De reizigersgids schrijft dat het Noorden van Zambia ‘off the beaten track is’, dat afstanden tussen dorpen groot zijn en de kans op het zien van een andere toerist even groot is als het vinden van een bord spaghetti in een hooiberg. Daarnaast is het een prachtig gebied met meren, valleien, bergen, moerassen en watervallen. Dat klinkt goed en een busticket naar het onvergetelijke Kashikishi is geboekt. Kashikishi is een dorp in vrijwel het meest noordelijke punt van Zambia in de Luapula provincie wat ligt aan Lake Mweru, een prachtig groot meer maar nog steeds een klein broertje van Lake Malawi, Tanganyka en Victoria. Vissen is hier DE bedrijfssector en aan de rand van het meer is dat dan ook de bezigheid van de dag. Vrouwen en kinderen zijn bezig met de Kapenta (kleine visjes die gekookt of gebakken gegegeten kunnen worden) te drogen op enorme stukken grond die netjes verhard zijn en nauwkeurig geveegd worden voordat de ‘lekkernij in de maak’ verspreid wordt. Tijdens mijn wandeling langs het meer is er veel interesse voor deze bleekscheet en vooral de kinderen kunnen geen genoeg krijgen van het bekijken van foto’s van hun mooie zwarte snoetjes met zo af en toe een snotneus en daaronder gerafelde kledij uit de zak van Max.

 

Nadeel van het Noorden is dat blijkbaar de kennis van de nationale taal Engels hier vrijwel ophoudt. Al wat ik zeg of vraag worden met ‘yes’ beantwoord en het regelen van transport naar mijn volgende bestemming is dan ook niet makkelijk. Op de kaart ligt het maar 200 km uit elkaar en zijn er 2 wegen die vrij direct naar Mpulunu gaan maar dat zijn geen reeële opties kom ik snel genoeg achter. Er zijn 4 verschillende opties van liften over zeer slechte wegen tot aan een busrit van 26 uur met 2 keer overstappen en dat laatste is het toch geworden. Na bus nr 1, 4 uur wachten in een nietszeggend stadje, bus nr 2 moest ik bij de laatste bus van de dag (van 0.00 tot 08.00 uur) zelfs de eerste 3 uur staan omdat er teveel kaartjes verkocht waren, nondeju! Af en toe komt er wat agressie naar boven en zou je zo iemand van de bus af willen schoppen maar gelukkig komende de normen en waarden en inmiddels acceptatie van de Afrikaanse manier van handelen weer naar boven en blijf ik rustig zitten..euh…staan.  

 

We zijn er: Mpulungu, de enige internationale havenstad van Zambia aan Lake Tanganyka, het langste meer ter wereld (670 km) en op één na diepste (meer dan 1400 m diep). Hier zal ik de MV Liemba boot nemen over Lake Tanganyka naar Kigoma en Tanzania. Deze boot vertrekt eens per week op vrijdag (bij mij een dag later op zaterdag) en zal 40 uur later aanmeren aan de Tanzaniaanse westkant. Naast deze mooie boottrip is er nog iets anders te bezihtigen in dit gedeelte van de wereld genaamd de Kalambo Falls, de op 1 na hoogste waterval van Afrika maar met zijn 221 meter hoogte nergens zo indrukwekkend zijn als de Victoria Falls. Vanaf Mpulungu kun je naar de falls lopen door bospaadjes langs verschillende dorpjes, met een kano over 2 rivieren om uiteindelijk na 4 uur bij de waterval aan te komen. In mijn oranje Zambiaanse voetbalshirt en een tasje met etenswaren en water ging ik op pad. Vriendelijk groetend naar vrouwen met emmers Kapenta op hun hoofd en een aantal verdwaalde hagedissen ontwijkend ging ik door het ongerepte Zambiaanse landschap. Achter me een mooi uitzicht over Lake Tanganyka en voor me de lange en vermoeiende weg naar een bak vallend water.

 

Na een uur kwam ik in Kapata Village en was ik de attractie van het jaar aangezien ik vernam dat de laatste blanke voor mij 2 jaar geleden was gesignaleerd in Kapata. Kinderen rennen weg en weer terug, vrouwen stoppen met het schillen van kasava en mannen zetten hun lokale bier weg om me een hand te komen geven. Ik maakte kennis met Melim Sikazwe en Christon Sichele die me wel naar de overkant van de rivier wilde brengen en Melim zou met mij meegaan naar de falls voor een paar centen. Plannen genoeg maar doordat er te veel wind stond was het oversteken per kano onmogelijk en te gevaarlijk dus geen Kalambo falls vandaag.

 

Nu ik er toch was wat aan de praat geraakt met Melim wat de enige enigzins opgeleide persoon was in het dorpje. Melim vraagt me om ‘five pin’ (1 USD) en bestelt het lokaal gebrouwen bier ‘Kachasu’ (om 11 uur smorgens) waar ik ook een paar slokken van neem en vertelt me meer over zijn leven. Hij werkt voor het hoofd (headman) van het dorp in de visserij. Zijn baas genaamd Isaac gaf me ook een hand en Melim vertelde me dat deze man 37 jaar oud is, 2 vrouwen heeft en inmiddels 15 kinderen! Een bezig baasje dus.. Na een half uur praten vielen er 2 anderen in slaap van de Kachasu en na anderhalf uur vond ik het ook mooi geweest en begon ik weer aan de terugreis naar de winderige straten van Mpulungu waar je zo een nieuwe Western film op zou kunnen nemen.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief