WAMENA – "Het bezoek van Joko Widodo was een toneelstukje", zegt pater Frans Lieshout (80) die al 53 jaar in Papoea woont. "Hij werd vanaf het vliegveld naar een zaaltje gereden waar de door Jakarta uitgekozen leiders op hem wachten. De Papoea’s hadden president Joko Widodo vorige maand tijdens zijn bezoek over de aanhoudende mensenrechtenschendingen van de militairen op de hoogte willen brengen." 

Het volk heeft genoeg van de militaire onderdrukking

 

We ontmoeten elkaar deze ochtend op de ‘Pasar Missie’ waar vrouwen op kleedjes hun groente en fruit verkopen. Tijdens de Nederlandse koloniale periode behoorde deze markt toe aan de katholieke kerk. Na de overdracht van de laatste Hollandse kolonie nam de Indonesische overheid de grond in beslag. De bonte kleuren van de parasols waaronder de marktkoopvrouwen zitten, maken tegen het groen van de omringende bergen met de stralende blauwe lucht er boven van de vallei een pittoresk plaatje. "Schone schijn", aldus de pater.

Bloedbaden
Hij wijst achter de brug over de rivier. "Daar wil het leger een nieuw militair complex gaan bouwen. De mensen in de dorpjes voelen zich angstig. Ze moeten dan ’s ochtends voordat ze in de tuinen gaan werken zich bij de soldaten melden. Die vervolgens hun messen, bijlen en andere landbouwwerktuigen van ze af pakken onder het mom dat het wapens zijn. Want zo gaat het al decennia in en buiten de vallei."

Pater Lieshout in een Papoea-dorp

De Papoea’s hebben sinds de annexatie van het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea in 1963 genoeg geweld meegemaakt. Nog niet zo lang geleden vond op de markt waar we nu rondlopen een van de grootste bloedbaden uit de ‘Indonesische bezetting’ plaats. De aanleiding voor het geweld was de vlag van de Papoea’s, de Morgenster, die ze weigerden uit de mast te halen. De toenmalige president Abdurrahman Wahid had geen bezwaar tegen het vrijheidssymbool. Wahid gaf de provincie speciale autonomie en veranderde de naam Irian Jaya, vrij vertaald ‘naakte man’, in Papoea. Zijn vice-president, de nationalistische Megawati Soekarno Putri, dacht er anders over en gaf het leger de opdracht met scherp op de ‘opstandelingen’ te schieten.

Meer dan honderd mensen kwamen in een uur tijd om het leven. Dagelijks nog patrouilleren soldaten over de markt

 

'Niets te verbergen'
Onder Megawati kwamen er restricties voor de buitenlandse pers. Zonder toestemming van het leger en de geheime dienst mocht geen buitenlandse journalist Papoea meer in. Correspondenten konden een visum aanvragen die door bijna alle ministeries moest worden goedgekeurd. In de praktijk werd het verzoek na maanden wachten afgewezen. Widodo beweerde tijdens zijn bezoek dat de provincie weer open is. ‘We hebben niets te verbergen’, voegde hij er nog aan toe. Zijn minister voor Veiligheid en Politieke Zaken, een gepensioneerde admiraal, weigert naar de president te luisteren. De minister van Defensie, de voormalige opperbevelhebber van het leger, vindt dat in enkele gevallen een westerse verslaggever kan worden toegelaten. Zo moet er militaire begeleiding zijn en mogen er geen anti-Indonesië verhalen worden geschreven. Dan riskeert de betreffende journalist het land te worden uitgezet. "Je moet wel uitkijken", waarschuwt de pater mij.

De Markt

Het is algemeen bekend dat militairen miljoenen euro’s verdienen aan de illegale houtkap. Daarom worden pottenkijkers geweigerd. "Jakarta wil wel het goud van Papoea, de rijke bodemstoffen, maar houdt niet van de bevolking", zegt pater Lieshout.

Hij maakte als jonge missionaris de overdracht van de laatste Hollandse kolonie mee. "Het leger viel hier met veel geweld binnen. Vanaf dat moment werden alle cultuuruitingen verboden. Ze mochten niet meer hun liedjes zingen en hun dansen uitvoeren. Kijk om je heen. De winkels achter de marktverkoopsters zijn in handen van de transmigranten, die onder president Soeharto hier in de jaren '70 naar toe zijn gestuurd. De generaal dacht als de Papoea’s in de minderheid zouden raken, de roep naar vrijheid vanzelf zou afnemen. De lokale bevolking voelt zich niet alleen al jaren economisch achtergesteld, maar ook onbemind."

Rebellen van OPM
De verkoopsters vertellen dat ze vanochtend voor dag en dauw vertrokken vanuit de dorpjes in de vallei. Ze zijn te voet gekomen met hun waar in draagtassen op hun rug. "Voor een taxi (een wit busje) betalen we 25.000 roepia’s Dat is veel te duur. Dan houden we niets over", moppert een van de marktkoopvrouwen.

Jakarta wil wel het goud van Papoea, de rijke bodemstoffen, maar houdt niet van de bevolking

De pater geeft mij het telefoonnummer van een van zijn voormalige studenten Markus Haluk. Tegenwoordig is hij de woordvoerder van onafhankelijkheidsleider Benny Wenda, die in ballingschap in Londen woont. Halik komt me ophalen. In zijn huis ergens ver weg in de bergen praten we met de deuren op slot en de ramen dicht. Hij legt me de meest recente politieke ontwikkelingen van de vrijheidsbeweging in Papoea uit. OPM bestaat als rebellenbeweging nauwelijks meer. De belangrijkste leiders zijn doodgeschoten, wonen in ballingschap in het buitenland of zitten in de gevangenis. "Militairen schieten regelmatig een paar Papoea’s neer en zeggen dat het rebellen waren. Anders hebben ze hier geen bestaansrecht meer."

Markus Haluk

 

Markus Haluk

Haluk vertelt over de nieuwe OPM, de Verenigde Bevrijding van West-Papoea, een coalitie van onafhankelijkheidsgroeperingen die afgelopen december in het buurland Vanuatu is opgericht. De Papoea’s zoeken aansluiting bij de Melanesische landen in de regio, zoals Papoea Nieuw-Guinea, Fiji en de Solomon Eilanden. Met hun kroeshaar en donkere huid voelen zij zich meer verwant  met de Melanesiers dan met de ‘straight hairs’, de rechte haren, van de Maleisische Javanen. Tot grote woede van het leger en de regering in Jakarta hebben de leiders in de landen rondom de Stille Zuidzee beloofd de Papoea’s te helpen bij hun onafhankelijkheidstrijd. Als woordvoerder van de nieuwe OPM reist Haluk de hele wereld af om steun te vragen.

Geld is niet het probleem
Maar is Papoea klaar om ook onafhankelijk te worden? Met de pater lopen we langs een dorpje iets buiten de stad Wamena, waar mannen met een schop in het groen aan het graven zijn. "Er komt hier straks een weg. We doen vast de voorbereidingen", legt een van de mannen aan Lieshout uit. Een nieuwe weg klinkt als een positieve ontwikkeling in de vallei waar verschillende dorpjes nog steeds moeizaam bereikbaar zijn. De grote vraag is of die aansluiting er ook daadwerkelijk gaat komen.

Een groot deel van de financiën komt uit de omstreden goudmijn van de Amerikaanse multinational Freeport

 

Geld is niet het probleem. Sinds de provincie speciale autonomie kreeg, wordt het daarmee overspoeld. Een groot deel van de financiën komt uit de omstreden goudmijn van de Amerikaanse multinational Freeport. OPM streed jarenlang vanuit de jungle tegen Freeport omdat het de bewoners van hun voorouderlijke grond afjoeg zonder enige compensatie. Voorheen ging de winst rechtstreeks door naar Amerika en Jakarta. Nu krijgt de lokale overheid ook een portie. "Ieder district ontvangt tegenwoordig honderdduizend dollar per jaar. Er is geen enkele controle op de uitgaven. Papoea’s zijn niet gewend om met zoveel geld om te gaan. Bovendien is delen een onderdeel van de cultuur. Dus gaat er een portie  naar de studie van de neef van lokale leider. Worden er de varkens van betaald voor een feest en staan om de haverklap zijn familie bij hem op de stoep om geld te vragen", legt de pater uit.

Met speren en bogen gaan ze elkaar om geld te lijf

 

Autonomie verdeelt
De autonomie heeft de Papoea’s verdeeld. Iedere buurt wil een eigen bestuur en regio oprichten om zo het goddelijke geld uit Jakarta te ontvangen. De nieuwe districten vallen vaak in het midden van verschillende stammen waardoor de oorlog tussen hen weer is opgelaaid. Met speren en bogen gaan ze elkaar om geld te lijf. "Papoea’s willen allemaal voor de overheid werken en niet meer op het veld. Niet dat ze als ambtenaar echt wat veranderen. Ze zijn materialistisch en lui geworden", klinkt het bitter uit de mond van de pater.

Te voet naar de markt

Toch hebben de Papoea’s – ook al hebben ze er zelf een potje van gemaakt – recht op hun vrijheid. "We moeten zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs wordt verbeterd. Zo leer je de Papoea’s hoe ze moeten besturen. Het onderwijs is slecht. Veel kinderen in de dorpen spreken nog steeds niet het Indonesisch waardoor er een grote schooluitval is. Maar we hebben geen geld nodig. Dat verdwijnt toch in de zakken van corrupte ambtenaren", roept Markus Haluk op.

Potentie
Pater Lieshout is het geheel met zijn oud-student eens. Hij neemt me mee naar het nonnenklooster, waar achter grote muren een geheel nieuw internaat voor meisjes staat. Trots vertelt de pater dat zijn zus het geld in Nederland bijeen sprokkelde. Als een van de meisjes naar buiten komt lopen vraagt de pater naar haar toekomstplannen. "Ik ga naar de zomer naar de stad Jayapura om verpleegkunde aan de universiteit te gaan studeren", vertelt de zeventienjarige Mientje. Ze is het eerste meisje uit haar dorp dat het zo ver heeft geschopt. "Er is genoeg potentie hier onder de jongeren voor een onafhankelijk Papoea", concludeert de pater. "Maar dan moeten ze er ook samen serieus voor werken."

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief