Bij binnenkomst in het dorp Rak Dera Chahal vallen in een oogopslag de gapende gaten in de muren van de armzalige bakstenenhuizen op. “De vernielingen zijn het werk van de feodale landheer”, legt mijn Pakistaanse gids uit. Arbeiders die niet op tijd de huur van deze krotten aan hem betalen, krijgen zijn agressieve handlangers op bezoek. Ongelooflijk dat hij überhaupt nog huur voor deze schuurtjes durft te vragen.

In dit gehucht op zo’n half uur rijden van de Pakistaanse kunst- en cultuurstad Lahore waan ik me in de middeleeuwen. Landloze boeren die voor een appel en een ei in de steenfabriek van de rijke landheer werken en niet beter af zijn dan de lijfeigenen bijna duizend jaar geleden. “Niemand van het openbare gezag protesteert, omdat hier vooral christenen wonen”. Mijn gids wijst naar de protestante kruizen die op sommige huizen staan. “De christelijke minderheid in Pakistan staat nu eenmaal in het overwegend Islamitisch Pakistan op de laagste trede van de ladder. We worden gewoon als voetveeg gebruikt”, klinkt het bitter uit zijn mond.

Een broodmagere arbeider die heeft staan meeluisteren, vertelt dat hij vooral werkt om zijn schulden terug te betalen aan zijn landheer en nauwelijks geld overhoudt voor zijn gezin om te leven. Want als het kwik ’s zomers boven de 45 graden stijgt, sluit de grootgrondbezitter zijn steenfabriek. Hij weigert het salaris van een Euro per dag door te betalen. Zijn ‘horigen’ kunnen voor hun dagelijkse levensonderhoud  een lening bij hem afsluiten. De schulden lopen zo hoog op dat de families die nauwelijks meer kunnen terugbetalen. Een moeder lost haar lening af door in nature terug te betalen. Ze leent haar kinderen gratis aan de landheer uit. Overal op het veld zijn kinderen bezig om met hun kleine handjes van klei bakstenen te maken.

In de stad Lahore is de positie van minderheden niet veel beter. In een van de wijken waar de christelijke liefdadigheidsorganisatie, de Miracle School Ministeries, sinds kort een eigen school heeft, zingen de kleintjes uit volle borst een psalmliedje. ‘Halleluja’, schreeuwen ze als welkomstgroet. De kinderen mogen weer lawaai maken. “Voorheen zaten we in een moslimwijk waar de buren dagelijks kwamen vragen of we konden stoppen met het zingen van christelijke liederen of ze gooiden uit woede stenen door de ramen. Sinds we zijn verhuisd naar de christelijke wijk vallen we niemand meer lastig. Het is voor het eerst in jaren dat we Pasen durven te vieren”, vertelt Rubina Ramzan, die zeven jaar geleden de Miracle school voor wezen uit de sloppenwijken van Lahore oprichtte. Ze stelt dat de intolerantie van moslims jegens christenen in Pakistan groeit, waardoor haar geloofsgenoten niet alleen op het platteland maar ook de stad het steeds moeilijker krijgen. “In deze christelijke wijk voelen we ons veilig. Maar onze leerlingen moeten ’s ochtends wel te voet door moslimgebied. We hebben ze op het hart gedrukt niet te reageren als moslimkinderen tegen ze schelden. Voor je het weet zitten ze in de gevangenis”.

De directrice doelt op de omstreden wet tegen de godslastering, die zelfs minderjarigen strafbaar stelt. “Een getuigenis is onvoldoende om gearresteerd te worden. Zelfs als het om een valse verklaring gaat. Kijk maar naar de zaak tegen de 14-jarige Rimsha, een gehandicapt meisje dat volgens een Islamitische geestelijke een bladzijde van de Koran in brand zou hebben gestoken. Uit onderzoek bleek later dat de geestelijke had gelogen”.

Directrice Ramzan van de christelijke Miracle school maakt zich niet onterecht zorgen. Zo blijkt uit een recent rapport van Centrum voor Onderzoek en Veiligheidsstudies (CRSS) in Islamabad. Het onderzoekscentrum concludeert dat het aantal blasfemieslachtoffers het afgelopen jaar steeg. 114 christenen zitten in de gevangenis. Het onderzoekscentrum vermoedt dat de cijfers veel hoger liggen. Niet alle zaken halen de media. Geen politiebureau durft mededelingen te doen.   

“De blasfemiewet zou afgeschaft moeten worden. Maar geen politicus durft zijn nek uit te steken sinds een minister en gouverneur, die dat wel deden, werden vermoord”, vindt Rubina. De christenen in Pakistan hopen dat Amerika en Europa Pakistan verder onder druk zullen zetten de gewraakte wet te herzien, het liefst nog dit jaar. “We zijn van geboorte allemaal Pakistanen waarom kunnen we niet met meer respect met elkaar omgaan. Niet alleen de bijbel maar ook de Koran predikt vrede”, stelt Rubina. 
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief