“Dozens of Chinese nationals face expulsion from Ghana for illegal gold mining and prostitution in a case that’s drawn new focus on China’s rush to tap African resources and ramp up investment on the continent.” Bron: ‘China’s role in Africa under scrutiny.’ The Post (ZA)

Recentelijk kwam het bovenstaande citaat voor in een nieuwsbericht. Een nieuw fenomeen werpt zich op in de relaties en berichtgeving: individuele uitbuiting. Alhoewel, nieuw? Verhalen van spanningen jegens de Chinese bevolkingsgroepen in Afrikaanse landen zijn talrijk, met onder meer moorden op Chinezen en diverse reportages van systematische spanningen tussen de lokale bevolking en de Chinese ondernemers. Een mooie reportage is de Al Jazeera documentaire genaamd ‘The Colony’ waarbij de handelspraktijken, lage kwaliteit van goederen, belastingontwijking en ondermijning van de Senegalese welvaart knap in beeld werd gebracht. Deze spanningen komen in tal van Afrikaanse landen voor waar de Chinese ondernemers hun eigen kansen hebben gezien en gepakt. Dit wordt ook aangemoedigd door de Chinese overheid, die Chinese onderneming buiten de eigen landsgrenzen als een verlengstuk van het eigen prestige zien. 
 

Tegelijkertijd worden Chinezen door de Afrikaanse overheden verwelkomt binnen de kaders van nationale en internationale regelgeving. De Afrikaanse landen vormen echter juist daar een zwak blok: De Afrikaanse Unie is nog altijd zeer matig geïntegreerd en de vooral financieel gelinkte regioblokken zoals de SADC, ECOWAS en UAM zijn nog altijd niet zo effectief als ze zelf willen zijn. Redenen daarvoor zijn helaas nog steeds oorlog, zwakke financiële situaties van lidstaten maar ook nog vaak de tegenwerking van individuele leiders. Misstanden komen zodoende zelden buiten de eigen landsgrenzen onder de aandacht. Uit een onderzoek van het African Labour Research Network (ALRN) uit 2009, gericht op Chinese investeringen in 10 Afrikaanse landen bleek dat vakbondsaanwezigheid het verschil kan maken bij een gedegen samenwerking met de Chinese partners. Juist dit soort initiatieven komen echter nog steeds nauwelijks van de grond. 

 
 
De kansen die Chinese contracten op kunnen leveren zijn uiterst welkom. Van infrastructuur tot bouwprojecten tot industrieontwikkeling, de uitruil is altijd grondstoffen. Ook dit is niet nieuw, de Beijing consensus verschilt dan wel van de Washington consensus, maar de basis blijft nog steeds: wij helpen ontwikkelen, jullie helpen ons met natuurlijke hulpbronnen. Han Koch betoogde op 28 mei 2009 in Trouw al eens dat de overgang van gezichtspunt relatief snel is verschoven van het Westen naar het Oosten: ‘Het op lijkt dat Afrika van de Washingtonse regen in de Chinese drup is gekomen.’ Hij geeft echter tegelijkertijd ook aan dat de Chinese inbreng op het Afrikaanse continent nog altijd niet zo groot is als de Westerse inbreng. De vraag naar investeringen uit zowel Oost als West is echter even groot: het beste uit twee werelden. En waar Westerse inmenging af neemt door de zelf veroorzaakte economische crisis, neemt de Chinese inmenging alleen maar toe. De crisis biedt kansen en mogelijkheden, maar ook voor een groter spanningsveld. Juist ook in Afrika.
 
 
Het continent van de toekomst wordt nu vooral nog gezien als een ruwe grondstoffenmarkt waar iedereen graag zijn voordeel mee doet. Ook individuele Chinezen die in Afrika op ouderwetse goudjacht zijn. Zij illustreren de intocht van de ‘graaiers’ die in Afrika hun eigen belangen nastreven. Deze graaiers staan natuurlijk zij aan zij met Chinese ondernemers die een waardevolle aanvulling zijn op de plaatselijke behoeften en juist voor werkgelegenheid zorgen. Voor Afrikanen lijken alle Europeanen en Chinezen op elkaar, voor beide andere groepen geldt dit precies hetzelfde: de nuance van een buitenlander met goede of slechte bedoeling ontbreekt en daarom overheersen de vooroordelen sneller dan de ontkrachtingsgevallen. 
 

In individuele gevallen worden Chinezen in Afrika net zo behandeld als het land China an sich: ze brengen mogelijkheden, maar zitten wel op de plekken waar wij zouden moeten zitten. Valide, maar daarin niet wezenlijk anders dan al eeuwenlang gebeurt, namelijk wie zit er aan de knoppen. En wie zou er aan de knoppen moeten zitten? Recentelijk keek ik nog de documentaire ‘Het nieuwe Rijksmuseum’. Op een mooi moment gaf directeur Wim Pijbes aan waar het heikele punt lag in de verbouwing: wie is uiteindelijk de beslisser? De moeilijkheden die waren ontstaan en het jarenlange heen en weer getrek over de besluitvorming resulteerde in vele partijen die allemaal wat wilden, maar niet één beleid konden uitstippelen. Het antwoord van Pijbes was dan ook: ‘Niemand, en dus iedereen’. En dat is bij een overschot aan belanghebbenden in Afrika precies zo. De Afrikaanse landen lijken bijna pachters van hun eigen autonome landen. Ondanks alle vooruitgang, ondanks alle ontwikkelingen, ondanks een sterker Afrika. Maar ook dat verdient uiteraard een nuancering: Juist die vooruitgang, die ontwikkeling en dat sterkere Afrika moet voor een schok zorgen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief