In het tweede debat van de reeks “Changing Humanitarian Aid” nemen we de nieuwe spelers in de noodhulp onder de loep. Wie zijn ze? Wat is hun kracht, en wat zijn hun zwaktes. Hoe verhouden zij zich tot gevestigde donoren en hulporganisaties? En hoe kan het humanitaire systeem zich effectief aanpassen aan deze nieuwe spelers? 

Nieuwe spelers
De noodhulpsector wordt vaak gezien als het domein van Westerse donoren en hulporganisaties. Zij zijn het die in actie komen bij rampen, conflicten en vluchtelingenstromen. Dat beeld dient inmidddels te worden bijgesteld. Turkse hulporgansaties spelen een belangrijke rol in Somalië, en toen Myanmar werd getroffen door de cycloon Nargis, kregen aanvankelijk alleen de buurlanden toestemming van de Birmese overheid om hun hulp in het getroffen gebied aan te bieden.

Kortom, sinds de Tsunami in de Indische Oceaan is er een groot aantal nieuwe spelers actief in de noodhulp. Saudi-Arabië, Brazilië en Turkije zijn hier voorbeelden van. De meer gevestigde donoren en hulporganisaties weten vaak echter nog geen aansluiting te vinden bij initiativen van deze nieuwe spelers, en andersom geldt precies hetzelfde.

Turkse hulp
Speciale aandacht wordt in dit tweede debat “Changing Humanitarain Aid” geschonken aan de rol van Turkije. De Turkse overheid en Turkse hulporganisaties hebben zich met name in Somalië ontpopt als effectieve hulverleners. Zij hebben bewondering afgedwongen van de Somalische bevolking en van Westerse hulporganisaties door hun directe en gedurfde aanpak. Een voormalig premier van Somalië drukte het als volgt uit: “De zichtbare aanwezigheid van Turkije in het veld, heeft een eind gemaakt aan de geïsoleerde positie van Somalië, en aan het stigma van ons land als no go-zone.” Vele Somaliërs zien de zichtbaarheid van de Turkse hupverleners ook als een essentiële voorwaarde om de hulp op de juiste plaats te krijgen. De hulp van traditionele hulporganisaties zou voor een groot deel in de verkeerde handen vallen.

Kritiek
Maar natuurlijk is het niet alleen hosanna met de nieuwe spelers. Er klinkt ook kritiek. Zij zouden teveel gericht zijn op samenwerking met de overheid in het getroffen land, en ook teveel gebonden zijn aan de eigen overheid. De nieuwe spelers zouden zich ook teveel richten op het uitdelen van goederen, en te weinig aandacht schenken aan vraagstukken als protectie. Ook coördinatie tussen hulporganisaties zou er maar bekaaid afkomen, en de kwaiteitsstandaarden zouden onvoldoende worden gerespecteerd.

Debat op 8 november
Het debat over dit thema vindt plaats op 8 november, van 15.30-17.00 uur in het Humanity House in Den Haag. Meer informatie over oa. de sprekers, is hier te vinden. Aanmelden kan via aanmelden@humanityhouse.org

Andersom is er kritiek op de gevestigde donoren, die er zonder meer vanuit lijken te gaan dat opkomende donoren en nieuwe organisaties zich aan moeten passen aan het bestaande systeem. Daarbij zouden ze weinig oog hebben voor de waarden, zienswijzen en praktijk van donoren en organisaties uit uiteenlopende landen als Quatar, China of Turkije.

Een ding lijkt zeker: de rol en invloed van deze nieuwe spelers zal in snel tempo toenemen. De humanitaire sector lijkt er echter nog niet  rijp voor. Wat moet er veranderen, hoe gaan we dat doen en wie neemt het voortouw? Allemaal vragen die op 8 november in het Humanity House ter discussie staan.

Beeld: cc

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Ton Huijzer is manager van de alliantie International Rescue Committee en Stichting Vluchteling. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief