. “Balinezen voelen zich te goed om hun eigen troep op te ruimen”, stelt Muriel.

Vuilnis is goud
Ze wijst naar een van de krotten langs de vuilnisbelt waarin de jonge Javaanse Mina (20) met haar man woont. Zij vertelt dat de stank van de vuilnisbelt haar niet deert, net zoals de ongezonde lucht. Voor haar is vuilnis goud. “Ik verdien per maand 240 euro aan de plastic flessen die ik op de afvalberg raap en verkoop. Nergens in Indonesië kan ik zoveel geld verdienen”, vertelt Mina.

Javanen recyclen
Javanen zijn de gastarbeiders van Bali. Zelf noemen ze zich de gelukzoekers. Het zijn de Javanen die het afval recyclen. “Bali heeft geen recyclefabrieken. Java wel. Dus moeten al die flessen over land en per boot worden vervoerd. Het plastic mag niet versnipperd worden, want dat tast de kwaliteit aan. Duizenden vrachtwagens vol lucht en walmende uitlaatgassen gaan hier dagelijks over de weg”, legt Muriel uit.

Oplossing
Muriel en ook zanger Gede stellen voor om zoveel mogelijk plastic op Bali te verbieden. Water kan ook in kartonnen pakken. Het organische afval, zoals etensresten en offermandjes, dat zeventig procent van het afval vormt, zou bijvoorbeeld elektriciteit kunnen opleveren via verbrandingsovens. Een kwart eeuw geleden gaven Balinezen hun etensresten aan de varkens die bijna ieder gezin buiten het huis houdt. Als verpakkingsmateriaal gebruikten ze bananenbladeren. Nu is de plastic zak niet meer weg te denken.

Toekomst
Al het afval bedreigt de economie van Bali, die grotendeels afhankelijk is van de inkomsten uit de toeristenindustrie. “Als we niets doen komt op den duur geen toerist meer naar Bali”, vermoedt Gede. Zijn geliefde eiland is dan veranderd in een grote hoop stinkend afval.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief