De weelde en luxe in het huis van de Lakhani’s, één van de tien rijkste families in Karachi, overvalt me enigszins. De villa die verstopt ligt achter hoge hekken is volgebouwd met dure meubels, schilderijen en kitsche snuisterijen. En dan is het nog niet klaar. De ‘masterbedroom’ op de benedenetage, die uitkomt op een joekel van een tuin met Grieks zwembad, wordt helemaal opnieuw verbouwd.

Net zoals het landhuis van de buren aan de overkant van de tuin dat compleet wordt gerenoveerd voor de oudste zoon, schoondochter en kleinkind. Twee villa’s waar slechts twee gezinnen in wonen. Tientallen families uit de overvolle sloppenwijken zouden maar al te blij zijn met één kamer.

Die enorme verschillen tussen arm en rijk, moet dat nu echt? “We werken er hard voor”, verontschuldigt Ronak Lakhani zich. Haar schoonvader bouwde het imperium op voor de opdeling van het Brits Indiase rijk. Zijn zonen breidden de handel uit tot een van de grootste conglomeraten die ik weet niet wat allemaal produceert. Het duizelt me als Ronak me het rijtje opnoemt: thee, tandpasta, internet en McDonald’s blijven hangen. Dat mag allemaal in Pakistan omdat er niet zoals in Europa een antitrust regeling bestaat die het domineren van marktposities tegengaat.

Liefdadigheid
k ben bij de familie op bezoek om te praten over hun liefdadigheidsprojecten. Ronak en haar man Iqbal kunnen dan wel tot de rijksten van Pakistan behoren, ze geven ook veel geld weg aan de armen. Zij nam decennia geleden het initiatief toen ze het uitslapen, koffiedrinken met de elitevrouwen en het shoppen beu was. Ze hebben scholen en ziekenhuizen in eigen beheer. Sponsoren de Olympische Spelen voor gehandicapten in hun eigen land. Als ik in haar huis rond kijk met het wagenpark voor de deur, blijft er na het schenken aan de minderbedeelden anders nog meer dan genoeg over. “We hebben een goed leven en daar voel ik me niet schuldig over. We zijn wel degelijk mensen met een hart”, vindt ze zelf.

Volgens een recent rapport staan de rijken van Pakistan bekend als de grootste weldoeners van Zuid-Azië, die jaarlijks 1.7 miljard dollar, een procent van bruto nationaal inkomen, aan liefdadigheid afstaan. Maar ik confronteer Ronak met het feit dat de Pakistanen ook bekend staan als enorme belastingontduikers. Nog geen 7,5 % betaalt belasting onder het mom dat het toch geen zin heeft om je zuurverdiende geld aan de overheid af te staan, omdat het toch in de zakken van de corrupte politici terecht komt. Ronak bezweert dat het conglomeraat van de familie zich wel aan de regels houdt en keurig belasting betaalt.

Belastingontduiking
Nog niet zolang geleden was ik op bezoek bij kandidaat-premier Imran Khan, eveneens een filantroop, die in het westen bekend staat als ex-captain van het nationale cricketteam. Hij woont vergeleken met de Lakhani’s in een klein huisje op een heuvel buiten de Pakistaanse hoofdstad Islamabad. Ik was toen nog wel zo onder de indruk van de geel geverfde villa die zo in het Italiaanse Toscane had kunnen staan. Khan in zijn eenvoudige maar smaakvol ingerichte huiskamer met uitzicht op de heuvels, wil als hij na de verkiezingen op 11 mei aan de macht komt, de belastingbetalers keihard aanpakken. “Alleen de armen in Pakistan betalen belasting. Zij subsidiëren de rijken”. Khan, oprichter van het eerste gratis kankerziekenhuis in Lahore, walgt van deze miljonairs die, nadat ze hun banktegoeden in het buitenland veilig stelden, hun schuldgevoel afkochten door geld aan de armen te geven.

Maar ik vraag me af of Imran Khan de rijke belastingontduikers wel durft aan te pakken. Pakistan verkeert door endemische corruptie en de oorlog tegen het terrorisme in de diepste financiële crisis uit de geschiedenis. De staat besteedt niet meer dan een half procent van het bruto nationale product aan gezondheidszorg. Slechts 1.4 % gaat naar het onderwijs. 65 % van het overheidsinkomen is nodig om de schuld af te lossen aan onder meer  het Internationaal Monetair Fonds. Khan beseft als filantroop heel goed, dat mochten de weldoeners hun hakken in het zand zetten, ze hun scholen zullen sluiten. De overheidsscholen die kampen met een chronisch tekort aan gebouwen en onderwijzers kunnen de opvang niet aan. Evenals in de staatsziekenhuizen waar gebrek is aan personeel en geld.

De rijken vullen met hun liefdadigheid, of het nu afkoping van het schuldgevoel is, het grote gat tussen arm en rijk dat de overheid laat liggen. “Dat is schandalig. Maar het is nu eenmaal onze plicht om voor de minderbedeelden te zorgen”, vindt Ronak Lakhani.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief