Minder subsidie, meer giften van burgers. Dat is volgens velen het overlevingsmodel voor ontwikkelingsorganisaties. Maar uit onderzoek blijkt dat donateurs juist minder geven als de overheid zich terugtrekt.

Zijn Nederlanders bereid om overheidsbezuinigingen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking te compenseren? Kan de overheid dit geefgedrag stimuleren? Wat kan de ontwikkelingssector leren over fondsenwerving en relatiebeheer van de culturele sector? Deze vragen stonden centraal tijdens de expertmeeting op 9 december in het Humanity House in Den Haag.

Professor René Bekkers van de VU Universiteit presenteerde de resultaten van een aantal recente studies. In tegenstelling tot de verwachting is de Nederlandse burger geneigd  om minder in plaats van meer te geven aan goede doelen als de overheid bezuinigt. “De burger in Europa compenseert minder voor overheidsbezuinigingen dan in de VS,” aldus Bekkers. Als overheidssubsidies aan ontwikkelingsorganisaties afnemen, nemen de giften van burgers ook af. Ofwel, ontwikkelingsorganisaties worden van twee kanten gekort.

Dromen en interesses
Het lijkt dus duidelijk dat er wat moet gebeuren binnen de ontwikkelingssector. De vraag hoe we burgers kunnen stimuleren te geven staat centraal in de paneldiscussie met vier experts vanuit de politiek, de wetenschap, de culturele wereld en de ontwikkelingssector. Deidre Carasso (hoofdrelatiebeheer en filantropie van het  Boijmans van Beuningen Museum) geeft haar visie: “Speel in op de dromen en interesses van donateurs en betrek hen actief vanuit deze interesses bij je organisatie.” Anna Chojnacka, directeur van de crowdfunding- en crowdsourcingplatform 1%Club beaamt dit. Directe betrokkenheid en een project tastbaar maken voor de donateur zijn volgens haar de succesfactoren van de 1%Club. Een goede communicatie met de donateur is daarbij essentieel.

Betrek ambtenaren
Deirdre Carasso noemt als voorbeeld een donateur die de restauratie van een kunstwerk financierde en daarna door het Boijmans Museum uitgenodigd werd om het restauratietraject bij te wonen. Vanuit het publiek voegt Rolf Wijnstra van het ministerie van Buitenlandse Zaken hier aan toe: “In plaats van de overheid als een vanzelfsprekende donateur te zien zouden ontwikkelingsorganisaties ook ambtenaren wat meer actief bij hun organisatie moeten betrekken.” Dus, ambtenaren actief op de hoogte te houden van de activiteiten en niet de overheidsfinanciering als vanzelfsprekend beschouwen. Kortom, er liggen dus duidelijk mogelijkheden om de donateur beter te bereiken.

Belastingvoordeel
Kan de overheid ook het geven van burgers stimuleren? Prof. Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit, belicht de mogelijkheden en beperkingen van de Geefwet. De Geefwet is in eerste instantie in het leven geroepen om de particuliere giften aan de culturele sector te stimuleren, maar wordt nu ook overwogen voor de sector ontwikkelingssamenwerking.  Maar zoals Prof. Hemels stelt: “De multiplier in de Geefwet, waar de Tweede Kamer voor heeft gekozen, is een inefficiënt instrument om overheidsgeld te besteden aan ontwikkelingssamenwerking.” De overheid geeft de burger dan een belastingvoordeel als zij geld doneren, dit geld komt dus in eerste instantie de burger ten goede en het is nog maar de vraag in hoeverre ontwikkelingsorganisaties hierdoor hun particuliere giften zien stijgen, omdat het de vraag is in hoeverre burgers meer gaan geven.

Matching
Daarbij is dit  belastingvoordeel vaak pas relevant als het periodieke giften betreft, en dit zijn nou juist vaak vaststaande bedragen, die niet altijd makkelijk aan te passen zijn. Deidre Carasso sluit zich hierbij aan: zij heeft gezien hoe ineffectief de maatregel is geweest in de cultuursector. Volgens professor Hemels is matching in de Geefwet, waarbij de overheid de donatie van de burger met een bepaald percentage verhoogt’, een veel betere manier. Want dat zien de ontvangende organisaties meteen terug op hun bankrekening. Maar zij waarschuwt dat de Geefwet hoe dan ook leidt tot een andere vorm van besluitvorming. Dat wil zeggen: het is dan de burger die bepaalt aan welk type doelen overheidsgeld dat bestemd is voor ontwikkelingssamenwerking gegeven wordt.

Elite-hobby
Hierop drukt Tweede Kamerlid voor GroenLinks Bram van Ojik de zaal op het hart: “De Geefwet mag geen excuus zijn voor de overheid om niet te investeren in ontwikkelingssamenwerking. Internationale samenwerking blijft een publieke taak.” Deirdre Carasso voegt hieraan toe dat het belangrijk is dat de overheid niet dezelfde fout begaat als bij de bezuinigingen op de cultuursector. Toen typeerde de overheid de bezuinigingen als legitiem door cultuur als een geld verspillende elite-hobby neer te zetten. Dit stimuleert burgers niet om meer te geven, en benadeelt daarmee de sector dubbelop, aldus Carasso.

Sexy initiatieven en nieuwe alternatieven
Vanuit de zaal waarschuwt Dave Hardy van Amnesty International dat ook niet alle projecten zich lenen voor particuliere fondsenwerving en dat de kans bestaat dat structurele en noodzakelijke projecten naar de achtergrond verdwijnen. Van Ojik beaamt dit: “Het is een groot risico om de verantwoordelijkheid voor ontwikkelingssamenwerking bij de burger te leggen omdat de meer sexy initiatieven dan de noodzakelijke hulpprojecten verdrijven.”

Er zijn volgens van Ojik ook andere mogelijkheden voor de ontwikkelingssector. Kijk voor je fondsenwerving ook naar opkomende en ontwikkelingslanden, waar de rijke groepen ook kunnen bijdragen, dat creëert tevens mogelijk ook meer draagvlak voor overheidsuitgaven aan ontwikkelingssamenwerking in Nederland, aldus van Ojik.

Volgen
Christine Carabain, senior onderzoeker  van NCDO, vat de middag samen in één woord: volgen. De burger volgt de overheid in de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking door zelf ook minder te geven. De overheid volgt de koers van particuliere donaties van de Nederlandse burger aan internationale samenwerking onder invloed van de Geefwet. En ook Museum Boijmans van Beuningen volgt, namelijk de interesses van hun donateurs om de betrokkenheid met de organisatie te vergroten. Of dit een lijn is die ontwikkelingsorganisaties zullen volgen, zal in de toekomst duidelijk worden.
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Christine Carabain is onderzoeker bij het NCDO, het centrum voor mondiaal burgerschap. Ze is gespecialiseerd in de methodologie van het …
Bezoek auteurspagina
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief