Noodwoningen verdelen in India is geen eenvoudige opgave, ontdekt Eeke van der Wal. Iedereen mag evenveel recht hebben op noodhulp, de praktijk is vaak weerbarstiger. 

Aan de rand van een Indiaas dorpje in Tamil Nadu kom ik een oude vrouw tegen. Enthousiast begint ze in het Tamil tegen me te praten. Mijn tolk vertaalt: of we bij haar thuis willen langskomen? Zodra we binnen in haar vierkante, gele huisje zijn, verdwijnt de oude vrouw naar de keuken om thee te zetten. Haar huis bestaat uit drie kamers: een keuken, slaapkamer en woonkamer. Ze woont hier samen met haar zoon. In de woonkamer staat één plastic stoel en prijkt een kleurrijke poster van Jezus aan de muur.

Toen de NGO’s invlogen om hulphuisjes te verdelen werd zij overgeslagen

De oude vrouw wijst naar de poster. Ze is één van de weinigen die na de tsunami in 2004 géén huis heeft gekregen. Waarom? Ze is openlijk Christen, terwijl de dorpsgemeenschap overwegend Hindoe is. Haar naam stond daardoor in 2004 niet in het gemeenteregister van de Panchayat, de lokale gemeente. Toen de NGO’s invlogen om hulphuisjes te verdelen werd zij overgeslagen. Want geen registratie? Geen huis! Pas later kreeg ze dit huisje, van de regering.

Haar verhaal staat haaks op de vier principes van humanitaire hulp: humaniteit, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid. Volgens deze principes is iedereen gelijk en heeft iedereen gelijk rechten. Ik, als idealist, kan niet ontkennen dat ik stiekem verwachtte deze principes terug te zien in de tsunamidorpen, nu bijna tien jaar na ramp. Veel van de kleine, gedoneerde huisjes staan er nog steeds. Bovendien vertelden meerdere mensen me hoe gelukkig ze zijn met het feit dat iedereen destijds hetzelfde heeft gekregen: ze zijn nu ‘gelijken’.

Een principe als gelijkheid is vrijwel onmogelijk vanwege het menseigen “wij” en “zij” denken.

Toch moet ik als realist ook toegeven dat er van gelijkheid, zowel toen als nu, weinig sprake is. Het is niet enkel deze Christelijke vrouw die na 2004 geen huisje heeft gekregen. Ook andere groepen die destijds werden buitengesloten, vind je in de tsunamidorpen meestal niet terug. Zo is er maar één dorp waar ik Dalits tegenkwam. Deze groep mensen is ‘kasteloos’, er is geen plek voor hen in het Indiase kastensysteem. Helemaal achterin het dorp, vlak bij de vuilnisbelt, hebben zij een huisje toegewezen gekregen.

Het is duidelijk dat de Dalits die ik ben tegengekomen het nu financieel minder makkelijk hebben dan andere groepen in India. Geld voor reparaties aan het huis is er niet en hun huizen zijn vaak in een opmerkelijk mindere staat dan die van hun dorpsgenoten.

De opvallendste inwoners die ik in de tsunamidorpen heb gezien, maar niet gesproken, waren drie koeien die lekker lagen te grazen in een half afgebroken huisje. Een tienjarige jongen rende langs en vertelde dat het huis en de koeien zijn vader toebehoort. Zijzelf wonen in het huis ernaast.

Zo zal een visser niet gauw timmerman worden, enkel omdat iemand van zijn kaste dat soort werk niet doet.

Dat deze Indiase dorpen niet geheel aan mijn verwachtingen (of hoop) voldoen is wellicht begrijpelijk. India is een land waarin het kastensysteem zeer diep geworteld zit in de cultuur, al is deze officieel afgeschaft. Zo zal een visser niet gauw timmerman worden, enkel omdat iemand van zijn kaste dat soort werk niet doet. Zulke sociale en culturele percepties maken het vrijwel onmogelijk om mensen van verschillende kasten als ‘gelijken’ te beschouwen, laat staan als ‘gelijken’ te behandelen.

Bovendien kent vrijwel elke cultuur zijn in- en uitsluitingen. Om bij humanitaire hulp uit te gaan van een principe als gelijkheid is, ondanks het nobele streven, vrijwel onmogelijk vanwege het menseigen ‘wij’ en ‘zij’ denken.

Zoals George Orwell al in 1933 wist: “Iedereen is gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen”. Zo ook als het gaat om humanitaire hulp.

En niet alleen in India. 

[[{“fid”:”30216″,”view_mode”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”fields”:{“format”:”file_styles_artikel_volle_breedte”,”field_file_image_alt_text[und][0][value]”:””,”field_file_image_title_text[und][0][value]”:””},”type”:”media”,”link_text”:null,”attributes”:{“class”:”styles file-styles artikel_volle_breedte media-element file-file-styles-artikel-volle-breedte”,”id”:”styles-6-0″}}]]

Verwoeste ‘tsunamidorpen’ in Azië in 2004. (CC)

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Eeke (1990) zit als onderzoeksstagiaire in Azïe. Ze onderzoekt wat de inlvoed is van humanitaire hulp op de tsunamidorpen die in 2004 …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief