“We komen hier voor de winkels, de bergen en een pretpark. En de veiligheid”, voegt Hussam (27) er aan toe. Zijn vriend Aws (27) knikt instemmend. Ze zijn net met een bus vol toeristen vanuit Bagdad gearriveerd in Erbil, in Iraaks Koerdistan, voor een vijfdaagse vakantie. De bus zit stampvol stellen en gezinnen met kinderen. Tieners met hip geschoren hoofden slepen hun rolkoffers het hotel in, terwijl ze op ze op hun mobiel blijven kijken. Een tweede bus arriveert even later. Buiten is het in de Koerdische avond nog steeds heet: 35 graden, wat al een stuk minder is dan de 47 graden van enkele uren eerder.

busreizen in Irak
Hotelmanager Faizal Sabre. Foto: Hans Jaap Melissen

1 bom per jaar is te doen

Hussam en Aws doen dit het liefst elk jaar, maar toen IS oprukte naar Erbil in de zomer van 2014, werden de busreizen stopgezet. De Koerden maakten van hun deel van Irak een nog steviger bolwerk dan het al was en wantrouwden soennitische Irakezen uit de andere delen van het land. De achterban van IS bestaat vooral uit soennitische Arabieren.

Hussam en Aws zijn soennieten uit de wijk Amiriya, niet ver van het vliegveld van Bagdad. “Wij zijn zelf niet met dit soort politieke zaken bezig. Er zijn ook sjiieten mee op de bus. Dat gaat zonder problemen.”

Ze zeggen van wantrouwen door de Koerden niets te merken: ze voelen zich welkom. Ook voelen ze zich veilig in Erbil, al is er wel minder dan een uur rijden verderop een frontlijn met IS. De straat waar hun hotel staat is zelfs vorig jaar door een autobom getroffen: tweehonderd meter verder getuigen de uitgebrande winkels daar nog van. Ze doen daar laconiek over: “Nou, één autobom per jaar is best wel te doen,” zegt Hussam. In Bagdad zijn al jaren minstens wekelijks autobommen en soms zelfs meerdere op één dag. De grote explosie in de wijk Karade, waarbij ongeveer 300 doden vielen, hebben ze ook meegekregen, al kwamen ze nooit in die winkels: Dat is meer sjiitisch gebied he.

Afname toerisme

Het hotel ligt in Ainkawa, de christelijke wijk van Erbil. Voor de deur staat een groot Mariabeeld. De hotelmanager, Faizal Sabre (50), is blij met de klandizie uit Bagdad. “Voordat IS opkwam deden we goede zaken, toen vanaf 2014 even niet, maar nu komt het weer. Toen de Koerdische overheid het toerisme had stopgezet, vanwege de veiligheid, is er veel geklaagd door hoteleigenaren. Er zijn in de periode tussen 2014 en 2015 ook hotels dichtgegaan.”

De winkelcentrums betalen 50 dollar voor elke buslading die we bij ze naar binnen sturen

Er zijn volgens hem gisteren 80 bussen uit Bagdad in Erbil aangekomen en 30 volgden er vandaag. “Een vijfdaagse trip kost 100 dollar per persoon: daarvoor heb je de busreis, 4 hotelovernachtingen en we rijden ze hier rond. De malls (overdekte winkelcentra) betalen ons weer 50 dollar voor elke buslading die we het winkelcentrum in sturen”, zegt Faizal. Zelfs is de manager van het hotel een Yezidi, een geloofsgroep die erg te lijden heeft gehad onder IS. Nog steeds zijn duizenden Yezidi’s vermist, of als (seks-) slaaf in dienst bij IS. Kijkt hij niet met extra zorg naar de soennieten uit Bagdad? “Het is niet zo dat we voor elke soenniet bang zijn. Er is wel verschil tussen hen die uit Bagdad komen of uit Ramadi, of Mosul.” De laatste plaats is nog steeds in handen van IS.

Toch wordt er in Koerdistan wel degelijk heel nauwkeurig bijgehouden wie er vanuit Bagdad arriveren. Er gaat veel administratie aan vooraf. Alle toeristen uit Bagdad moeten zich aanmelden en worden exact geregistreerd. Ook wordt precies bijgehouden dat ze allemaal, na 5 dagen, weer naar Bagdad vertrekken. “Het is mijn verantwoordelijkheid. Stel dat er iemand ziek wordt en hier in het ziekenhuis moet blijven, dan moet ik meteen overleggen met de politie, anders krijg ik grote problemen”, legt Faizal uit.

Rare tijden

Als er minder mensen mee kunnen luisteren, komt Hussam zijn verhaal nog verder toelichten. “Het leven in Irak is voor soennieten veel lastiger dan voor sjiieten. We moeten erg opletten, we worden gewantrouwd.” Ze zijn bang voor sjiitische milities, die door de Iraakse regering worden ingezet in de strijd tegen IS, maar die ook regelmatig rondtoeren door wijken als Amiriya, op zoek naar verdachte soennieten. De vader van Aws is in 2008 op die manier gedood. “Hij had in het leger gezeten en er is met hem afgerekend.”

Maar ze willen dat soort zaken deze vijf dagen eigenlijk even vergeten. Hun echtgenotes staan klaar om naar buiten te gaan. De bus staat alweer voor de deur te ronken. “Wij houden vooral van de winkels, kunnen we eindelijk op ons gemak rondhangen”, zeggen de dames. Ze stappen in. Zowel de mannen als de vrouwen willen alleen op de foto als hun gezichten verborgen blijven. “We zijn gewoon een beetje voorzichtig”, zegt Hussam. “Het zijn rare tijden.” 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Hans Jaap Melissen is een oorlogsjournalist, schrijver en spreker. Hij werkt onder andere voor de NOS. In 2012 werd hij verkozen tot …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief