Lucia Kula (30) kwam als jong meisje naar Nederland met haar ouders. Nu is ze voor het eerst terug in haar geboorteland Angola en doet ze onderzoek naar seksueel geweld tegen vluchtelingen. Voor OneWorld blogt ze de komende acht maanden over haar ervaringen. Vandaag deel 8.

Vaak vraag ik me af of ik mezelf een expat kan noemen in mijn eigen geboorteland. Ik woon er namelijk pas een paar maanden en vertrek aan het einde van mijn onderzoek weer naar Nederland. Ik ben gewoon Angolees en zo voel ik me ook. Mijn familie vindt het geweldig dat ik de Angolese taal nog spreek en dat ik me zoveel kan herinneren, van de muziek tot aan hoe mijn moeder weleens voor de kinderen in de straat rijstepap (aroz doce) maakte. Ik ben zó Angolees, dat ik mij altijd en overal als Angolese voorstel. Ik heb mij altijd aan die identiteit willen vasthouden, ook omdat ik er niet vrijwillig afstand van heb genomen. Maar wie ben ik nu eigenlijk als ik hier tijdelijk in Angola zit?

'Gewoon' Angolees

Op straat val ik niet echt op als buitenstaander. Ik spreek de taal, weet mij onderweg te redden en klaag over dezelfde dingen als andere Angolezen. Je zou dus kunnen zeggen dat ik ‘gewoon’ Angolees ben. Ik merk echter wel een verschil in mijn sociale cirkel. Buiten familie om, is het moeilijk om in contact te komen met Angolezen van mijn leeftijd. De sociale contacten, die ik deels heb overgehouden aan mijn onderzoek, hebben ervoor gezorgd dat ik een diverse groep aan vrienden en kennissen heb. Dit loopt uiteen van Caribische, Braziliaanse, Nederlandse tot Nigeriaanse contacten. Het betekent een diversiteit in ervaringen, culturele uitdagingen, maar ook vertrouwde gewoontes. Een voorbeeld: beseffen dat ik om 18.00 uur al trek heb net zoals andere Nederlanders, terwijl ik in Angola pas om 20.00 uur uit eten ga. Die Nederlandse gewoonte zit na eenentwintig jaar in mijn ritme.

Velen verlaten Angola omdat het geld niks waard is

Maar maakt mij dit een expat? Ik vind het nog steeds moeilijk om die vraag te beantwoorden. Ik ben lid van expatgroepen op Facebook en lid van een expatwebsite, maar ik merk wel dat ik mij vaak niet echt geneigd voel om met die expatactiviteiten mee te doen. Contacten opdoen vind ik altijd erg belangrijk, waar ik ook ben. Ik begon me daarom af te vragen wat mij daar zo van weerhoudt in Angola. 

Dollars zijn niet te krijgen

Het gaat economisch heel erg slecht met het land, op de onofficiële markt is 100 dollar ruim 50.000 kwanzas, dat is ruim drie keer zoveel dan wat je ervoor hoort te krijgen. Voor iemand die dollars in handen heeft is dat een goede deal zou je zeggen. Echter is het voor de meeste expats , vooral zij die er afhankelijk van zijn, juist heel moeilijk. Want tja, dollars die zijn er niet te verkrijgen.

Dat betekent dus dat steeds meer mensen hier (on)terecht over klagen. Velen verlaten Angola omdat de kwanza niks waard is. Hoe terecht of onterecht dit is, is moeilijk te zeggen omdat ieders persoonlijke situatie anders is. Toch betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker in de verdediging schiet. Wanneer iemand aankondigt dat hij/zij Angola gaat verlaten om de economische malaise, bijt ik terug door te zeggen dat de Angolezen zelf dat voorrecht natuurlijk niet hebben. Zij moeten zorgen dat ze het hoofd boven water houden. Wanneer men in expatgroepen bericht dat het leven in Angola steeds gevaarlijker wordt omdat de criminaliteit stijgt, vertel ik hen dat de kans vrij klein is dat zij dergelijke incidenten zullen meemaken. Het feit is namelijk dat de eigen bevolking eerder wordt overvallen omdat zij in onveilige buurten wonen. De expats wonen in beveiligde flats en afgezette wijken.

Onveilig

Misschien voel ik mij daarom ook minder expat. Ik woon in een hele normale Luandese buurt, waar taxichauffeurs en privéchauffeurs van vrienden zich afvragen of zij niet overvallen worden als zij even moeten wachten. Bijna geïrriteerd antwoord ik altijd nee. Ik voel me niet onveilig. Ik denk dat het deels te maken heeft met wat men kent en waar men aan blootgesteld wordt. Mijn buurtje is anders dan de wat hippere en mooiere buurten van mijn vrienden. 

Ik heb het onvermijdelijke voorrecht dat ik elk moment deze realiteit achter me kan laten

Een fijne wandeling aan de Marginal, het visiteplaatje van Angola, is ook anders dan geconfronteerd worden met een berg afval als je de straat uit loopt. Het is erg dubbel. Ik voel me op en top Angolees, wat zelfs zorgt voor frustraties (haha), maar heb het onvermijdelijke voorrecht dat ik elk moment deze realiteit achter me kan laten. Ik vraag me af hoe anderen zich hierover voelen. Ben je thuis waar je je thuis voelt? Wellicht kan ik hier aan het eind van mijn periode antwoord op geven. Voor nu zal ik het met een wandeling aan het strand moeten doen voor wat meer duidelijkheid. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Lucia Kula is voormalig asielzoeker uit Angola, PhD onderzoeker aan de School of Oriental and African Studies (SOAS), University of London, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief