Er schijnen nogal wat schijnhuwelijken te worden gesloten. Jonge bruidjes uit minder ontwikkelde landen klampen zich vast aan Hollandse jongens, of net andersom. Buitenlandse jongens zoeken blonde vrouwen, niet uit liefde, maar om hun economische situatie te verbeteren. Maar niet alleen jonkies worden ervan verdacht via een liefdeloze relatie op ‘ons’ sociale vangnet af te komen. Ook stellen die bijna 25 jaar zijn getrouwd kunnen de zaak nog steeds flessen.

Dat blijkt uit het relaas van de Indonesische Sri. Ze wacht nu al zeven maanden zielsalleen in Jakarta op haar Nederlandse verblijfsvergunning om zich bij haar echtgenoot Kees (57) en hun vier jonge kinderen in Almere te mogen voegen. Ze krijgt pas een visum als haar man ‘zelfvoorzienend’ is en geen last voor de Nederlandse staat. Hij moet een jaarcontract hebben, een maandelijks inkomen van minimum 1500 euro en een woning. Ook al spreekt Sri Nederlands, toch moet ze in Jakarta eerst het examen van de inburgeringcursus (kosten 350 euro) halen. Als Kees, voorheen een zelfstandige ondernemer in Jakarta, zijn eerste drie loonstrookjes in juli aan de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) kan laten zien, beslist die in augustus of Sri naar Nederland mag komen. Tot die tijd is ze niet welkom en ziet ze haar kinderen slechts via Skype.

Sinds begin dit jaar heeft de Nederlandse regering de vreemdelingenwet verder aangescherpt met als doel het toenemend aantal schijnhuwelijken tegen te gaan. Kees snapt dat er strenge regels moeten bestaan, maar de huidige wetgeving noemt hij een klap in zijn gezicht. Hij trouwde achttien jaar geleden met Sri in Nederland. Hun twee oudste kinderen werden er geboren en tijdens de financieel politieke crisis in Indonesië in 1998 keerden ze als familie zonder enige problemen weer even terug naar Nederland.

Het echtpaar is niet het enige gemengde stel in Indonesië dat momenteel grote problemen heeft om samen als gezin in Nederland te mogen wonen. Directeur Elmar Bouma van de Indonesische Kamer van Koophandel (INA), waar ook kleine zelfstandigen als Kees bij zijn aangesloten, hoort regelmatig de verhalen van echtgenotes die meer dan een half jaar in Indonesië op hun visum moeten wachten. Bouma noemt de wetgeving waarin alle gemengde stellen op een hoop worden gegooid bizar. “Als mensen meer dan tien jaar zijn getrouwd en samen kinderen hebben kun je in elk geval niet meer van een schijnhuwelijk praten”.

Voor de meeste Nederlandse gezinnen is de kwaliteit van het voorgezet onderwijs de reden om terug te keren. Zonder sponsor, zoals een multinational die de kosten van het internationaal onderwijs vergoedt, zijn scholen in Indonesië onbetaalbaar. “We komen naar Nederland voor de kinderen, maar echt gemakkelijk wordt het ons niet gemaakt”.

Kees vertelt dat de kinderen grote problemen hebben met de afwezigheid van hun moeder. “De kleinste van tien is regelmatig ziek omdat hij haar zo mist”. Hij kan door zijn drukke werkzaamheden moeilijk voor ze zorgen. Om aan de eis van 1500 euro te komen draait hij bijna een dubbele werkweek. Gezien zijn leeftijd en de economische crisis was het niet zo eenvoudig om aan een baan te komen. De werkzaamheden zijn zwaar onder zijn niveau. Hij is al blij met het jaarcontract. “De jongste van tien gaat met een sleutel om zijn nek naar school. Als de oudste van 18 thuis komt, zorgt hij voor de kinderen. Als ik avonddiensten heb zorg ik dat ik voor die tijd heb gekookt”. De familie woont tijdelijk op een zolderkamer van de broer van Kees tot ze een woning hebben gevonden.

Peter, die gisteravond met zijn studerende zoon naar Nederland is vertrokken, heeft zijn vrouw en dochter (11) in Jakarta moeten achterlaten. Ook zij trouwden in Nederland, werkten er samen negen jaar en betaalden toen belasting. Ze is met vlag en wimpel voor haar inburgeringexamen geslaagd (met vragen als: wat is het sterftejaar van Prins Claus?) maar krijgt net als Sri pas een visum als Peter een jaarcontract heeft. Peter’s plan om zijn bedrijf in Indonesië voort te zetten – hij verdient genoeg voor twee huishoudens – is door de IND afgewezen. Hij moet een jaarcontract hebben. De scholen van zijn kinderen beginnen in augustus. Hij maakt zich zorgen of hij voor die tijd baan vindt.

Als Peter een miljoen euro in zijn eigen land zou investeren of de winstcijfers van zijn bedrijf van de afgelopen twee jaar in Nederland  aan de IND zou overhandigen mag zijn vrouw meteen met hem mee. Zijn zaak is in Jakarta.

De enige mogelijkheid die Peter rest om strenge gezinsherenigingregels te omzeilen is de zogenaamde België-route. Als hij zich zes maanden in het buurland vestigt, wordt hij met zijn gezin op basis van de Europese wet die vrijheid van verkeer van werknemers tussen de lidstaten voorschrijft wel toegelaten. “Ieder individueel geval moet afzonderlijk worden beoordeeld. Zeker stellen die al zolang zijn getrouwd of eerder in ons land hebben gewoond, zouden als gezin naar Nederland moeten kunnen verhuizen", vindt Elmar Bouma van de INA. Nu voelen de Indonesische vrouwen zich nog slechter behandeld dan een asielzoeker.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief