Hoog in de bergen van de Soon Vallei hoor je de klingelende belletjes om de nekken van de grazende schapen en koeien. "De dieren zijn naarstig op zoek naar groene grassprietjes. Door het uitblijven van de regens is het hier nu kurkdroog", vertelt projectleider  Mohammad Kamran Anwan van het Pakistaanse Armoede Verlichtings Fonds PPAF terwijl hij een handje stro uit de grond trekt. De dieren hebben last van het grillige weer. "Als het te veel regent, komt er een wormpje in het gras waar de beesten aan doodgaan. Als er geen neerslag valt, blijven de vieze stoffen en bacterien in de lucht hangen. Daardoor worden de dieren ziek. Ze sterven steeds vaker aan de gevolgen van klimaatverandering."

Weg van de Snelweg

Anwan wijst naar het spectaculaire uitzicht dat we vanaf de wijdse weiden over het dal hebben.  Vanaf een bergtop vormen de goudgele tarwe-akkers beneden een grote uitgestrekte lappendeken waarin drie azuurblauwe meren liggen verstopt. De Soon Vallei op zo’n drie uur rijden van Islamabad zou gemakkelijk een aflevering uit de vermaarde NCRV-serie ‘Weg van de Snelweg’ kunnen zijn. Maar achter het idyllische landschap gaat een enorme tragiek schuil. Ooit behoorde het natuurgebied tot een van de vruchtbaarste landbouwstreken van Pakistan. Sinds de meren door te hoge temperaturen zomers grotendeels droog komen te liggen of verzilten, zijn de boeren net zoals het merendeel van de Pakistaanse agrariërs voor bijna honderd procent afhankelijk van de regenval.

De kleine en middelgrote boeren voelen de grootste pijn. Op een van de akkers beneden wijst de agrariër Ahmed Khan (53) naar de donkere wolken die zich boven zijn hoofd samenpakken. "Waar komen die regens vandaan? Normaal gesproken heb je de moesson in zomer (juli en augustus), daarna de winterse buien (november en december)." Ondertussen vallen de eerste druppels in het dal. Boer Khan windt zich steeds meer op. ‘Ik verloor vorige maand al mijn spinaziezaadjes door stortbuien, een inkomstenderving van 400 dollar. Vroeger kon je de klok gelijk zetten op de komst van de regens. Maar dat is al lang niet meer het geval."

Wassende water

Volgens een rapport van het Wereld Voedsel Programma WFP wordt Zuid-Azië het hardst getroffen door klimaatverandering. Landen als Pakistan en Bangladesh kampen vooral met extreme weersituaties zoals cyclonen, landverschuivingen, aardbevingen en overstromingen. Het voormalige Oost-Pakistan ziet ieder jaar tijdens het regenseizoen hoe torenhoge golven vanuit de Golf van Bengalen een groot deel van het land onder zeewater zetten. In de afgelopen dagen moesten opnieuw duizenden mensen vluchten voor het wassende water.

Pakistan dat in 2010 door de ergste overstromingen uit de geschiedenis werd getroffen, is nog steeds niet over de economische schade heen. De agrarische sector liep toen een verlies van vijf miljard euro op. Pakistan staat in de Global Climate Risk op nummer 10 van de meest getroffen landen ter wereld.

Vroeger kon je de klok gelijk zetten op de komst van regens

Een nationale weersverzekering voor gewassen zou de boeren uit de brand helpen. Hun omzet is dan gegarandeerd. Plannen voor zo’n assurantie liggen al jaren klaar, maar komen niet van de  grond. Commerciële verzekeringsbedrijven hebben geen interesse. Met een premie van twee procent van de waarde van de oogst vrezen de assurantiekantoren te weinig aan boeren te verdienen. De Nationale Boerenleenbank van Pakistan beweert de kosten niet alleen te kunnen dragen.

Voldoende verdienen

De ngo van Anwan introduceerde samen met de Wereldbank twee jaar geleden de eerste weersverzekering voor gewassen in de Soon Vallei. Het ging vooralsnog om een proefproject. De internationale donoren betaalden het eerste jaar de premies, eveneens twee procent. Toen commerciële assurantiebedrijven werden geacht voor het volgende jaar met nieuwe verzekeringspakketten te komen, haakten die af. Anwan: "We waren bijna rond. Voordat ze tekenden, wilden ze inzage hebben in de meteologische rapporten van de afgelopen vijf jaar. Zodat ze konden inschatten of ze voldoende aan de premies konden verdienen. We vroegen de overheid de data te verstrekken. Op het ministerie beweerden ambtenaren niet over de gegevens te beschikken. Toen trokken de verzekeringsbedrijven zich terug."

Na lang onderhandelen wist Mohammad Kamran Anwan in ieder geval een Pakistaans verzekeringsbedrijf ervan te overtuigen met de boeren van de Soon Vallei in zee te gaan. Niet voor hun gewassen maar voor het levende vee, zoals de koeien, schapen en geiten.

Hoog in de bergen waar je slechts per jeep over smalle kronkelige, stoffige bergpaden  komt, vertellen enthousiaste boeren in de wachtkamer van de enige veearts allemaal door elkaar heen hoe blij ze zijn met hun veeverzekering. "Als er vroeger een koe stond te hoesten, lag ik de hele nacht wakker. Nu weet ik dat als het dier sterft, ik de dagwaarde van  mijn beest terugkrijg", aldus Aslam Nazeer. De premies voor een koe liggen hoger dan voor een gewas. "Veehouders betalen 5% van het aankoopbedrag van het dier. We hebben uitgerekend dat de waarde van een beest per dag met een dollar toeneemt. Mocht het sterven dan wegen we eerst het karkas. Aan de hand van het gewicht keert de verzekering het bedrag uit", aldus Amwan van de boerenorganisatie.

Middagdutje

Het verzekeringsbedrijf stelt wel als voorwaarde dat alle dieren in het rond het huis tegen allerlei soorten virussen moeten worden ingeent. De boerenorganisatie van Amwan liet een boer tot veearts opleiden en levert tegen gereduceerd tarief vaccins. In een gebied waar nauwelijks scholen en klinieken staan, wordt beter voor dieren dan voor mensen gezorgd. "Dieren leveren geld op", legt Amwan uit. "Een boer zorgt daarom beter voor zijn koe dan voor zijn vrouw."   

We zijn overgeleverd aan de grillige stemmingen van de weergoden

Hij neemt me mee verder hoog de bergen in waar in uit modder en klei opgetrokken huizen families wonen. Koeien en geiten staan hier in hokken onder een afdakje van stro. "Ze doen een middagdutje", grapt schapenhoeder Mohammad. Tussen de middag gaat hij met zijn dieren naar huis om even te rusten. Hij laadt zijn telefoon op aan het enige zonnepanneel dat hij met lening van het Pakistaanse Armoede Verlichtende Fonds kocht. "We hebben geen electriciteit, stromend water of een toilet. Ziekenhuizen liggen ver weg. Een schoolbus komt hier niet. Mijn kinderen gaan tot het middelbare onderwijs naar school. Maar we hebben wel een verzekering voor onze dieren", lacht Mohammad terwijl hij zich op een bed onder een boom uitstrekt.

De veeboeren hoog in de bergen spreken van een stijging van hun levensstandaard sinds ze een verzekering hebben. Als een dier doodgaat hoeven ze zich niet meer diep in de schulden te steken. "We begonnen met een schaap van 35 dollar en nu is onze veestapel al meer dan 7000 dollar waard", zegt een trotse Mohammad.

De boeren in het dal zien door het grillige weer hun productie afnemen. Na de regen komt de verzengende zon. "Van de regering hoeven we niets te verwachten. We zijn overgeleverd aan de grillige stemmingen van de weergoden", concludeert akkerbouwer Ahmed Khan.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief