In hun geboorteland moeten Ayesha en Daryll liegen over hun geloof. Volgens hun identiteitspapieren zijn ze respectievelijk een moslim en christen, terwijl ze beiden uit joodse families afkomstig zijn. Ik vind ze na lang speuren in de Pakistaanse stad Karachi. Bijna geen enkele jood durft in de Islamitische republiek voor zijn geloof uit te komen. ‘Jood’ is hier een vloek. De jodenhaat in Pakistan is door de verschillende oorlogen tussen Israël en de Arabische staten, de Palestijnse opstanden en de strijd in de Gazastrook gegroeid. De haat werd nog feller toen de Amerikaanse president Trump Jeruzalem recentelijk als hoofdstad van Israël erkende.

Op de vlucht

We praten over de familiegeschiedenis. Ayesha vertelt over haar Poolse grootmoeder die tijdens de Tweede Wereldoorlog op de vlucht sloeg naar toen nog Brits India. “We waren als kind aan haar lippen gekluisterd als ze vertelde over de gruwelijkheden die ze tijdens de inval van Hitlers leger in haar land had meegemaakt. Ze was 13 jaar toen Duitse soldaten haar vader voor haar ogen wegsleurden. Haar moeder overleed niet in de gaskamers, maar aan ondervoeding in het concentratiekamp Auschwitz.” Ayesha’s oma was een sterke vrouw. Ze kwam in haar eentje naar Karachi waar ze de secretaris-generaal werd van de enige synagoge die toen nog bestond.

Daar ontmoette ze de opa van Daryll, die vanuit Mumbai naar Karachi was gekomen. Hij was de bewaarder van de synagoge. Darylls joodse opa kwam als ‘gelukzoeker’. De havenstad fungeerde destijds als het financiële textielcentrum van de wereld. In Amerika woedde een burgeroorlog waardoor de textielhandel naar Groot-Brittannië tot stilstand kwam. “Het waren vooral Joodse zakenlieden die deze handel domineerden”, vertelt historicus Gul Hasan Kalmatti, die al jarenlang onderzoek doet naar de Joodse geschiedenis in Karachi.

darryl-kleinzoon-grootvder-jood-en-moeder-jood

Zia ul Hag

Het gelukkige leven was voor de grootouders van Ayesha en Daryll helaas van korte duur. Toen de extremistische generaal Zia ul Haq in de jaren zeventig een staatsgreep pleegde en het seculiere Pakistan in de Islamitische republiek veranderde, voelden minderheden zich opgejaagd en bedreigd. Uit haat tegen Israël werd de Joodse religie verboden. De generaal liet de synagoge afbreken. Op die plaats staat nu een foeilelijke shopping mall. Veel Joden vertrokken, maar de families van Ayesha en Daryll bleven.

De kleine vooraanstaande Joodse gemeenschap van toen bestaat niet meer. Toch hebben ze hun stempel ook op het huidige Karachi gedrukt. Het waren Joodse architecten die de gezichtsbepalende gebouwen ontwierpen en de stad een gezicht gaven.

Tolerantie

Darryl neemt me mee naar de enige Joodse begraafplaats in de stad, waar hun geschiedenis nog steeds tastbaar is. Op de vervallen grafzerken, overwoekerd door doornstruiken, valt moeizaam de namen van de overledenen te lezen. Zoals die van Solomon David Omerdekar. Hij bouwde de Joodse synagoge en verschillende scholen waar ook kinderen van moslims, hindoes en christenen meer dan welkom waren. Hij was een van de grote weldoeners van destijds. Religie speelde bij hem nauwelijks een rol.

“Karachi was jarenlang het toonbeeld van tolerantie – een plek waar alle geloven in harmonie samenleefden”, bevestigt Ayesha. Ze probeert tussen het struikgewas naar het graf van haar oma te zoeken. Samen met Daryll is ze een campagne gestart voor behoud van de enige Joodse begraafplaats in Pakistan. Inmiddels hebben ze het stadsbestuur bijna zover dat ze het op de lijst van monumenten plaatsen. Politici zijn voorzichtig – bang dat ze voor Joden worden uitgemaakt als ze de begraafplaats op de erfgoedlijst van Pakistan zetten.

joodse-begraafplaats-11
De begraafplaats

Lichtjesfeest

Ayesha en Daryll zwijgen niet langer. Ze strijden niet alleen voor hun Joodse wortels; ze eisen dat iedere minderheid in Pakistan het recht krijgt zijn geloof in alle vrijheid te kunnen belijden. Dat beloofde de eerst generaal gouverneur Mohammad Jinnah immers toen hij Pakistan in 1947 onafhankelijk verklaarde. Vorige week, zeven dagen voor kerst, was er opnieuw een aanslag op een kerk in een stad richting de Afghaanse grens. Daarbij vielen negen doden.

“Ik ben een Jood. Het is mijn identiteit”, schreeuwt Daryll op straat bijna uit. Is hij niet bang voor vervolging? “Nee. Moslims en joden staan dichter bij elkaar dan ze denken”, legt hij uit. “Veel van onze tradities lijken op elkaar. Voor beide geloven is de vrijdag het belangrijkste moment van de week. We kennen beiden de besnijdenis. Uiteindelijk stammen we allemaal van Abraham af. Hij is voor ons allemaal de sleutelfiguur. Voor de Joden is hij de stamvader van het volk Israël. De moslims noemen hem Ibrahim en christenen beschouwen Abraham als de vader van alle gelovigen”, predikt Daryll.

Volgens Ayesha en Daryll zouden alle religies in Pakistan vandaag samen het lichtjesfeest moeten vieren, in elkaars tempels, kerken, synagogen en moskeeën. Via sociale media roepen ze op tot religieuze eenheid en vrede in hun land. ”Uiteindelijk zijn we allemaal broeders en zusters van elkaar”, stelt een optimistische Daryll.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief