Wat doe je als noodhulp permanent dreigt te worden? En wat als je onpartijdige hulp politiek gebruikt wordt? Hulporganisaties denken inmiddels serieus over dit soort vragen na. Zo is in een levendig debat afgelopen donderdag in het Haagse Humanity House gebleken.

Debatserie
Bij de verschijning van De Crisiskaravaan van journaliste Linda Polman, stonden de beschuldigde noodhulporganisaties nog met de mond vol tanden. Ze zouden zich argeloos politiek laten gebruiken in conflicthaarden als Sudan en het Grote Merengebied, was Polmans voornaamste punt. Nu, vier jaar later, is de discussie en de zelfreflectie op gang gekomen met de debatserie Changing humanitarian aid. De organiserende hulporganisaties hebben Thea Hilhorst, hoogleraar wederopbouw en humanitaire hulp (noodhulp) uitgenodigd om de aftrap voor de serie te verrichten.

Permanent karakter
De impuls om mensen in levensbedreigende situaties op een neutrale manier te helpen, dateert al sinds de grondlegging van het Rode Kruis midden negentiende eeuw, doceert Hilhorst. Maar de noodhulp is inmiddels behoorlijk van karakter veranderd. Hilhorst wijst vooral op het permanente karakter van hulpoperaties in Angola (van 1975-2002), Zuid-Sudan (in de jaren negentig van de vorige eeuw), Darfoer en Tsjaad, en de vervaging van de grens tussen noodhulp en wederopbouw. “In Zuid-Sudan was een burgeroorlog gaande, maar het grootste deel van de bevolking had nog nooit een soldaat gezien.

Vervagende scheidslijn
Het probleem was meer dat de regering geen enkele taak verrichtte. Hulporganisaties moesten dus ook scholen, klinieken en veterinaire centra gaan oprichten.” De scheidslijn tussen noodhulp en wederopbouw zal in tijden van tijden van klimaatsverandering nog verder gaan vervagen. “Grotere gebieden verkeren straks in staat van crisis. Crisis en normaliteit gaan door elkaar heen lopen.” Van de ene kant is die ‘ontschotting’ volgens Hilhorst een goede zaak. Maar er zijn ook risico’s aan verbonden. “We moeten het erfgoed van de humanitaire hulp niet uit het oog verliezen. Neutraliteit is een groot goed.” Bovendien kan de noodhulp, die nu zelfs nog de steun van de PVV geniet, gemakkelijk ‘meegezogen’ worden in de scepsis over structurele hulp in de politiek en bij het publiek.

‘Staat in een staat’
Ook Linda Polman, die gevraagd is Hilhorsts introductie te becommentariëren, ziet voordelen in een vloeiende overgang tussen noodhulp en ontwikkelingshulp. “Sinds 1991 is er 55 miljard euro aan hulp Somalië ingepompt. Maar het aandeel noodhulp was 23 keer zo groot als de structurele hulp. Je had het geld beter aan ontwikkeling van het land en preventie van het conflict uit kunnen geven.” Nog steeds fungeert de noodhulpindustrie op veel plaatsen, zoals Somalië en Haïti, als een ‘staat in een staat’, waar ze als een kartel opereert. De verzamelde hulporganisaties zijn volgens Polman zo machtig, dat lokale organisaties hun taal overnemen en aan typisch westerse concepten als gender equality en democratie willen werken. Daarnaast zijn versnippering en gebrek aan coördinatie nog steeds onuitroeibaar in hulpoperaties. “Dit is een branche die moeilijk leert.”

Positieve dynamiek
Thea Hilhorst is het niet met Polman eens. “De sector heeft enorm geleerd. Ze zijn heel goed geworden in coördinatie van de hulp.” Er wordt nu gewerkt aan de vergroting van de weerbaarheid in moeilijke situaties en ook de zelfreflectie binnen de organisaties is op gang gekomen, zo klinkt het in de zaal. Humanitarian Negotations Revealed, het boek waarin Artsen zonder Grenzen haar dilemma’s gepresenteerd heeft, is daar een mooi voorbeeld van. Een Oxfam-medewerker vraagt om ‘nuance in het debat’. “Er zit veel meer positieve dynamiek in de sector dan Linda Polman schetst.” Misschien heeft de schrik van de ‘noodhulpindustrie’ daar wel de hand in gehad.

 

 

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0515

Over de auteur

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief