De kloof tussen haves en have nots is groter dan ooit. Arme Afrikanen kunnen niet verwachten dat een Nederlandse ondernemer met een exportkrediet hun overheid ter verantwoording roept. Daar ligt een taak voor ontwikkelingsorganisaties, vindt Hivos-directeur Manuela Monteiro.Ontwikkelingsorganiasties kunnen mensen bewust maken van hun rechten en hen steunen. Dat is ook in ons eigen belang, want conflicten elders kunnen het Westen flinke last bezorgen. En slecht bestuur is de pest voor een gezond investeringsklimaat.

Afrika is booming business. Tegenover de Aziatische tijgers plaatste The Economist onlangs de Afrikaanse leeuwen. Grote landen op het continent halen groeipercentages waar het Westen zijn vingers bij zou aflikken. In 2010 liep de teller van directe buitenlandse investeringen in Afrika op tot 55 miljard euro, waarvan een aanzienlijk deel afkomstig uit China. We zien dat het mobieltje het leven van tientallen miljoenen Afrikanen heeft vergemakkelijkt. We zien een rap groeiende middenklasse. Kortom, wat doen wij daar nog met onze hulpeuro’s?

Is dit de hele waarheid? Allicht de waarheid van de zakenmevrouw die een latte macchiato drinkt in een hip internetcafé in Nairobi, iPhone in de aanslag. De waarheid van het Nigeriaanse gezin dat zich met pijn en moeite heeft weten te ontworstelen aan de misère van de sloppenwijken. Maar het is ook de waarheid van de Amerikaanse investeerder die met dollartekens in de ogen hele provincies annexeert in Zuid-Sudan om er zijn goddelijke gang te gaan. De waarheid ook van de telecomgigant die zich verzekerd weet van de aanvoer van de grondstof coltan, onmisbaar voor onze mobieltjes, uit gebieden waar de bevolking gevangen zit in een uitzichtloos bestaan. Roofbouw, landgrabbing, imperialisme in een modern jasje in goede samenspraak met lokale machthebbers.

Oneerlijke strijd
De klassieke Noord-Zuid tegenstelling van, inderdaad, de vorige eeuw heeft plaatsgemaakt voor een strijd tussen haves en have nots – tussen, maar vooral ook binnen landen. De sociale kloof is groot en groeit. Die constatering is niet nieuw.Volgens hoogleraar ontwikkelingsstudies Annelies Zoomers is niet het gebrek aan zelfredzaamheid het grootste probleem, maar het feit dat de grootschalige investeringen, die mede het gevolg zijn van de rush op grondstoffen, steeds meer gepaard gaan met milieuschade en negatieve sociale effecten. Het klassieke herverdelingsvraagstuk is actueler dan ooit.

Ontwikkeling gaat over macht en ongelijkheid, de harde oorzaken van armoede die zich niet zomaar laten fixen. Afrikaanse burgers zijn aan zet om hun rechten op te eisen en hun overheden tot de orde te roepen. In dat proces hebben ze weinig te verwachten van ambassades of de Wereldbank, en al helemaal niets van Nederlandse ondernemers met een exportkrediet. Daar ligt de taak voor ontwikkelingsorganisaties. Die zijn bij uitstek de spelers om mensen bewust te maken van hun rechten, hun ongenoegen te mobiliseren en tegenspel te bieden. Maar dat gaat niet altijd vanzelf. De Keniase mensenrechtenorganisatie die het opneemt tegen de verstrengelde belangen van politieke elites strijdt een lange ongelijke strijd. Die begint in de sloppen van Nairobi en kan zomaar eindigen bij het internationale strafhof in Den Haag. Het Ugandese internet-platform dat burgers in staat stelt om verkiezingen te monitoren moet wel worden gebouwd en geactualiseerd. Het Tanzaniaanse mediafonds that onderzoeksjournalisten steunt om misstanden te rapporteren is niet gratis. Steun van buitenlandse bondgenoten, in de vorm van geld, maar vooral kennis en solidariteit is onontbeerlijk.

Eigenbelang en meerwaarde
Wie vindt dat we ons die hulpeuro’s voor dit soort werk niet meer kunnen veroorloven, ziet wellicht zijn eigen belangen over het hoofd. Uitsluiting en ongelijkheid kunnen een vruchtbare voedingsbodem vormen voor conflicten, die ons, het Westen, flinke last kunnen bezorgen. En iedere ondernemer met een beetje VOC-mentaliteit zal direct beamen dat slecht bestuur de pest is voor een gezond investeringsklimaat.

Het kan anders. Tegenover de façadedemocratie, gangbaar in veel Afrikaanse landen, plaatsen wij het beeld van de participatie-democratie. Daarin hebben burgers toegang tot informatie en slagen ze erin om betrokkenheid bij besluitvorming af te dwingen. Met behulp van ICT en sociale media worden bureaucratieën opengebroken en regeringen gedwongen om zich te verantwoorden voor hun (wan)beleid. Dat gebeurt door zichtbaar te maken wat de macht doet: essentiële munitie voor effectief tegenspel  in de strijd tegen corruptie en voor goed bestuur. Gezonde instituties en democratische processen scheppen de voorwaarden voor structurele ontwikkeling: duurzame groei met een eerlijke verdeling van rechten en welvaart, die hulp op langere termijn overbodig maakt. Zo bezien zijn ontwikkelingsorganisaties onderdeel van de oplossing. Bepaald geen links ge-hobby maar een helder geval van meerwaarde. 

Manuela Monteiro is sinds 2002 algemeen directeur van ontwikkelingsorganisatie Hivos. Roman Baatenburg de Jong is persvoorlichter/redacteur bij Hivos.
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief