In de slotverklaring van de Nederlandse Humanitaire Top, die eerder deze maand plaatsvond in Den Haag, doen Nederlandse hulporganisaties negen aanbevelingen voor effectieve noodhulp. Eén van de aanbevelingen is dat er meer hulp moet komen voor het groeiende aantal vluchtelingen in steden. Een andere is om de internationale coördinatie van hulp en de samenwerking tussen noodhulporganisaties te versterken.

Hoe urgent deze aanbevelingen zijn realiseerde ik me bij aankomst eind januari in Erbil, Noord-Irak, waar 13 Nederlandse organisaties samenwerken om hulp te bieden aan vluchtelingen en ontheemden uit Syrië en Irak.

Stedelijk onderdak
In Noord-Irak verblijven nu naar schatting 230.000 vluchtelingen uit Syrië en meer dan 2 miljoen Iraakse ontheemden. Er zijn een aantal vluchtelingenkampen opgezet, maar veel uitgewekenen zoeken hun toevlucht bij bekenden of in leegstaande gebouwen, parken en pleinen in de stad. 

Ook hier in Erbil, waar ik nu verblijf, ontstaan midden in de stad geïmproviseerde vluchtelingenkampen en verblijven vluchtelingen op bouwlocaties. Zo hebben ze in ieder geval een dak boven hun hoofd. Maar voor organisaties die noodhulp bieden, zijn deze stedelijke vluchtelingen moeilijk te bereiken. Ze melden zich niet bij een vluchtelingenkamp en de meesten staan niet als vluchteling geregistreerd.

Hier in Erbil ontstaan midden in de stad geïmproviseerde vluchtelingenkampen en verblijven vluchtelingen op bouwlocaties

Dat is een grote zorg, want op dit soort plekken zijn verder geen voorzieningen: geen verwarming in de winter en geen isolatie in de zomer als de temperatuur boven de 50 graden uitkomt. En waar moeten de vluchtelingen heen als de eigenaar van het gebouw terugkomt? Ook de vluchtelingen die een onderkomen vinden bij familie of vrienden, hebben hulp nodig. Net als de gastgezinnen zelf, die geconfronteerd worden met een krappe woonruimte en hoge leefkosten.

De noodhulporganisaties doen onderzoek naar de verblijfplaatsen en de problemen die deze mensen daar hebben. Zo worden de onafgebouwde woningen geïsoleerd, plaatsen we sanitaire voorzieningen en zoeken we de eigenaren van de leegstaande woningen om met hen afspraken te maken over het tijdelijke verblijf.

Coördinatie noodhulp
Een andere aanbeveling van de Humanitaire Top is om de coördinatie en samenwerking tussen noodhulporganisaties te versterken. Dat is ook hier, in Noord-Irak, een urgente kwestie. Het is ook een van mijn opdrachten als coördinator van de Nederlandse North Iraq Joint Response (NIJR), een noodhulpprogramma van 13 Nederlandse NGO’s, om hieraan bij te dragen. We zoeken naar nieuwe manieren van samenwerking tussen NGO’s in het veld, zowel bij het uitvoeren van de projecten als het delen van informatie. De inzet is om hierdoor van elkaar te leren.

Het Nederlandse consortium NIJR levert met steun van de Nederlandse overheid (€8 miljoen euro) humanitaire hulp in Noord-Irak gedurende negen maaden. Het gaat hierbij om de distributie van voedsel, water en de zogenaamde non-food items, zoals dekens, kachels en warme kleding. Ook biedt NIJR gezondheidszorg, juridische ondersteuning en onderdak aan.

Met zoveel verschillende actieve partijen in dit gebied, ook naast de Nederlandse organisaties, is dat geen eenvoudige opdracht. Iedere partij heeft zijn eigen benadering en thema’s. Zoals hulp bieden in vluchtelingenkampen of juist aan stedelijke vluchtelingen, een focus op medische hulp of juist onderdak, hulp aan Syrische vluchtelingen met een Koerdische achtergrond of hulp aan Arabische ontheemden. 

Hoge veiligheidsrisico's
Een belangrijke praktische belemmering voor samenwerking in Noord-Irak is de onveiligheid. Hulporganisaties hebben in sommige gebieden überhaupt geen toegang tot de mensen die hulp nodig hebben en kunnen projecten niet opstarten omdat het te onveilig is. Hulporganisaties wisselen onderling informatie uit en met VN-militairen ter plekke waardoor de risico’s enigszins beperkt kunnen worden. Maar onveiligheid blijft een groot probleem.

Omdat het te onveilig is, hebben hulporganisaties in sommige gebieden geen toegang tot de mensen in nood en kunnen projecten niet starten

Het delen van informatie tussen hulporganisaties en leren van elkaar, is van groot belang om de coördinatie van het hulpaanbod te verbeteren en veiligheidsrisico’s te beperken. Dat is in ieder geval het gezamenlijke doel van de Nederlandse NGO’s. Daarbij zullen we nauw samenwerken met het bestaande internationale coördinatiesysteem van OCHA, de humanitaire tak van de VN, zodat we niet een nieuw systeem bouwen, maar samen tot verbeteringen komen. Een goed uitgangspunt voor het werken aan de toekomst van noodhulp dus, ook al is succes niet verzekerd in een complexe humanitaire crisis zoals hier in Noord-Irak. 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Eline Pereboom werkt voor Cordaid in Erbil, Noord-Irak, waar zij het gezamenlijke noodhulpprogramma van 13 Nederlandse organisaties …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief