De een na de andere dure auto stopt bij het bordes van het parlementsgebouw om een parlementariër op te pikken. Grote glimmende wagens die qua omvang voor sjieke minibusjes doorgaan en in de smalle straatjes van Jakarta maar moeizaam tegenliggers kunnen passeren waardoor ze voor nog meer oponthoud zorgen. Een paar jaar geleden reden Indonesische politici nog in bescheiden auto’s rond. Maar sinds Indonesië met een 6.4 procent jaarlijkse groei zich ook mag scharen in het rijtje van opkomende economieën draait het allemaal om geld en wil iedereen voor het statusgevoel in zo’n grote onbenullige bak rondrijden.

Maar al die dure auto’s moeten wel worden betaald. Dat kan niet van het bescheiden parlementssalaris.

‘Voor een deel wordt het wagenpark gesubsidieerd door rijke partijsympathisanten’, legt Suci (45), van de Democratische Partij van president Susilo Bambang Yudhoyono uit. Deze donateurs willen graag het parlement in. ‘Dus spekken ze flink de portemonnees van de partijtop, die bepaalt aan de hand van de hoogte van de donatie welke plek je krijgt op de lijst van aankomende parlementariërs’, weet Suci uit eigen ervaring te vertellen.

Als voormalige activiste, die in de roerige meidagen op de barricades stond om president Soeharto naar huis te sturen, besloot ze ruim zes jaar geleden de politiek in te gaan. Net zoals verscheidene medeactivisten had ze de naïeve opvatting dat het democratische proces beter vanuit het parlement kon worden aangestuurd.

In haar kiesdistrict won ze genoeg stemmen voor een parlementszetel. Maar tot haar stomme verbazing werd ze van de lijst gekieperd en ging haar zetel naar een van de best betaalde en rijkste advocaten van Indonesië, die niet eens campagne had gevoerd. Ooit de advocaat van Soeharto’s zoon Tommy die nu zelf door zijn echtgenote voor de rechter is gesleept omdat hij achter haar rug een tweede vrouw trouwde. Suci die als troost een baantje op het partijkantoor kreeg overweegt zwaar ontgoocheld de politiek maar weer te verlaten. De ontwikkelingsorganisatie die ze achterliet zit niet meer op haar te wachten en beschouwt haar als een verraadster.

‘Weg is weg’, vindt ook directeur Usman Hamid van de mensenrechtenorganisatie Kontras. Zijn voorganger Anas Urbaningrum, die nu de partijvoorzitter is van president Susilo Bambang’s partij, probeerde Usman lange tijd te bewegen de politiek in te gaan. Usman was verstandiger dan Uci. Hij sloeg het aanbod af, omdat hij al vermoedde dat het grote geld de activisten lonkte. De hele partijtop van de president staat nu in het beklaagdenbankje wegens corruptie. De steekpenningen namen ze niet alleen aan om die dure auto te kopen, maar ook om de partijkas te financieren. Want wie geen geld in Indonesië heeft kan het pluche in het parlement wel vergeten. ‘Onze democratie heeft nog een lange weg te gaan’, zegt mensenrechtendirecteur Usman aan de telefoon. Hij kan pas later komen voor het afgesproken interview. ‘Mijn oude bak staat met pech bij de garage’, zegt hij.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief