UNDEFINED
Adrien Sinafasi

Twee zakken zout, twee zakken suiker, een paar kapmessen en twee fietsen. Dat is zo’n beetje de gangbare prijs voor een stuk bos van 200.000 hectare. Als ze hun handtekening zetten onder het contract dat hen in ruil hiervoor wordt voorgehouden, beseffen de inwoners van de bossen van Congo niet dat ze daarmee alle rechten op hun leefgebied opgeven.

 

“De dorpelingen beschouwen de goederen die de bedrijven meenemen als een soort geschenken om toegang tot het bos te krijgen”, vertelt Adrien Sinafasi, een voorman van de Kipiri pygmeeën stam uit het noordoosten van Congo. “Ze zijn meestal analfabeet en hebben niet door dat als ze het contract ondertekenen dat ze daarmee alle rechten op hun bos kwijt zijn.”

  

Carving up the Congo

Begin dit jaar kwam Greenpeace met een vernietigend rapport over illegale houtkap in de Democratische Republiek Congo. Op dit moment heeft de houtindustrie in Congo volgens het rapport ‘Carving up the Congo’ 21 miljoen hectare oerwoud in handen met deels illegale kapvergunningen. Kapbedrijven als OLAM, Sicobois, Danzer, NST en het in Rotterdam gevestigde Olam dragen bij aan de blijvende armoede en zorgen voor een onherstelbaar verlies van zeldzame dier- en plantensoorten aldus Greenpeace. Meer dan 40 miljoen Congolezen zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van de bossen. Geen enkel Afrikaans oerwoud herbergt nog zoveel diersoorten als de bonobo, de okapi, de gorilla en de bosolifant.

Loze beloftes

 

De bedrijven paaien de inwoners van de bossen volgens Sinafasi niet alleen met geschenken, ze strooien ze ook zand in de ogen met mooie beloftes over wegen, ziekenhuizen, scholen en andere voorzieningen die ze zullen bouwen als zij hun gang in de bossen mogen gaan. Behalve wegen die de bedrijven zelf nodig hebben om het hout af te voeren en die vooral stropers aantrekken, komt er van al die fraaie beloftes doorgaans niets terecht.

 

 

Sinafasi: “Je kunt het een beetje vergelijken met als iemand tegen jullie zegt: ‘We komen jullie supermarkt vernietigen, maar we beloven dat we er een grotere en betere supermarkt voor in de plaats zullen zetten’. Maar ze brengen geen nieuwe supermarkt. Ze brengen destructie, geen constructie.”

  

Congo houttruck foto greenpeace davison
Foto: Greenpeace/Gjerstad

Rupsen

 

 

 

 

 

Een supermarkt is volgens Sinafasi wel een goeie typering voor wat het bos voor zijn inwoners is. “Het is onze bron van voedsel; we zoeken er rupsen die belangrijk zijn voor onze eiwitvoorziening, paddestoelen, honing en vruchten.” Daarnaast heeft het woud ook een belangrijke culturele betekenis voor de bewoners ervan. “Het woud is de begraafplaats van onze voorouders. Er bevinden zich heilige plekken waar traditionele rituelen en ceremonies worden gehouden. De kap van het woud is een ontheiliging van onze religieuze plekken.”

 

Als de dorpelingen eenmaal beseffen wat de gevolgen zijn van het zetten van hun handtekening onder de zogenaamde ‘contracts of shame‘ kunnen ze daar vaak niet zoveel tegen beginnen. Sinafasi: “De bedrijven hebben in de contracten clausules opgenomen waarin staat dat de bewoners niet mogen protesteren en niet in de buurt van de gebieden waar wordt gekapt mogen komen. Als ze zich daar niet aan houden dan krijgen ze met de zweep.” 

 

Contracts of shame

Het fenomeen van de ‘contracts of shame’ heeft een pijnlijke geschiedenis in Congo. In opdracht van de Belgische koning Leopold organiseerde ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley van 1879 tot en met 1887 er meerdere expedities om het gebied voor de vorst te ontginnen. Met behulp van geschenken en de belofte van handel slaagde Stanley er in om meer dan 450 inheemse leiders hun kruisje te laten zetten onder een contract waarmee ze hun territorium overdroegen en ze zich bonden aan een exclusief handelscontract met België.

Corruptie

 

De overheid die zwak en doorgaans corrupt is, is meer op de hand van de bedrijven. Protesteren bij de lokale autoriteiten tegen de praktijken van de buitenlandse kapbedrijven heeft dan ook weinig zin weet Sinafasi. “Het kan zelfs averechts werken. Het gebeurt geregeld dat de autoriteiten het initiatief nemen om burgers te vervolgen die zich verzetten tegen de kap van hun bos.”

 

 

Zo kan het ook dat, ondanks een moratorium dat in 2002 op de uitgifte van nieuwe kapconcessies werd afgekondigd, buitenlandse houtkapbedrijven ruim 15 miljoen hectare bos in handen hebben gekregen. “De bedrijven profiteren van de politieke instabiliteit en corruptie die Congo in zijn greep houdt”, vindt Sinafasi.

 

Het argument dat de kapbedrijven voor werkgelegenheid zouden zorgen, klopt volgens hem ook niet. De exploitanten van de bossen betalen de Congolese werknemers maar iets van 9 tot 15 dollar per maand. Dat is nauwelijks genoeg om van rond te komen en de armoede neemt dan ook alleen maar toe. Zeker ook omdat de mensen door het wegvallen van hun voormalig leefgebied ook geen producten uit de bossen zoals vruchten kunnen verkopen. 

 

Congo Okapi foto greenpeace gjerstad
De Okapi, een verwant van de giraffe.
Foto: GP/Gjerstad

Wereldbank

 

Sinafasi was vorige week op uitnodiging van Greenpeace in Nederland om de praktijken van de buitenlandse kapbedrijven in zijn land aan de kaak te stellen bij de Nederlandse regering en het parlement. “Nederland is lid van de raad van bestuur van de Wereldbank. De Wereldbank beschouwt de industriële houtkap in Congo ten onrechte als een impuls voor de Congolese economie. Nederland moet bij de Wereldbank op het behoud van de bossen aandringen.”

 

 

Nederland zou volgens Sinafasi ook druk uit moeten oefenen op de Congolese regering om zich aan het moratorium te houden. “Verder zou Nederland Congo moeten ondersteunen bij het opbouwen van de civil society. Nederland moet zich daarbij bedenken dat de vernietiging van het Congolese oerwoud niet alleen een ramp is voor de lokale bevolking en de flora en fauna. Het behoud van het oerwoud is wereldwijd van belang.” 

 

congo oerwoud foto greenpeace gjerstad
Foto Greenpeace/Gjerstad

Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking reageerde gisteren in actualiteitenprogramma Netwerk op de kwestie. Koenders wilde de informatie van Greenpeace gaan bestuderen. Als er inderdaad sprake is van illegale houtkap dan zal hij de bedrijven daarop aanspreken. Daar zou het dan waarschijnlijk bij blijven. Koenders betwijfelde of hij juridisch iets zou kunnen beginnen tegen de bedrijven.
 

 

Greenpeace

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Marianne Wilschut is een Nederlandse journalist. Ze schrijft onder andere voor Trouw en OneWorld.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief