“Malinese jongeren roepen op tegen het geweld van de rebellen en zijn bereid de gewapende strijd aan te gaan”, lees ik op de website van TV5 Monde-Afrique. Even later bekijk ik het journaal en zie ik de beelden van een jongeren demonstratie in Bamako, de hoofdstad van Mali. Een geëmotioneerde jongen die familie heeft in het door rebellen beheerste gebied is vastbesloten om de strijd tegen de bezetters aan te gaan nu zijn geboorteplaats verstoken is van voedsel en medicijnen en verkrachting van zijn zussen en tantes een reële bedreiging is geworden.

Ik heb nog steeds moeite te geloven dat wat er nu in Mali gebeurt werkelijkheid is… Een maand geleden was ik nog in Bamako voor een conferentie over jongerenbeleid in West-Afrika. Uit heel de regio waren vertegenwoordigers van jongerenorganisaties gekomen om te debatteren over de grootste problemen waar jongeren in landen als Burkina Faso, Senegal, Ghana, Benin en Sierra Leone mee kampen. Als vertegenwoordiger van Togetthere het jongerenprogramma van ICCO mocht ik meepraten over zaken als jeugdwerkloosheid, HIV/AIDS en de gevolgen van klimaatverandering. Ook werd er gesproken over geweld en conflictsituaties die vooral door landen zoals Liberia en Sierra Leone naar voren werden gebracht. Ik dacht nog: "Ondanks de crisis in het noorden zijn dat in het vredelievende Mali dat ik ken, geen essentiële issues…" Niets bleek minder waar. In een groot deel van het land heerst nu anarchie: winkels, banken, ziekenhuizen en ontwikkelingsorganisaties zijn geplunderd, er zijn berichten dat vrouwen door rebellen worden verkracht en Amnesty International schat dat ruim 200.000 mensen op de vlucht zijn geslagen voor het geweld.

Sinds donderdag 22 maart, toen in de vroege ochtend het nieuws van de staatsgreep naar buiten kwam, volg ik het nieuws op de voet: TV5, France24, Al Jazeera, Jeune Afrique, Malinese websites en blogs, verschillende Facebook groepen en niet te vergeten de dagelijkse telefoontjes met Malinese vrienden en oud-collega’s. Met de toen geplande verkiezingen in april in het vooruitzicht waarvoor president Amadou Toumani Touré (in de volksmond ATT) zich niét verkiesbaar had gesteld, kwam de staatsgreep totaal onverwacht. De militairen die de macht grepen, verklaarden dat ATT niet in staat was om de opstand van Toeareg rebellen in het Noorden aan te pakken. Al sinds de onafhankelijkheid van Mali in 1960 strijden deze rebellen (in heftige of minder heftige mate) voor een eigen staat: l’Azawad. De strijd was eerder dit jaar opgelaaid door versterking van Toearegs die als huurlingen voor Khadaffi hadden gevochten. Na de val van de Libische leider keerden zij zwaarbewapend terug naar Mali. Met een tekort aan wapens en voedsel voelde het Malinese leger zich machteloos en wezen het beleid van ATT aan als oorzaak van hun onvermogen. Achteraf bleek de staatsgreep een ongeorganiseerde, uit de hand gelopen muiterij. Van het machtsvacuüm dat ontstond, konden de rebellen profiteren en binnen een recordtempo van tien dagen veroverden zij de drie grote noordelijke steden Gao, Kidal en Tombouctou waarmee zij de helft van het Malinese grondgebied bezetten. Een extreme paradox omdat de coupeplegers hadden verklaard dat zij met hun machtsovername dit drama juist wilden voorkomen.

De situatie in het noorden is complex. Er zijn meerdere rebellengroeperingen actief die er verschillende doelstellingen op na houden. Naast de separatisten van de MNLA (Mouvement national de libération de l'Azawad) zijn er jihadistische moslimgroeperingen die niet voor een onafhankelijke Toeareg staat strijden maar de invoering van de sharia – het liefst in heel Mali – op hun agenda hebben staan. Ansar Dine is een van deze groeperingen en heeft naar het schijnt nauwe banden met Aqmi – Al Qaida au Magreb Islamique, de Noord-Afrikaanse tak van werelds welbekende terroristenbeweging. Ansar Dine besloot een dag nadat de MNLA de stad Tombouctou had ingenomen, de separatisten te verjagen. Dit lukte en sinds maandag 2 april is de stad in hun handen. Meteen werden de islamitische wetten ingesteld en sindsdien is westerse kleding verboden, moeten vrouwen gesluierd over straat, worden foto’s van ongesluierde vrouwen vernield en cafeetjes worden platgebrand. Terwijl ik dit schrijf besef ik me weer hoe vervreemdend dit moet zijn. Hoewel zo’ n 90 % van de Malinese bevolking moslim is, zijn er maar weinig vrouwen die structureel een sluier dragen. En gek genoeg is het bij de Toearegs gebruikelijk dat de man gesluierd is (met de indigo blauwe cheche) en niet de vrouw! Ook denk ik terug aan kerst 2004, de enige keer dat ik een paar dagen in Tombouctou verbleef en samen met mijn reisgenote biertjes dronk aan de voet van de Flamme de la Paix, een monument aan de rand van de stad ter ere van het vredesakkoord uit 1996 tussen de Toeareg rebellen en de Malinese regering. Een nieuw vredesakkoord zal nog wel even op zich laten wachten nu de MNLA afgelopen donderdag de onafhankelijkheid van Azawad uitriep. De internationale gemeenschap reageerde met een unanieme verwerping van deze unilaterale verklaring.

Zoals altijd met dit soort conflicten, is het de gewone bevolking die de klappen opvangt. Het nieuws uit de bezette gebieden is schaars, maar alarmerend. In de stad Gao waar zowel de MNLA als Ansar Dine voet aan de grond schijnen te hebben is de chaos compleet. Vooral uit deze stad komen de shockerende berichten van verkrachtingen. In Mopti een stad aan de rand van het bezette gebied stonden dagenlang rebellen aan de poort van de stad die zich uiteindelijk na de onafhankelijkheidsverklaring van de MNLA weer terugtrokken. Een enorme vluchtelingenstroom was toen al op gang gekomen. Mijn oud-collega Dramane Keita met wie ik in 2008-2009 samenwerkte bij ONG Walé in Segou zag de colonnes voorbij rijden richting Bamako. Segou werd eerder ook tot de gevarenzone gerekend en Keita had zich vreselijk zorgen gemaakt. Met een hoogzwangere vrouw waren die zorgen niet meteen voorbij temeer omdat door de sancties die buurlanden Mali hadden opgelegd de stad qua voedsel, water, elektriciteit en zorgvoorzieningen verre van normaal functioneerde. Op alle mogelijk manieren was hij aan het hamsteren geslagen. “Met alles wat er nu in Mali gebeurd, schaam ik mij diep om Malinees te zijn. J’ai hônte d’être Malien. Judith, Il faut prier pour nous et pour le Mali”, zegt Keita, hoewel hij weet dat bidden niet tot mijn dagelijkse bezigheden behoort.

Inmiddels heeft Amadou Sanogo, de leider van de coupeplegers de handdoek in de ring gegooid. Vrijdagavond laat sloot hij een akkoord met ECOWAS (Economic Community Of West African States oftwel de CEDEAO – Communauté économique des États de l'Afrique de l'Ouest) waarmee de macht werd overgedragen. Alle sancties tegen Mali werden prompt opgeheven. Zondag werd bekend dat ATT officieel zijn ontslag heeft ingediend wat de weg vrijmaakt voor het aanstellen van een interim president in de persoon van oud-parlementsvoorzitter Dioncounda Traoré. Hij krijgt de lastige taak om binnen veertig dagen nieuwe verkiezingen te organiseren en een weg te creëren voor een oplossing voor de crisis in het noorden.

Afgelopen weekend kwam ook het bericht dat Biya, de vrouw van Keita bevallen is van een dochter. Ondanks alle omstandigheden maken moeder en kind het goed en dat geeft hoop. En daarom wil ik heel plechtig de wens uitspreken dat dit nieuwe leven zo vlak na pasen ergens ook de wederopstanding van Mali moge inluiden. AMINA! Pour vous, famille Keita et pour le Mali.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief