Bereidheid om te onderhandelen
De landen uit het Zuiden tonen “eenheid, een sterke opstelling en een bereidheid om te onderhandelen”, zegt de Braziliaanse Minister van Buitenlandse Zaken Celso Amorim, de coördinator van de G20, een blok van ontwikkelingslanden met grote landbouwbelangen.

De onderhandelingen over de verdere internationale handelsliberalisering werden zes jaar geleden gelanceerd in Doha, de hoofdstad van Qatar. Ze zijn intussen volledig vastgelopen. De meningsverschillen tussen arme en rijke landen over de handel in Afrikaanse manlandbouwproducten staan een akkoord in de weg.

De enige manier om verder te komen, zegt de Argentijnse minister van Buitenlandse Zaken Jorge Taiana, is “een genereuzer aanbod van de geïndustrialiseerde landen.” Pas als dat er komt, is er een oplossing mogelijk. “Maar dat is onwaarschijnlijk, op korte termijn.”

Om die reden is de eenheid van de ontwikkelingslanden zo belangrijk. De Braziliaanse minister verwees naar de koppen in de media in de rijke landen over de vermeende onenigheid en over de schuld van India en Brazilië in het blokkeren van de onderhandelingen. “De sceptici en de critici” moeten maar naar de verklaringen kijken, zei Amorim.

Belang van succes
De ontwikkelingslanden onderstreepten het belang van succes in het licht van het risico dat de mondiale economie nu loopt door de financiële crises in de VS en Europa. “Een succesvolle uitkomst van de Doharonde zou een excellent tegengif bieden voor deze onzekerheid”, zei de Indiase minister voor handel en industrie Kamal Nath.

Een belangrijk obstakel volgens Nath is het verstrijken van de volmacht voor de Amerikaanse president om handelsbesluiten te nemen. Dat brengt de regering Bush in het verkiezingsjaar in een lastig parket. De partners van de VS zijn daardoor onzekerder geworden over een uiteindelijk akkoord. “Wij roepen de VS op om te vertellen wanneer dat akkoord er kan komen. Wij willen verder, maar de VS moeten tonen hoe de weg naar een akkoord eruit gaat zien”, zei Nath.

Naast de G20 waren in Genève ook de G33 aanwezig, arme landen die zeer afhankelijk zijn van bepaalde landbouwproducten, de Nama-11, een groep van elf ontwikkelingslanden die vinden dat geïndustrialiseerde landen ook op het vlak van de handel in nijverheidsgoederen meer maatregelen moeten nemen dan de Katoenplantontwikkelingslanden, de ACP-groep van voormalige Europese kolonies in Afrika, de Cariben en de regio van de Stille Oceaan, de 50 Minst Ontwikkelde Landen, de Afrikaanse groep, de kleine kwetsbare economieën en tenslotte Cotton-4, vier Afrikaanse landen die afhankelijk zijn van katoen en veel schade ondervinden van de subsidies voor Amerikaanse katoenboeren.

Eenheid en samenwerking
In een gezamenlijke verklaring beloofden deze landen “onderling eenheid en samenwerking te behouden”. Ze verklaarden opnieuw hun “bereidheid om in gesprek te gaan met andere WTO-leden met het oog op een acceptabele uitkomst in de kortst mogelijke tijd.”  En dat is na maanden van discussie een teken van ernst, samenwerking en onderhandelingswil, aldus de Argentijn Taiana.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
logo-IPS1

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief