Dit artikel maakt deel uit van de serie ‘2015: The future we want’ die OneWorld in 2013 initieerde.    

Terwijl 2015 met rasse schreden nadert en alle experts over elkaar heen buitelen in de discussie over hoe de ontwikkelingsagenda na die datum vorm moet krijgen, wordt het concrete Nederlandse beleid toch echt op het ministerie bepaald.

Koen Davidse is werkzaam als directeur Multilaterale Organisaties en Mensenrechten bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en is nauw betrokken bij de millenniumdoelen en de onderhandelingen over de opvolging daarvan. Voordat hij in Den Haag aan de slag ging werkte hij bij grote supranationale instellingen zoals de Verenigde Naties (VN) en de Wereldbank: “De directie waar ik op dit moment leiding aan geef houdt zich bezig met de Verenigde Naties en met mensenrechtenbeleid. Maar we zijn ook bezig met de millenniumdoelen en toekomstig ontwikkelingsbeleid. De Verenigde Naties zijn daar immers het forum voor.”

Glas halfvol
Het einde van de millenniumdoelentermijn in 2015 houdt in dat er volop geëvalueerd wordt. Dat er belangrijke resultaten zijn geboekt wat betreft de doelen wil immers niet zeggen dat alles goed is gegaan. Op de voortgangskaart van de millenniumdoelen zijn nog veel rode vlekken zichtbaar die laten zien dat niet in alle landen en op alle themagebieden de gewenste voortgang is geboekt. Toch blijft Davidse positief over het effect dat de Millenniumdoelen hebben gehad: “Ik neig ernaar te zeggen dat het glas halfvol is. Er zijn diverse landen in Afrika waar je ziet dat er meer is geïnvesteerd in onderwijs en dat landen ook zelf die verantwoordelijkheid zijn gaan nemen. Je ziet op allerlei vlakken dat menselijke ontwikkeling centraal is komen te staan. Landen hebben op nationaal niveau en aan de hand van de millenniumdoelen concrete doelen gesteld en plannen ontwikkeld. Op die manier is er belangrijke voortgang geboekt waar mensen echt iets aan hebben.”

Volg Koen Davidse op Twitter: @koendavidse.

De millenniumdoelen hebben volgens Davidse een enorm mobiliserend effect op de wereldgemeenschap gehad: “De noodzaak om bijvoorbeeld armoede te halveren heeft door de doelen momentum gekregen. Als je kijkt naar de vooruitgang die wat dat betreft is geboekt tegenover basismeetjaar 1990 dan mag je dat wel concluderen dat de millenniumdoelen op dat vlak bijzonder succesvolle instrumenten zijn gebleken. Zo lijden zeshonderd miljoen mensen minder armoede, terwijl de wereldbevolking is gegroeid. Maar het totale resultaat, dat levert een gemengd beeld op. Je moet je ook realiseren dat de millenniumdoelen niet het antwoord op alles zijn.”

Enorm spandoek
Het momentum dat de millenniumdoelen hebben opgeleverd heeft volgens Davidse zijn impact gehad tot op de hoogste politieke niveaus: “Een enorme plus van de doelen was dat de verschillende instituties van de internationale gemeenschap eindelijk zijn gaan samenwerken in plaats van voortdurend elkaar te beconcurreren op visie. In de centrale hal van de Wereldbank in Washington werd een enorm spandoek uitgerold waarop alle millenniumdoelen stonden. En dat terwijl er eerder een groot verschil in visie was tussen de VN en de Wereldbank. Die gezamenlijke agenda is belangrijk geweest. Een nieuwe globale agenda die na 2015 de millenniumdoelen vervangt moet datzelfde doen. Maar we moeten wel lessen durven trekken, want de wereld is sterk veranderd sinds 2000.”

In die veranderde wereld spelen nieuwe machtsverhoudingen een grote rol. Landen als Brazilië, India en China hebben hun positie binnen de internationale gemeenschap ondertussen opgeëist en zullen niet langer accepteren dat het Westen bepaalt hoe de ontwikkelingsagenda er in de toekomst uit zal gaan zien. Davidse nuanceert het verwijt dat de millenniumdoelen toch in eerste instantie een door het Westen opgelegd project was: “Ik denk dat dat een beetje een misverstand is. De millenniumdoelen zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de topontmoetingen in de jaren negentig, waar de hele wereldgemeenschap bij aanwezig was. Maar ik denk dat hier zeker de les is geleerd dat het consultatieproces voor nieuwe doelen breder moet. In 1990, peildatum voor de millenniumdoelen, kon je nog spreken over arm en rijk. Nu is er een hele schakering aan landen daar tussen in. En die eisen tegenwoordig allemaal hun stem op.”

Hans Wetzels (@HansWetzels) is cultuurwetenschapper en journalist. Hij schrijft onder andere voor nrc.next, Vice Versa, Het Parool en De Groene Amsterdammer.

Twee agenda’s
Hoe de ontwikkelingsagenda er na 2015 precies uit gaat zien is nog verre van zeker. Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-Moon heeft daarom een High Level Panel aangesteld, bestaande uit politici en ondernemers, maar ook activisten afkomstig uit de hele wereld. Eind mei presenteert het 25-koppige panel een rapport met aanbevelingen over de post-2015 agenda. Naast het High Level Panel dat onderhandelt over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, is er een groep experts druk bezig met het uitwerken van een geheel nieuwe set doelen (Sustainable Development Goals) die een duurzame ontwikkeling van de wereld moeten garanderen. Davidse is ervan overtuigd dat de integratie van de twee sets aanbevelingen mogelijk en noodzakelijk is na 2015: “Die twee agenda’s, ontwikkeling en duurzaamheid, moeten bij elkaar gebracht worden. Je kunt dat niet in isolement van elkaar doen. Kijk bijvoorbeeld naar de Sahel. Heel veel armoede is daar onlosmakelijk verbonden met problemen rond duurzaamheid. Erosie en verwoestijning hebben gigantische impact op de armoedeproblematiek. De nieuwe ontwikkelingsagenda en de Sustainable Development Goals moeten uiteindelijk een geheel worden om dit soort problemen effectief aan te kunnen pakken.”

Beleidsintegratie
Hoe ver die beleidsintegratie doorgevoerd kan worden, wordt een gevecht volgens Davidse. Critici constateren immers al langer dat succesvol ontwikkelingsbeleid belemmerd wordt door andere beleidsterreinen. Bepalingen op het gebied van internationale handel of landbouw kunnen geboekte vooruitgang op het gebied van de millenniumdoelen in de weg staan of zelfs teniet doen. Minister Ploumen benadrukt dit punt in de brief die ze in januari aan de Tweede Kamer schreef over de post-2015 agenda. Landen zouden zich volgens haar moeten verplichten om ontwikkelingsinspanningen te vergezellen van coherent beleid op het gebied van bijvoorbeeld financiële regulering of handel. Andere beleidsterreinen mogen de ontwikkelingsagenda niet meer schaden, is de kerngedachte van de minister. En dat vereist coördinatie over het hele politieke spectrum, legt Davidse uit: “Ik bel wel regelmatig naar andere ministeries om die synergie tussen verschillende beleidsterreinen te realiseren. Ontwikkeling gaat steeds minder puur over ODA (Official Development Assistance, officiële ontwikkelingshulp). Als dat betekent dat je de millenniumdoelen uit het klassieke ontwikkelingskader moet halen dan gaan we graag die uitdaging aan. Over praktische kwesties als voedselzekerheid hebben mijn medewerkers regelmatig overleg met medewerkers die bij Handel of Landbouw zitten. Handelsbeleid wordt vaak op Europees niveau afgestemd. Er wordt tussen verschillende ministeries overleg gepleegd voordat iemand naar Brussel afreist om daarover te vergaderen. ”

Afdwingen
Rest de vraag of een steggelende internationale gemeenschap na 2015 wel naleving van nieuwe doelen kan afdwingen. Davidse: “Internationaal gemaakte afspraken zijn wel degelijk bindend. Ontwikkelingsorganisaties maar ook burgers kunnen overheden, sinds ze de beschikking hebben over de millenniumdoelen, veel makkelijker aanspreken op hun beleid en op specifieke aspecten daarvan. Dan gaat het bijvoorbeeld om mensenrechten en of vrouwen toegang hebben tot het economische verkeer in een land.”

Davidse kijkt een moment uit het raam van zijn Haagse werkkamer: “Financiering van ontwikkeling zou niet alleen afhankelijk moeten zijn van het ontwikkelingsbudget. Dingen als ontwikkeling en duurzaamheid zouden leidend moeten zijn voor veel beleidsterreinen. Je hoopt dat ontwikkelingssamenwerking zichzelf uiteindelijk overbodig maakt door vooruitgang te stimuleren en zo andere vormen van financiering in een land los te maken.”

hans

Over de auteur

Hans Wetzels is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft onder andere voor De Groene Amsterdammer, Het Parool en NRC …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief